Deel 12 - Het kan niet altijd kaviaar zijn
Thomas Lieven begint een nieuw leven.
Een intelligente, pacifistische bankier raakt aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog verstrikt in het ondoorzichtige spionageweb van de grote mogendheden. Op volkomen onorthodoxe wijze zoekt hij naar mogelijkheden om zich uit zijn benarde situatie te bevrijden. Tijdens het koken vindt hij de beste oplossingen voor zijn problemen, hoe hopeloos die soms ook lijken.
Beluister deel 12 en lees het script op deze pagina mee.
Selecteer een deel.
De rolverdeling van deel 12.
| Luc Lutz | Thomas Lieven |
| Dolf de Vries | Johannes Simmel |
| Con Meijer | Agent |
| Willy Ruys | Dokter Wilcox |
| Ad van Kempen | Ambtenaar |
| Ad Hoeymans | Goldfuss |
| Wim Hoddes | Edgar Hoover |
| Jan Wegter | J.B. Donovan |
| Willy Ruys | Gevangenisdirecteur |
| Robert Sobels | Rechter |
| Ad van Kempen | Voorzitter van de jury |
| Hero Muller | Rudenko |
| Joop van der Donk | Powers |
| Els Buitendijk | Pamela Faber |
| Ger Smit | John Misaris |
| Ad Hoeymans | Een dokter |
| Ad van Kempen | Ober Henry |
| Con Meijer | Een stem |
| Auteur: | Johannes Mario Simmel |
| Bewerking: | Dick van Putten |
| Regie: | Hero Muller |
| Omroep: | AVRO |
| Dit deel is uitgezonden op: | 07-06-1979 |
Het script van deel 12.
Het script is voor u uitgeschreven door Herman en Marc Van Cauwenberghe.
Johannes Simmel: Op de avond van die 19de juni werd er alarm gegeven voor 277 medewerkers van de FBI. Ze kregen opdracht zo snel mogelijk de 13.810 artsen te bezoeken die in de stad met tien miljoen inwoners praktijk uitoefenden. Elke medewerker had een foto bij zich van een man van omstreeks 45 jaar, die een geestig, sceptisch gezicht, grote oren en dunne lippen had, en een bril droeg. De 21ste juni, om 16:35 uur, kreeg Thomas Lieven een telefoontje.
Thomas: (neemt op) Hallo?
Agent: Zero.
Thomas: Waar?
Agent: Zero.3145, Riverside Drive, Dr. Willcox.
Dr. Willcox: Jazeker, ik herinner me deze man, vooral omdat het maar zo zelden gebeurt dat er behoorlijk geklede mensen bij me komen. Deze man heeft mij eh... 'ns effe kijken... de 16de juni bezocht, 's middags. Hij heeft zich laten inenten. Ik heb een zogenaamd internationaal inentingsbewijs voor 'm uitgeschreven, zoals men nodig heeft als men bijvoorbeeld eh... naar Europa wil gaan.
Thomas: En weet u de naam van die man, dokter?
Willcox: Jazeker, 'ns even kijken... (bladert) Ja, hier heb ik het... Juist. Die man heet Martin Collins. Volgens het geboortebewijs werd ie op 7 juli 1910 als Amerikaans burger geboren in Manhattan, New York. Het nummer van het geboortebewijs is 32027-7-71897.
Johannes Simmel: Om 17:15 uur dwongen Thomas Lieven en een forse agent van de FBI twee ambtenaren van het geboorteregister in Manhattan overuren te maken.
Ambtenaar: Martin Collins... Martin Collins. Wat is dat nou toch voor onzin? 32027-7-71897, zei u?
Thomas: Ja, dat zei ik, ja.
Ambtenaar: Ja, nu moet u 'ns goed horen, meneer. Het geboortebewijs dat dat nummer draagt werd op 4 januari 1898 uitgeschreven voor een zekere Emily Woerrmann, en die Emily Woerrmann is op 6 januari 1902 op vierjarige leeftijd gestorven aan longontsteking.
Thomas: Nou hebben we onze vriend...
(21 juni 57 19:06 uur, 252 Fulton Street)
Agent: Ja, hier moet het zijn. Kijkt u maar: Emil Robert Goldfuss.
Thomas: Gek hè, 't is pas 7 uur. Toch heb ik honger... Ga je gang!
(agent gaat naar de deur en klopt aan - deur wordt geopend)
Goldfuss: Goedenavond, heren. Wat kan ik voor u doen? (agent en Thomas dringen binnen) Zeg, wat moet dat betekenen, een pistool? Is dit een grapje?
Agent: Meneer Goldfuss, (deur dicht) Martin Collins, of hoe u ook heten mag, u bent gearresteerd.
Goldfuss: Door wie?
Agent: Door de FBI.
Goldfuss: U kunt mij niet arresteren, waarde heer. Ik heb geen strafbare handeling begaan, u bezit geen arrestatiebevel.
Thomas: Toch wel, Mr. Goldfuss, dat hebben wij wel degelijk.
Goldfuss: Wie bent u?
Thomas: Een vriend des huizes, van het FBI-huis wel te verstaan. Weet u, Mr. Goldfuss, d'r lag al dagen een arrestatiebevel voor u klaar. We hoefden alleen nog maar een aardige reden te vinden om daarop in te vullen, en die reden hebben we gisteren gevonden.
Goldfuss: En die reden is dan wel?
Thomas: Vals geboortebewijs. Deze lieve vrienden zijn meegekomen, omdat wij natuurlijk weten dat u niet alleen een charmante geboortebewijzenvervalser bent.
Goldfuss: Maar...?
Thomas: Maar vermoedelijk de beste agent die de Sovjets ooit gehad hebben.
Goldfuss: (lacht fijntjes)
Thomas: En ik maak nooit overdreven complimenten... We gaan met de huiszoeking beginnen, mijne heren!
Johannes Simmel: Twee dagen later beleefde Amerika een sensatie. De gevaarlijkste Russische agent aller tijden was gearresteerd! Minuscule microfilms in gebruikte papieren zakdoekjes verrieden zijn gecompliceerde codesleutel, z'n ware naam, z'n ware geschiedenis. De man die tien jaar ongestoord en zonder argwaan in de Verenigde Staten had kunnen spioneren was overste bij de Sovjetrussische Geheime Dienst en hij heette: Rudolph Ivanovich Abel. Via de pers kwam de wereld veel omtrent hem te weten. Maar lang niet alles. Zo hoorden zij nooit iets over een maaltijd waaraan 1. nogal vrolijke en 2. ernstige heren deelnamen. De eerste was een zekere Thomas Lieven of... Peter Scheuner, de anderen Edgar Hoover en vervolgens James B. Donovan, die de meesterspion Abel in het op handen zijnde proces zou verdedigen.
(17 augustus 1957, een blokhut in Maryland)
Thomas: Mr. Hoover, Mr. Donovan, waarom bent u toch zo ernstig gestemd? Enfin, waarschijnlijk denkt u aan de periode tijdens de oorlog, waarin u elkaar als leiders van twee concurrerende spionagecentrales voortdurend in de haren zat.
Donovan: Pardon?
Thomas: Of eh... heb ik het mis dat Mr. Donovan destijds de leiding heeft gehad van het OSS, het Office for Strategic Services?
Hoover: (kucht)
Thomas: (lacht)
Donovan: Ah...
Thomas: Maar neemt u plaats, heren, ik eh... heb uw stemming voorvoeld, en ben zo vrij geweest een voorgerecht te bereiden dat tegelijkertijd kalmerende en opvrolijkende werking heeft: kalfsnieren in champagne. Moge dit gerecht ons nader brengen tot ons doel.
Donovan: Welk doel?
Thomas: Uw cliënt, en de Verenigde Staten te helpen, Mr. Donovan.
Hoover: Abel komt op de elektrische stoel, dat staat als een paal boven water. We hebben meer dan voldoende bewijsmateriaal tegen 'm.
Donovan: Ik ben benieuwd hoe u wilt bewijzen dat mijn cliënt een Sovjetspion is.
Thomas: Eeuwig zonde als een dergelijk talent verspild zou worden, werkelijk jammer.
Hoover: Wat bedoelt u?
Thomas: Ja, ik vind het zonde en jammer als een man als Abel op de elektrische stoel belandde.
Donovan: Ja, misschien zoudt u althans voor het eten ietwat tactvoller kunnen zijn, Mr. Scheuner?
Thomas: Ja, ik meen het oprecht. Abel is meer dan begaafd: hij is een genie.
Donovan: Nou, nou, nou, nou, nou..
Thomas: Jazeker! Eh... mag ik u er even aan herinneren, Mr. Donovan, dat u in de oorlog als agent van het OSS in Zwitserland hebt proberen te werken. Binnen zes maanden hadden de Zwitsers u al in de gaten en zetten u het land uit. En Abel heeft tien jaar in de Verenigde Staten kunnen werken zonder ontdekt te worden.
Donovan: Een ogenblikje.
Thomas: Ja?
Donovan: Jullie wilt iets ...
Thomas: Nou...
Donovan: Officieel kunnen jullie d'r blijkbaar niet mee voor de dag komen, daarom kloppen jullie aan de achterdeur. Ja, vertel maar 'ns gauw wat het is.
Hoover: Die niertjes ruiken voortreffelijk, zeg!
Thomas: Kijk 'ns aan, kijk 'ns aan, 't gerecht begint al te werken voor het nog gereed is. U vroeg iets, Mr. Donovan... De FBI houdt het meest belastende deel van het bewijsmateriaal tegen Abel achter. Abel wordt niet ter dood veroordeeld.
Donovan: Maar...!
Thomas: Pardon? Mr. Donovan, ik verwonder mij over u. Wat bedoelt u nou met dat "maar"? Gunt u uw cliënt het leven dan niet?
Donovan: Ja, u moet mijn woorden niet verdraaien!
Thomas: Nee, maar...
Donovan: Mr. Hoover was degene die zei dat Abel op de elektrische stoel zou belanden.
Thomas: Juridisch gesproken behoorde hij er ook op te belanden. Maar als de FBI nou 'ns andere plannen had met uw cliënt?
Donovan: Wat voor plannen?
Thomas: Dan zou het vonnis ook anders kunnen luiden. Levenslang bijvoorbeeld, 30 jaar tuchthuis, 20 jaar... 10...
Donovan: En hoe zit het met dat belastende materiaal waarover Mr. Hoover sprak?
Thomas: Belastend materiaal kan men achterhouden, een deel d'r van althans, het deel dat het zwaarste weegt... Eet nou toch, Mr. Donovan, eet u in 's hemelsnaam, uw niertjes worden koud.
Donovan: En wat zou u er wijzer van worden als u... (hij verslikt zich)
Thomas: Kijk nou toch! (lacht) Ik wilde het nog zeggen, hè, maar ik durfde niet goed. 'k Vond het niet behoorlijk een zo groot man als u daarop de wijzen.
Donovan: Ja, waarop? Waarop?
Thomas: Hè? Dat men niet moet praten met volle mond.
Hoover: (lacht)
Thomas: Zo, 'k denk dat het nou wel weer zal gaan...
Donovan: Ja, laten we niet langer kat en muis spelen. Ik vraag: wat zou de FBI eraan hebben als zij belastend materiaal achterhielden en zodoende Abels leven redden?
Thomas: Wilt U deze vraag niet liever beantwoorden, sir?
Hoover: Nou ja, goed... 'k Zou zeggen van...
Thomas: Mooi zo, juist, altijd laten ze mij de pijnlijkste vragen beantwoorden. Dat vind 'k leuk. Goed dan, Mr. Donovan. De FBI krijgt daardoor hoogstwaarschijnlijk vroeg of laat de kans het leven van een Amerikaans agent te redden.
Donovan: Een Amerikaans agent?
Thomas: Ja, Mr. Donovan, ik vind het werkelijk hoogst onaangenaam zo in de interne aangelegenheden van de Amerikaanse Geheime Dienst te moeten roeren, maar u bent tenslotte zelf ook lid van die vereniging geweest, nietwaar? En u hebt destijds tegen het einde van de oorlog zelfs meegeholpen aan de uitbreiding van de contraspionage tegen de Sovjetunie. Of niet soms?
Donovan: Ja... U... bent eh...
Thomas: Nou, ik maak u daar geen verwijt over, dat was tenslotte uw taak. Nou ja..., wie zou het paradoxaal durven noemen dat u nu juist degene moet zijn die een Sovjetspion gaat verdedigen?
Donovan: Men heeft mij daartoe aangewezen.
Thomas: Ha?
Donovan: Het gerecht wil op deze manier zijn objectiviteit bewijzen.
Thomas: 't Is echt niet als verwijt bedoeld.
Donovan: Ja, ik neem toch aan dat ieder land een Inlichtingendienst heeft?
Hoover: Maar men mag zich alleen nooit laten betrappen.
Thomas:Juist, maar toch zie ik in gedachten... Ja, 't is tenslotte zuiver een kwestie van waarschijnlijkheidsberekening...
Hoover: Mm.
Thomas: Toch zie ik in gedachten al de dag aanbreken waarop de Sovjets een Amerikaanse agent betrappen. Dat kan tenslotte toch, nietwaar? Nou, neemt u nog wat niertjes, heren. (lacht) Zo is het mij bijvoorbeeld ter ore gekomen dat de Amerikaanse Geheime Dienst al sinds jaren vluchten laat ondernemen door speciale vliegtuigen, die boven andere landen niet alleen de wolken fotograferen.
Hoover: Dat is natuurlijk een volkomen onzinnig gerucht.
Thomas: 'Tuurlijk! 'Tuurlijk... Ook de protesten der Sovjets over de schending van het Russische luchtruim missen uiteraard iedere grond.
Hoover: Die protesten hadden betrekking op meteorologische vliegtuigen die toevallig van hun koers waren afgeweken.
Thomas: Ja, dat spreekt vanzelf!... Maar wat zou er gebeuren als één van die eh... meteorologische vliegtuigen toevallig naar beneden werd geschoten?
Donovan: Die meteorologische vliegtuigen, die ken ik. Die kunnen door luchtdoelartillerie nooit naar beneden worden gehaald. Daar vliegen ze veel te hoog voor.
Thomas: Wat niet is, kan nog worden. Bovendien zijn er, naar ik gehoord heb, sinds enige tijd zeer nauwkeurige raketten. Als zo'n raket nou zo'n Amerikaanse weervlieger uit de hemel haalt, en de man overleeft het, en het is toevallig een weervlieger die Mr. Hoover toch nog graag zou willen terugzien, dan zou dat toch jammer zijn als Mr. Abel reeds het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld, nietwaar? Met een lijk kan men geen handel drijven, mijne heren.
Hoover: Eh... Mr. Scheuner, dit cynisme van u, dat gaat me werkelijk een beetje te ver.
Thomas: Pardon, heren, pardon, ik... ik had het tenslotte alleen over mogelijkheden, ik sprak dus zuiver hypothetisch.
Donovan: En... en als nu geen van onze weervliegers naar beneden wordt geschoten?
Thomas: Kijk 'ns aan, we beginnen elkaar eindelijk te begrijpen, Mr. Donovan. Ik zou mij best kunnen voorstellen dat Mr. Abel dan besluiten zou, uit pure dankbaarheid, een ander jasje aan te trekken, en voor de Amerikaanse Geheime Dienst te gaan werken.
Donovan: Hm. Is dat ook uw mening, Mr. Hoover?
Hoover: U hebt gehoord wat Mr. Scheuner zei. Ik heb er niks aan toe te voegen.
Donovan: Waar ziet u mij eigenlijk voor aan, Mr. Scheuner? Waarvoor ziet u mijn cliënt aan? Is dit een wenk op de een of andere manier?
Thomas: Dit is een product van mijn fantasie, Mr. Donovan, anders niets.
Donovan: Op een dergelijk voorstel zal mijn cliënt nooit ingaan.
Thomas: Dat weet ik niet... Dat weer - ik - niet.
(24 augustus 1957)
Johannes Simmel: De 24ste augustus verscheen bij de directeur van het New Yorkse huis van bewaring een zekere Peter Scheuner. Hij had toestemming van hogerhand om onder vier ogen te mogen spreken met Rudolph Ivanovich Abel. De directeur leidde persoonlijk deze klaarblijkelijk "Verry Important Person" door eindeloze gangen naar de spreekkamer. Onderweg vertelde hij hoezeer de Sovjetspion zich mocht verheugen in de sympathie van de gehele inrichting.
Directeur: De roden worden in gevangenissen meestal heel slecht behandeld door hun medegevangenen, maar deze Abel niet. Ik kan u zeggen: hij is ieders lieveling. Hij heeft voor de gevangenen gemusiceerd, een cabaretuitvoering gegeven, en hij heeft een nieuw communicatiesysteem uitgedacht.
Thomas: Wat heeft ie...
Directeur: Nou ja, u weet hoe gevangenen contact met elkaar onderhouden als ze in hun cellen zitten.
Thomas: Ja, het goeie ouwe klopsysteem, hè.
Directeur: Abel heeft onze gevangenen een nieuw en beter systeem geleerd, dat honderdmaal zo snel functioneert.
Thomas: Hoe dan?
Directeur: Eh... de details hou ik liever voor me. Maar ik wil wel verraden dat het via de lichtleiding gaat.
Thomas: Tja, haha, de beste compagnons, dat moet je altijd passen als je niks meer met ze kan beginnen.
Directeur: Wat wilt u daarmee zegen?
Thomas: O? Eh... uh... niks, niks bijzonders.
Directeur: Nou, we zijn er. Dit is de spreekkamer.
Johannes Simmel: Thomas ging naar binnen. Achter een hek van fijnmazig ijzergaas stond Rudolph Ivanovich Abel. Hij keek z'n bezoeker ernstig aan. De directeur gaf de bewaarder een wenk om 'm te volgen. De zware ijzeren deur werd gesloten. Geruime tijd stonden ze zwijgend tegenover elkaar. Toen begon Thomas Lieven te spreken. We weten niet wat hij zei. We weten ook niet wat Abel antwoordde. Noch Abel, noch Thomas hebben daar ooit een woord over losgelaten. Het onderhoud duurde 49 minuten, maar het staat wel vast dat dit gesprek van grote invloed is geweest op het proces dat de 26ste september een aanvang nam. Uit veiligheidsoverwegingen was voorgeschreven dat agenten van de FBI en dergelijke personen slechts met verhuld gezicht in de getuigenbank mochten plaatsnemen. Ze droegen kappen met kleine openingen voor mond en ogen, met op de borst een nummer. Thomas Lieven droeg nummer 17.
(Na het begin van het proces op 26 september 1957)
Rechter Mortimer Byers: (klopt met de hamer) Nummer 17! (klopt met de hamer) Nummer 17, u was aanwezig bij de arrestatie van Mr. Abel. Beschrijft u zijn gedrag.
Thomas: Eh... Mr. Abel gedroeg zich zeer gelaten, maar tijdens de huiszoeking werd ie hysterisch.
Byers: Waarom!?
Thomas: Eh... omdat in de aangrenzende flat een radio begon te blèren... Elvis Presley. Mr. Abel drukte beide handen tegen de oren. Hij riep woordelijk uit: "Dat is je reinste zenuwgif! Die jongen is de voornaamste reden dat ik terug wil naar Rusland." (gelach)
Byers: (klopt met de hamer) Stilte, alstublieft! (gelach - klopt met de hamer) Nummer 17, u hebt met de andere bewoners van het huis gesproken. Welke indruk hadden die van Mr. Abel?
Thomas: Een uitstekende indruk. Ze beschouwden hem allemaal als een prachtmens. Hij had veel van de bewoners in de loop der tijd geportretteerd. Ook beambten van het bureau van de FBI dat zich in hetzelfde gebouw bevond.
Rumoer in het publiek: Hoe kan dat nou?
Byers: (klopt met de hamer) Heeft hij FBI-beambten geschilderd?
Thomas: Een stuk of vijf, zes. En heel knap, edelachtbare.
Byers: Uit de stukken blijkt dat Abel de kortegolfzender die hij gebruikte open en bloot in het atelier had staan.
Thomas: Dat is juist, edelachtbare.
Byers: Viel dat dan niet op bij die FBI-agenten?
Thomas: Natuurlijk wel, edelachtbare. Verscheidene hebben hem gevraagd de werking uit te leggen. Ze hielden Abel voor een zendamateur. Eén keer begon het apparaat zelfs te werken terwijl Abel bezig was aan het portret van een FBI-agent. Abel seinde iets terug. Het apparaat zweeg. De agent vroeg: "Wie was dat?" En Abel antwoordde: "Wie dacht je? Moskou natuurlijk!" (geroezemoes in de zaal)
Byers: (klopt met de hamer) Nummer 17, u bent degene geweest de een aantal gebruikte papieren zakdoeken in veiligheid bracht waarin Abel uiterst kleine microfilmpjes verborgen had. Eén van deze filmpjes bevatte de sleutel van een gecompliceerde code. Is het u gelukt het bericht te decoderen dat de beklaagde onmiddellijk voor z'n arrestatie had neergeschreven in de vorm van een reeks getallen van vier cijfers?
Thomas: Ja, edelachtbare. Dat is mij inderdaad gelukt.
Byers: Hoe luidde dat bericht?
Thomas: Ik heb het hier. "Eh... "Wij wensen u geluk met uw snoezige konijntjes. Vergeet niet uw aandacht te schenken aan de Beethoven-partituur. Rook gerust uw pijp, maar houdt het rooie boek in de rechterhand."
Byers: Dat is toch niet de eindtekst?
Thomas: Natuurlijk niet, edelachtbare, dat is de gedecodeerde cijfercode. Abel schijnt voor al z'n berichten een dubbele code te hebben gebruikt.
Byers: En de sleutel van die tweede code?
Thomas: Is helaas nimmer ontdekt, edelachtbare.
Johannes Simmel: Het proces duurde bijna vier weken. Toen moest de jury beslissen over de schuldvraag. Urenlang werd er beraadslaagd en de toeschouwers en de verslaggevers werden steeds onrustiger: wat viel er zo lang te overwegen? De zaak was toch duidelijk? Pas op de 23ste oktober, om 19:45 uur, keerden de gezworenen terug in de rechtszaal.
(geroezemoes)
Byers: Voorzitter van de jury, bent u tot een uitspraak gekomen?
Voorzitter: Ja, edelachtbare.
Byers: Hoe luidt die uitspraak?
Voorzitter: Onze eenstemmige uitspraak luidt: de beklaagde is schuldig bevonden aan het hem ten laste gelegde. (geroezemoes)
Johannes Simmel: Rudolph Ivanovitch Abel vertrok geen spier. De 15de november werd het vonnis uitgesproken: 30 jaar tuchthuis en 2.000 dollar boete. 30 jaar en 2.000 dollar voor de grootste Russische spion aller tijden... Hoe was dat in 's hemelsnaam mogelijk? Het hele land stond op z'n kop, maar slechts een paar dagen. Toen raakte de affaire Abel, zoals alles in het leven, in het vergeetboek. Maar, wonderlijk spel van het toeval: in de zomer van 1960 haalde de wereldgeschiedenis ons als het ware in, en werd de prognose van Thomas Lieven een werkelijkheid... Het was de 1ste mei...
(flash-forward)
Krantenventertje: Extra-editie, extra-editie! Amerikaans vliegtuig door Russische raket omlaag geschoten! Extra-editie! Amerikaans verkenningsvliegtuig U-2 in handen der Sovjets gevallen! Piloot gevangen genomen. Extra-editie! Extra-editie!
Johannes Simmel: De piloot van de U-2 was Francis G. Powers, 30 jaar, gehuwd, en burger van de Amerikaanse staat Virginia. Het incident vond plaats in een tijd van politieke hoogspanning, vlak voor de zogenaamde Parijse topconferentie waar Eisenhower, Chroestsjov, Macmillan en de Gaulle zouden beraadslagen over de wereldvrede. De Russen gebruikten het incident als voorwendsel om de conferentie te laten mislukken al voor ie begonnen was. Powers stond in Moskou terecht voor een militaire rechtbank. De officier van justitie, Rudenko, voormalig openbaar aanklager van de Sovjets tijdens de Neurenberger processen, verklaarde voor deze militaire rechtbank:
Rudenko: In dit proces staat niet alleen de piloot Powers terecht, maar ook de gehele Amerikaanse regering die tot dit ongehoorde misdrijf heeft geïnspireerd en het heeft georganiseerd. Zeker, een ongehoorde misdaad jegens het Russische volk, maar ik wil rekening houden met het berouw van de beklaagde, en eis daarom derhalve ook niet de doodstraf, maar een vrijheidsstraf van vijftien jaren.
Johannes Simmel: De rechtbank toonde zich nog milder, en legde Powers een vrijheidsstraf op van tien jaar. De vader van piloot Powers, aanwezig bij het proces tegen zijn zoon in Moskou, zei tot de Russische pers:
Oliver Powers: Ik hoop dat Chroestsjov mijn arme jongen gratie zal verlenen. Hij heeft tenslotte zelf een zoon verloren in de oorlog tegen de Duitsers, en in die oorlog hebben onze soldaten naast de Russen gevochten. En als ie 'm geen gratie kan schenken, dan bestaat misschien de mogelijkheid 'm uit te wisselen tegen een Sovjetspion die in de Verenigde Staten gevangen zit. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de agent Abel.
Johannes Simmel: Dit gebeurde, zoals we zeiden, in 1960. Keren we nu haastig terug naar de herfst van het jaar 1957.
En we beginnen dan met een verontschuldiging aan de FBI als wij verslag uitbrengen over de Harper Kliniek, die - zover willen we de FBI wel tegemoet komen - natuurlijk niet Harper Kliniek heet. We verraden evenmin waar deze zich bevindt, maar bestaan doet ze, en wij weten ook waar. De 23ste oktober 1957 werd de spion Abel schuldig verklaard. De 25ste ontving Edgar Hoover op zijn werkkamer twee bezoekers: Thomas Lieven en Pamela Faber.
(25 oktober 195, Washington, Hoovers kantoor)
Hoover: Wat kan ik voor jullie doen?
Thomas: Uw belofte inlossen. U zult zich herinneren dat ik u destijds verzocht heb na beëindiging van m'n taak te mogen sterven.
Hoover: Ja, zeker, dat herinner ik me nog.
Pamela: Eh... mooi. En nu is het zo ver. We willen daarna zo spoedig mogelijk trouwen.
Hoover: Ik zal mijn woord natuurlijk gestand doen, Mr. Lieven, maar denkt u vooral niet dat het een pretje is. Zoiets doet pijn, vervloekt veel pijn.
Thomas: Wat doet een mens allemaal niet om te mogen sterven? Bovendien hebt u in die FBI-kliniek toch uitstekende specialisten, heb ik gehoord?
Hoover: Goed, ik zal de zaak met de kliniek regelen. Ik wens u een mooie dood en een gelukkig, een heel gelukkig leven met Pamela.
Thomas: Ik dank u wel.
Pamela: Dank u.
Hoover: Maar ik moet u d'r wel bij zeggen dat het weken kan duren eer u dood bent. Wij moeten namelijk wachten op het geschikte lijk, en een lijk dat op u lijkt vind, je niet iedere dag.
Thomas: Kom nou, Mr. Hoover, neem me niet kwalijk, maar in zo'n groot land als Amerika is toch altijd wel iets passends te vinden?
Johannes Simmel: Aandachtige luisteraars, er is niets aan te doen, we zijn zover. We kunnen d'r niet omheen draaien. We moeten het zeggen. Het is niet fijn wat we moeten zeggen, het is niet mooi, maar het is gebeurd. Het is echt gebeurd, al gaan we allemaal op onze kop staan. De 27ste oktober betrad Thomas Lieven in gezelschap van Pamela Faber de Harper Kliniek die, afgescheiden van de wereld door hoge muren, dag en nacht door FBI-agenten bewaakt, ergens in de Verenigde Staten ligt. Thomas kreeg een comfortabele kamer, die uitzag op een groot park, Pamela de kamer ernaast. Onmiddellijk na aankomst bracht zij hem een bezoek.
Pamela: Hè, wat heerlijk eindelijk 'ns met je alleen te zijn.
Thomas: Als ze ons maar alleen laten.
Pamela: (lacht)
Thomas: O, schat, wat is het toch eigenlijk een krankzinnige situatie, hè? Nou krijg ik een nieuw gezicht, nieuwe papieren, een nieuwe naam, een nieuwe nationaliteit, kortom: alles nieuw. Wie valt er op z'n 48ste jaar ooit zo'n geluk te beurt?
Pamela: (lacht)
Thomas: En vertel me daarom maar 'ns, m'n schat, hoe wil je me 't liefste hebben?
Pamela: Wat bedoel je?
Thomas: Nou ja, als ze nou toch aan m'n gezicht gaan knutselen, kan ik toch zeker wel bepaalde wensen naar voren brengen, zo wat oren en neus en dergelijke betreft, hè?
Pamela: (lacht) Weet je, als kind was ik altijd verzot op Grieken...
Thomas: Aha?
Pamela: ...en toen dacht ik: de man die ik ooit zal trouwen moet een Grieks profiel hebben.
Thomas: (lacht)
Pamela: Zeg, Tommy, dacht je dat? Da's toch eigenlijk te gek!
Thomas: Ja, waarom geen Griekse neus? Als 't nou niet meer is. Dus, met-met-met m'n oren ben je 't wel eens?
Pamela: O ja, ja, lieveling, voor de rest is alles volkomen in orde.
Thomas: Weet je dat heel zeker? We hebben nu nog de tijd en de gelegenheid. Hè, die dokters hier zijn razend knap, die kunnen als het moet alles mooier aan me maken, hè, groter, kleiner, net zoals je 't hebben wilt.
Pamela: Nee nee nee nee, voor de rest moet alles net zo blijven als het is.
Johannes Simmel: De volgende dagen hadden drie artsen hun handen vol aan onze vriend. Ze fotografeerden hem, maten z'n schedel en onderzochten alles aan 'm. Vervolgens mocht ie niet meer roken, vervolgens mocht ie niet meer drinken, vervolgens mocht Pamela... Enfin, vervolgens mocht Thomas helemaal niets meer. De 7de november werd hij geopereerd. De vierde dag na de operatie begon ie zich wat beter te voelen. Pamela zat de hele dag aan z'n bed en hield 'm bezig, maar ze vertelde hem uitsluitend ernstige verhalen, want als hij onder zijn verband moest lachen, deed dat altijd nog pijn. En na lang wachten was het eindelijk zover.
Pamela: Telegram voor Mr. Grey, Tommy.
Thomas: Mr. Grey?
Pamela: Ja, zo heet je hier toch?
Thomas: (lacht) Ja, da's waar ook! Verdorie nog aan toe zeg, een mens weet op het laatst zelf niet meer hoe die heet. Lees het maar voor.
Pamela: Mm. (opent het telegram) Eh... "TANTE VERA GELUKKIG GELAND. STOP. VEEL LIEFS. EDGAR." O, ze hebben het lijk gevonden, lieveling.
Thomas: Mooi zo, mooi zo. Nou kan er niks meer mis gaan.
Johannes Simmel: Maar daar vergiste onze vriend zich in, want op de 13de november...
Misaras: Ik ben John Misaras, Mr. Grey. Agent van de FBI.
Thomas: Gaat u zitten, Mr. Misaras.
Misaras: Dank u wel... Ik heb onaangenaam nieuws voor u, Mr. Grey. D'r is iets vervelends gebeurd met het lijk, en wij vinden dat bijzonder onplezierig, Mr. Grey, dat... dat kunt u gerust van mij aannemen.
Thomas: Wat is er dan gebeurd met het lijk?
Misaras: 't Is er niet meer.
Thomas: Waar is het dan?
Misaras: In Ankara.
Thomas: Aha!
Misaras: Men heeft het begraven.
Thomas: Aha!
Misaras: Nou, u... u moet weten, d'r waren die dag vijf lijken, hè, en-en-en twee daarvan heeft men verwisseld. Het onze en een ander. Dat... dat andere lijk, dat... dat hebben we nog. Een Turkse diplomaat, maar... maar die... die lijkt helaas niet op u. 't Is erg jammer.
Thomas: Aha!
Misaras: Be... begrijpt u het niet?
Thomas: Geen woord.
Misaras: Nou, we hadden in Detroit een dode zonder familie gevonden, een... een man die... die uw tweelingbroer had kunnen zijn.
Thomas: En?
Misaras: Hartverlamming. We prepareerden 'm.
Thomas: U prepareerde 'm?
Misaras: Ja. En... en toen verpakten we 'm in een speciale kist om 'm per vliegtuig over te brengen naar Europa.
Thomas: Ja, ja.
Misaras: Mijn... mijn chef wilde geen risico nemen. Om niet de aandacht van andere diensten te trekken, liet ie ons lijk naar Europa versturen met een machine die nog vier andere kisten aan boord had, een vercharterde machine die door de Turkse ambassade gehuurd was.
Thomas: Juist.
Misaras: Ja, u... u moet namelijk weten dat die Turkse diplomaat met z'n vrouw en twee grote kinderen bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen.
Thomas: Juist, ja.
Misaras: Dat... dat... dat had in alle kranten gestaan. Ook dat men een machine had gecharterd om de lichamen over te brengen. Dus viel het helemaal niet op dat wij een kist meer aan boord lieten brengen. Daar... daar bekommerde zich geen mens zich om, hè?
Thomas: Ik begrijp het.
Misaras: Maar... maar helaas is er in Parijs een ongelukje gebeurd. Ja... o-o-onze kist moest daar uitgeladen worden, de andere vier moesten door naar Ankara. De kist met ons lijk was natuurlijk van een kenteken voorzien. Maar ja, d'r is een fout geslopen in het codetelegram, en daardoor hebben onze mensen in Parijs een verkeerde kist uit de machine gehaald.
Thomas: Ooo...
Misaras: Ja... ja, het... het is erg pijnlijk. Ze hebben de kist met de Turkse diplomaat uitgeladen, da-dat hebben we intussen vastgesteld.
Thomas: En eh... 't lijk dat mij leek?
Misaras: Dat is gisteren in Ankara bijgezet in een familiegraf.
Thomas: Hij ruste in vrede...
Misaras: Ja, het spijt me bijzonder, Mr. Grey, maar eh... d'r... d'r is niks meer aan te doen. We moeten wachten tot we iets nieuws voor u vinden.
Johannes Simmel: Tja, er zat niets anders op. Gelukkig, de 19de november kwam er weer een telegram voor Mr. Grey.
Thomas: Maak gauw open.
Pamela: (opent het telegram) Eh... "OOM FRED IN VEILIGHEID. STOP. VEEL LIEFS, EDGAR."
Thomas: Ooo, die ome Fred!
Pamela: (zucht) Ze hebben dus weer een geschikt lijk.
Thomas: (lacht) We zullen maar duimen dat nou alles goed gaat, hè. Als die jongens weer met hun codes beginnen, blijft het een riskante zaak.
Johannes Simmel: Maar dit keer ging er niets mis. Op het ogenblik dat Thomas en Pamela in de Harper Kliniek zaten te duimen, lag het tweede lijk op de operatietafel bij een vertrouwensarts van de FBI in Chicago. De dode leek buitengewoon veel op Thomas. Aan de hand van foto's zorgde de arts ervoor dat de gelijkenis nog groter werd. Medewerkers van de FBI hielden intussen kledingstukken en gebruiksvoorwerpen gereed die aan Thomas toebehoorden, zoals het gouden horloge, en vier passen op vier verschillende namen.
Dokter: wie is dit eigenlijk, Mr. Everett?
Everett: Eh... Lucky Campanello, dokter. Brave jongen, hoor. Narcotica, afpersing, vrouwenhandel... Een paar collega's van me hadden twee uur geleden een vuurgevecht met 'm. Zij hebben geluk gehad, hij niet.
Dokter: (lacht fijntjes) Dat zie ik, ja. 't Is een mooi schot geweest.
Everett: Ja.
Dokter: Maar 't heeft een lelijk gat gemaakt.
Everett: Ja. 't Kan toch gek gaan in de wereld, dokter.
Dokter: Hoezo?
Everett: Nou, neem nou deze Campanello, hè. In de 47 jaar van zijn aards bestaan heeft ie nooit anders dan kwaad gedaan en van het kwade geleefd. Niemand heeft vreugde aan 'm beleefd, nie-niemand heeft van 'm gehouden. Velen hebben 'm gehaat. Ja, dat stelt 'm nou in de gelegenheid na z'n dood nog een grote positieve rol te mogen spelen. Z'n eerste.
Johannes Simmel: Toen de arts in Chicago met 'm klaar was, werd Lucky in een speciale kist naar Malta gevlogen. Daar lag een Amerikaans schip voor anker. De speciale kist werd zo snel mogelijk van het vliegveld naar het schip gebracht. Enkele minuten later voer het uit, en de 20ste november lag het omstreeks middernacht zachtjes te rollen ter hoogte van Lissabon, maar buiten de Portugese territoriale wateren.
Er werd een sloep gestreken. Drie levende heren en één dode heer namen erin plaats. De boot stevende op de kust af. En zoals u al weet, vonden vissers op de vroege ochtend van de 21ste november op het witte strand van het dorpje Cascais bij Lissabon tussen bonte schelpen, zeesterren en half dode vissen een heel dode meneer...
Ja, maar hoe gaat het verhaal verder, zult u zeggen? Hoe eindigt het? Wat is er van Thomas Lieven en zijn Pamela geworden? Wie heeft ons al zijn avonturen verteld? Hoe hebben we de kans gekregen over geheime en zeer geheime aangelegenheden van onze eigen tijd verslag uit te brengen? Dat zijn veel vragen. We kunnen ze alle beantwoorden, al is het daarvoor helaas noodzakelijk dat één man uit de schaduw treedt die beroepshalve in de schaduw hoort en daar altijd dient te blijven. Die man ben ik. Ik, de auteur, die de avonturen en recepten van Thomas Lieven voor u heeft opgeschreven, Johannes M. Simmel.
Johannes Simmel: In opdracht van mijn uitgever vloog ik in augustus 1958 naar de Verenigde Staten om materiaal te verzamelen voor een roman, die ik overigens nooit geschreven heb. Maar het verhaal dat u nu gehoord hebt, werd wel geschreven. Ik kwam het daarginds op het spoor.
Het spoor had als uitgangspunt - hoe zou het anders kunnen? - een meeslepend mooie vrouw. Zij liep op een milde septemberdag voor mij uit in een stad waarvan ik om gegronde redenen de naam niet zal noemen. Ze had blauwzwart haar, een verrukkelijk figuur, middelgroot, met de lijnen van een racejacht. Ik liep sneller en haalde haar in. Ze had grote zwarte ogen en een mooi voorhoofd. Ik was op weg naar een restaurant dat een vriend mij aangeraden had, maar mijn honger was plotseling verdwenen. Mijn geliefde Lulu moge mij vergeven. Ze kent de mannen en weet dat ze allemaal eender en niets waard zijn als men ze alleen op reis laat gaan.
De dame bemerkte natuurlijk wat er met mij aan de hand was. Eén keer glimlachte ze even. Ze was niet boos. Mooie en aardige vrouwen zijn nooit boos. Toen dook het restaurant voor ons op dat mijn vriend mij aanbevolen had. En het onverwachte geschiedde: ze ging er binnen! In de kleine garderobe haalde ik haar in. Ze stond voor de spiegel en bracht haar kapsel in orde. Ik zei:
Johannes Simmel: Hallo.
Pamela: Hallo?
Johannes Simmel: Mag ik mij even voorstellen? Johannes M. Simmel. Ik eh... ja, u moet weten dat ik van mijn geboorte af een ziekelijke schuchterheid bezit. Zo heb ik er nooit zelfs maar aan gedacht een vreemde aan te spreken.
Pamela: Huuh... werkelijk?
Johannes Simmel: Ja, werkelijk. Maar eerlijk, toen ik u zag was het verlangen sterker dan mijn schuchterheid. U hebt mij geholpen mijn complex te overwinnen. Ik dank u, en ik hoop dat u dit heuglijk feit met mij wilt vieren... Ja, ik heb gehoord dat hier een uitstekende fazantenborst te krijgen is.
Pamela: Mm, de fazantenborst is hier inderdaad erg goed.
Johannes Simmel: Mag ik u dan voorgaan? (ze gaan binnen) Kijk 'ns aan!: de goden zijn met ons. D'r is nog één tafel vrij.
Pamela: Maar er staat een kaartje "gereserveerd" op.
Johannes Simmel: Hoho, voor een vijfdollarbiljet verdwijnt dat als sneeuw voor de zon.
Pamela: (lacht)
Henry: Mevrouw, meneer.
Johannes Simmel: 't Is aardig van u dat u eh... zo lang deze tafel voor ons hebt vrijgehouden.
Pamela: Eh... Henry, we nemen twee keer de fazantenborst, en vooraf kreeftenstaartsoep. Maar allereerst een aperitief. Eh... wat zou u zeggen van een droge martini, Mr. Simmel?
Johannes Simmel: Eigenlijk voel ik meer voor een kleine whisky, als u daar geen bezwaar tegen hebt.
Pamela: Mooi. Dan neem ik ook whisky. Twee dubbele scotch met soda, Henry.
Henry: Uitstekend, mevrouw de directrice.
Johannes Simmel: Wa... wat zei die daarnet? De directrice?
Pamela: Jaha... dat zei die?
Johannes Simmel: Maar waarom?
Pamela: Omdat ik hier de directrice ben.
Johannes Simmel: Ah!
Pamela: (lacht) En we zitten aan het tafeltje dat altijd voor mij gereserveerd blijft. Die vijf dollar had u in uw zak kunnen houden.
Johannes Simmel: (lacht) Die laat ik... die laat ik toch door m'n uitgever betalen.
Pamela: Eh... uitgever? Bent u dan schrijver?
Johannes Simmel: Sommigen zeggen van wel, anderen van niet, Miss eh...
Pamela: Eh... Thompson, Pamela Thompson.
Johannes Simmel: Ja maar, wa-wa-wat is er? U kijkt mij plotseling zo heel anders aan? Waarom?
Pamela: Omdat u schrijver bent, Mr. Simmel. Ik heb een voorliefde voor schrijvers.
Johannes Simmel: Dan had ik het niet beter kunnen treffen, Miss Thompson.
Johannes Simmel: We zullen het kort maken, luisteraar. De kreeftenstaartsoep was uitstekend, de fazantenborst verrukkelijk. Ik praatte onafgebroken, waanzinnig geestig natuurlijk. Bij de koffie had ik haar zo ver dat ze bereid was 's avonds met mij naar de bioscoop te gaan.
Pamela: Okay, Mr. Simmel. Laat u mij maar voor de kaartjes zorgen, ik ken de eigenaar van de bioscoop. De voorstelling begint om half negen. Komt u me afhalen?
Johannes Simmel: Niets liever dan dat, Miss Thompson.
Pamela: (lacht) Zullen we zeggen om half acht? Dan kunnen we bij mij nog een borrel drinken.
Johannes Simmel: Half acht? Uitstekend!
Johannes Simmel: Mensenkinderen nog aan toe! Ik moet wel een enorme indruk op vrouwen maken. Waarom ben ik eigenlijk niet bij de film gegaan? Die middag ging ik naar de kapper. Vervolgens kocht ik twee mooie orchideeën en trok mijn beste pak aan, eh... het donkerblauwe. Om half acht precies belde ik, een doos van cellofaan in de hand, aan een deur waarop een koperen bordje was aangebracht met het opschrift "Thompson".
Thomas: Mr. Simmel, veronderstel ik? Komt u binnen. Prettig kennis met u te mogen maken. Mijn vrouw heeft me al zoveel over u verteld.
Johannes Simmel: Uw... eh... uw vrouw?
Thomas: Mijn vrouw, ja, ja! Thompson is mijn naam, Roger Thompson.
Pamela: Ah, daar bent u dus. Mijn hemel, wat een prachtige orchideeën. Hè, is hij niet alleraardigst, Roger? U hebt er toch hopelijk niets op tegen dat mijn man met ons meegaat naar de bioscoop?
Johannes Simmel: Mijn lieve Lulu, die mij uitstekend kent, heeft zich later, toen ik het verhaal vertelde, halfdood gelachen en gezegd "Bravo dat gun ik je van harte." Maar ik had die avond in de bioscoop een enorm medelijden met mezelf. En toen ik zag dat de heer en mevrouw Thompson, zodra het journaal was afgelopen, hand in hand gingen zitten, zei ik in mezelf: typisch een verpeste avond. Maar daar vergiste ik me ook alweer in, want die avond werd de prettigste die ik in de Verenigde Staten beleefd heb. Na de bioscoop gingen we souperen. Natuurlijk in het restaurant van de Thompsons. En hoe!... Mr. Thompson stelde het menu samen en begaf zich persoonlijk naar de keuken.
Pamela: Boos?
Johannes Simmel: O, nee nee nee, natuurlijk niet.
Pamela: (lacht) Ach weet u, ik vond u vanmiddag zo aardig, zo sympathiek. Alles wat u zei was even aardig.
Johannes Simmel: Wat... wat heb ik dan allemaal gezegd?
Pamela: Nou, dat u graag goed eet, en dat u graag in gezelschap van mooie vrouwen vertoeft, eh... dat u nooit meer een uniform wilt dragen, dat u zich overal thuis voelt waar u vrienden hebt...
Johannes Simmel: En mag ik daar nog iets aan toevoegen?
Pamela: Jawel?
Johannes Simmel: Ik vind uw man erg aardig, erg sympathiek.
Pamela: Mm, dat is ie ook. Ach, u kent 'm niet. U weet niet wat ik allemaal met 'm beleefd heb. U weet niet hoe ie denkt. Bij mij is de liefde altijd door het hoofd gegaan. Van mannen die ik niet bewonderen kon om wat ze zeiden en dachten kon ik nooit echt houden. Bij Roger was het van het eerste ogenblik af liefde. De grote liefde van m'n leven.
Johannes Simmel: Maar... Ja, waarom hebt u mij dan uitgenodigd, Mrs. Thompson?
Pamela: Eh... Pamela.
Johannes Simmel: Waarom heb jij me uitgenodigd, Pamela?
Pamela: Omdat je schrijver bent. Maar je zult het later wel gaan begrijpen misschien. Misschien ook niet, het hangt helemaal van Roger af.
Johannes Simmel: Ja, maar... doe jij dan alles wat ie zegt?
Pamela: Ja. En hij doet wat ik zeg, altijd. Wij vragen 'm altijd om raad. Ja, hij begaat natuurlijk wel eens een kleine misstap, zoals alle mannen, maar hij komt altijd bij me terug. Ik weet dat ik de enige vrouw ben waar hij z'n leven mee wil delen. Dat maakt een vrouw heel sterk, nietwaar?
Johannes Simmel: Tja, het leven is vaak wonderlijk. Wat ik van Pamela gewild had, kreeg ik niet, maar ik kreeg iets veel beters: haar vriendschap en die van haar man. We ontmoetten elkaar bijna dagelijks. We konden het enorm goed samen vinden, en het leek wel of we over alles dezelfde mening hadden. Het viel me al spoedig op dat Thompson mij systematisch uithoorde, over m'n verleden, m'n inzichten, m'n ervaringen. Over zichzelf vertelde hij niets. Intussen werkte ik heel hard aan mijn opdracht en ten slotte brak de dag aan dat ik voldoende materiaal verzameld had. Dus besprak ik een plaats in het vliegtuig naar Frankfurt-am-Main.
(8 oktober 1958)
(telefoon)
Johannes Simmel: (neemt op) Simmel?
Thomas: Met Roger. Zeg, ik hoor dat je ons gaat verlaten. Ik zou graag nog een etentje voor je geven.
Johannes Simmel: Oh, heel graag, Roger.
Thomas: Zullen we zeggen vanavond om half acht?
Johannes Simmel: Half acht? Uitstekend.
Thomas: O ja, en, nog iets: eh... bel die luchtvaartmaatschappij op en annuleer je reservering voor morgenavond. Laat je op de wachtlijst zetten.
Johannes Simmel: Waarom?
Thomas: Omdat de mogelijkheid bestaat dat je nog een poosje hier blijft.
Johannes Simmel: Dat begrijp ik niet.
Thomas: Nou, vanavond zul je 't wel begrijpen. En breng om 's hemelswil niet weer twee orchideeën mee.
Johannes Simmel: Dus bracht ik drie orchideeën mee... Pamela was mooier dan ooit, en Roger charmanter dan ooit, en het eten dat ie zelf had toebereid smakelijker dan ooit.
Johannes Simmel: Roger, dat recept van die Filet Wellington moet ik opschrijven voor m'n vrouw.
Thomas: Goed, uitstekend, eh... d'r valt trouwens veel meer op te schrijven dan die recepten van mij.
Johannes Simmel: Hoezo?
Thomas: (lacht) M'n waarde, ik heb een onbegrensd vertrouwen in het oordeel van Pamela. Ze vond jou van het eerste ogenblik af betrouwbaar. Maar ik ben een man die zeer voorzichtig moet zijn.
Johannes Simmel: Voorzichtig moet zijn? Wat bedoel je?
Thomas: Eh... wat ik bedoel is dit: ik heb niet altijd een restaurant gehad, en ik heb niet altijd Roger Thompson geheten. Ik heb een heel wild leven achter de rug... Nou, neem toch nog wat van die Wellington.
Pamela: Hou toch op, Roger. Maar m'n man heeft werkelijk veel beleefd.
Thomas: Mm.
Pamela: Malle dingen, trieste dingen, opwindende dingen. Ik heb altijd gezegd: eigenlijk zou iemand dat allemaal op moeten schrijven. Zoveel mogelijk mensen zouden kennis moeten nemen van wat 'm allemaal overkomen is. Het zou zo nuttig kunnen zijn.
Johannes Simmel: Nuttig?
Pamela: Mm. Roger is een overtuigd pacifist.
Thomas: De vraag is alleen maar of je mij garanderen kunt dat niemand m'n ware naam en m'n ware adres aan de weet komt als ik je m'n levensverhaal vertel.
Johannes Simmel: Ja..., dat kan ik je garanderen. Op m'n erewoord.
(telegram naar Zürich)
"28 oktober 1958. stop. 23:48 uur. stop. Aan Schweizer Druck und Verlagshaus. stop. Heb terugreis uitgesteld. stop. Ben nieuwe story op het spoor. stop. Luchtpost expresbrief met details onderweg. stop. Verzoek omgaand beslissing en overmaking 1000 dollar. stop. Groeten. Simmel."
Johannes Simmel: Ik bleef in Amerika tot 2 januari 1959. Toen ik vertrok, had ik in mijn bagage zestien dubbelsporig volgesproken geluidsbanden. Toen ik vertrok, nam ik de geschiedenis van een wonderlijk leven mee naar Europa: de avonturen en recepten van Thomas Lieven, geheim agent.
U zult het kunnen begrijpen en billijken als ik zeg dat de man die mij zijn leven vertelde zomin Thomas Lieven heet als Roger Thompson. U zult het kunnen begrijpen en billijken dat ik de naam van de stad verzwijg waar hij leeft en werkt. Zijn restaurant heeft ie overigens gekocht met het geld dat hem de operatie DESU-aandelen opbracht, waarover wij u eerder vertelden. De lening van de Zwitserse makelaar Muerrli had 'm geluk gebracht. Met succesvolle speculatie was hij een vermogend man geworden.
Reeds in de zomer van 1958 was Pamela in zijn opdracht en met volledige volmachten naar Zürich gevlogen, had de heer Muerrli zijn 717.850 francs terugbetaald, de valse aandelen uit het nummerdepot gehaald, en deze vernietigd. Iedereen had aan de transactie verdiend, niemand had schade geleden. En meer nog, niemand had gemerkt dat er iets niet klopte.
En dan is nu het ogenblik aangebroken om afscheid te nemen. Vaarwel Pamela, vaarwel Roger, het beste. Ik heb opgeschreven wat jullie mij hebben verteld. Hopelijk zijn jullie er tevreden mee.
Het recept is niet uitgeschreven.