Home / Index D. / Deurwaarders delirium / Deel 3 - Deurwaarders delirium

Deel 3 - Deurwaarders delirium

Een hoge levensverzekering.

Silvère en de Schaduw zien vanuit hun hotelkamer in Foix-sur-Ariège Hercule Bavarde, notaris annex deurwaarder, dansend op de muziek van de radio een foto kussen. Ze zien hem ook dood neervallen na het nuttigen van een drankje, dat cyanide blijkt te bevatten. De Schaduw komt tot de ontdekking dat meneer Bavarde bij chantage praktijken betrokken is.

Beluister deel 3 en lees het script op deze pagina mee.

Selecteer een deel.

De rolverdeling van deel 3.

Frans Somers Inspecteur Charles Carlier, de Schaduw
Joke Hagelen Stewardess
Huib Orizand Frochot
Bert Dijkstra Directeur
Piet Ekel Geron
Joke Hagelen Françoise
Elly den Haring Informatrice van de Air France
Corry van der Linden Mimi
Auteur: Havank
Bewerking: Pieter Terpstra
Regie: Wim Paauw
Omroep: NCRV
Dit deel is uitgezonden op: 26-08-1974

Het script van deel 3.

Het script is voor u uitgeschreven door Herman en Marc Van Cauwenberghe.

(geluid van vliegtuigmotoren)

Stewardess: Alstublieft.

Schaduw: Ah, dank u wel, juffrouw. Op uw voortdurend welzijn!

Stewardess: Laten we 't hopen, monsieur. Kan ik verder nog iets voor u doen?

Schaduw: Kom even naast me zitten. Niets is zo overbodig als lege stoelen in een comfortabel vliegtuig.

Stewardess: Graag, monsieur, maar we zijn zo in Parijs.

Schaduw: U ontmoet zeker wel veel beroemde mannen, mm?

Stewardess: Ik heb op m'n reizen tot nu toe alleen maar beroerde mannen ontmoet. De goeie niet te na gesproken, natuurlijk.

Schaduw: Nee, zolang je ze maar niet te na spreekt, is het best in orde. En op den duur wordt die goedheid anders toch ook maar erg saai, dunkt me, hè?

Stewardess: Ja, maar ik hou graag de keus aan mezelf.

Schaduw: Beroemde mannen zijn heel anders. O, heel anders. Ik, bijvoorbeeld.

Stewardess: Mm! U bent dus beroemd?

Schaduw: Ik ben in ieder geval anders. Niet eh... opdringerig en zo, bedoel ik. Ik denk altijd maar: als het fruit rijp is, valt het vanzelf van de boom. En van onrijp fruit krijg je toch maar maagpijn, hè?

Stewardess: (lacht) Ervaring?

Schaduw: Ja, lieve hostess. Eh... hoe is je naam eigenlijk?

Stewardess: Françoise.

Schaduw: Merkwaardig... Hoogst merkwaardig.

Françoise: Wie zegt dat toch ook steeds? Wacht 'ns even...

Schaduw: Nee, ik wacht niet. Ik heb namelijk een voorstel.

Françoise: Aha?

Schaduw: In deze envelop zit m'n kaartje. Stop het in uw tas, en kijk ernaar als we goed en wel in Parijs in zijn. En mocht je er niets tegen hebben, luchthosje, bel me dan. Dit... telefoonnummer. Zo omstreeks lunchtijd.

Françoise: Schrijft u een beetje duidelijk?

Schaduw: Graag. Want ik hoop op een nadere ontmoeting.

Françoise: Aha.

Schaduw: Afgesproken?

Françoise: Straks eerst maar 'ns kijken wie u bent. Ik eh... heb een vaag vermoeden.

Schaduw: Ik ook, Françoise...

(luchthavengeluiden)

Schaduw: Ah, Frochot. Blij dat je d'r bent. Lang gewacht?

Frochot: Nauwelijks. Het vliegtuig was prima op tijd. Stap maar in, Schaduw. (hij stapt in - portieren dicht - motor start - auto trekt op) Ik had Silvère aan de lijn. Ik weet dus al het een en ander van de zaak af. Kijk, hier is een telegram van Jorkins. En hier is een lichtje.

Schaduw: Zo zo, dat is een heel verhaal.

Frochot: Nieuws?

Schaduw: "De werkelijke naam Polo is Herbert Huggerboth. Oud tweeëntwintig. Studeerde medicijnen. Voorgezette studie Sorbonne, Parijs. Verhouding met gehuwd vrouwspersoon. Verdere ontwikkeling minstens duister en raadselachtig. Ware toedracht dankzij relaties in doofpot beland. Vage geruchten over compromitterende correspondentie. Polo, alias Herbert Huggerboth, is 30 augustus vorig jaar plotseling overleden (lees - strikt vertrouwelijk - zelfmoord). Mijn persoonlijke indruk: chantage, en onvoldoende middelen. Uitspraak van de jury: dood ten gevolge van een ongeval. Bij schoonmaken van een pistool, Colt. 45, ging wapen onvoorzien af, wat wij natuurlijk direct geloofden! Zie in eigen archieven dossier Marlan de Sevérin, Françoise. Jorkens."

Frochot: Marlan de Sevérin?

Schaduw: Zegt die naam jou iets? Jij leest altijd zulke deftige kranten.

Frochot: Ha, natuurlijk ken ik die naam. Gek dat jij 'm niet herkend hebt. Professor Jean Marlan de Sevérin, de bekende chirurg, in de Avenue Foche.

Schaduw: Een medicus dus?

Frochot: (lacht) Ongelooflijk, dat vernuft van jou. Een chirurg, en dus ook een medicus...

Schaduw: Leuke Frochot. Weet je wat zo bijzonder leuk is?

Frochot: Nou?

Schaduw: Onze eminentie Hercule Bavarde werd ingezeept met behulp van... Of heeft Silvère je dat al verteld?

Frochot: Cyanide.

Schaduw: Juist. Hoe komt een leek daaraan?

Frochot: Alles goed en best, maar... waar zit dan het verband tussen Hercule Bavarde en die chirurg?

Schaduw: Onder andere in brieven. Ik zal je d'r straks een paar laten lezen.

Frochot: Bij je thuis?

Schaduw: Nee, ik wilde nog maar even naar het bureau gaan. à propos, was die chirurg van jou getrouwd?

Frochot: Man nog aan toe, natuurlijk was ie getrouwd. Herinner je je dat schandaal dan niet meer? Eén-twee jaar geleden of zo? Ach nee, natuurlijk niet, jij zat toen in New York als ik het wel heb.

Schaduw: Ze heette... Françoise, niet?

Frochot: Dus je weet er wel iets van.

Schaduw: Die naam weet ik, ja. Françoise!

Directeur: Een ingewikkelde zaak, inspecteur Carlier, een zeer ingewikkelde zaak. Tal van mogelijkheden, nietwaar? Tal van wegen waaruit u een keus moet doen. Eh... vond u ook niet, commissaris Gérond?

Gérond: Inderdaad, meneer de directeur, zeer veel wegen.

Schaduw: En zijwegen.

Directeur: U vindt het dus van belang te weten met wie de heer Bavarde tussen woensdagavond en het ogenblik waarop hij zijn dodelijk eh... medicijn innam in contact is geweest?

Schaduw: Ja, meneer de directeur. Volgens dokter Poil heeft hij de fles maandag op weg naar het vliegveld in ontvangst genomen. Hij nam één slok per dag. De noodlottige slok, gisteravond, was dus de vierde. Dat klopt met de inhoud van de fles.

Gérond: Dus moet het vergif tussen woensdag en donderdagavond aan dat spul zijn toegevoegd.

Schaduw: Juist, en de grote vraag is dus: wie had de gelegenheid zulks te doen?

Gérond: Degene die het motief had om tot moord over te gaan!

Directeur: Dat ben ik me u eens, commissaris Gérond, volkomen met u eens. Wat zegt u ervan, inspecteur Carlier?

Schaduw: Als de deurwaarder de fles mee op reis heeft genomen, en het vergif is tijdens die reis toegevoegd, dan moet de moordenaar een ingewijde zijn geweest. Hij moest weten dat Bavarde die drank gebruikte, waar hij hem bewaarde, en dan moest ie er nog bij kunnen komen ook.

Directeur: Zeer juist, inspecteur Carlier, zeer juist. Ik merk dat u al diep over de zaak hebt nagedacht.

Schaduw: En diep nadenkend ben ik ook tot de conclusie gekomen dat de dader, of daderes, wist dat de drank naar amandelen rook.

Gérond: Een zeer intieme relatie dus. Mimi Alouette?

Schaduw: Ze voldoet aan heel wat voorwaarden, maar... hoe zou zij aan cyanide komen?

Gérond: dokter Poil, de apotheker?

Schaduw: Als vriend en ingewijde voldoet hij inderdaad aan vele van de voorwaarden.

Directeur: Er wacht u nog een moeilijke taak, Carlier. Als ik het wel heb blijft Frochot u assisteren. Wat zijn de voorlopige plannen?

Schaduw: Ik zal in ieder geval meer van Mimi Alouette moeten weten, en van haar artistieke en intieme fotograaf. En dan is er nog het dossier Marlan de Sevérin. O ja, en dan wacht ik nog op een telefoontje...

(telefoon rinkelt)

Schaduw: (neemt op) Carlier.

Françoise: Met Françoise..., Schaduw.

Schaduw: Ah, het hosje uit het vliegtuig. Fijn dat je belt.

Françoise: Bedankt voor het kaartje, hoofdinspecteur Carlier. Uw gezicht kwam me al bekend voor.

Schaduw: Wanneer ontmoeten we elkaar?

Françoise: Vanavond zou ik wel kunnen.

Schaduw: Om eh... acht uur in het Rond Point?

Françoise: Ja, maar dan moet ik me haasten. Ik moet me straks laten inenten. Ik kom binnenkort voor het eerst op de transatlantische lijn, naar Zuid-Amerika.

Schaduw: O... gelukkig Zuid-Amerika...

Françoise: Tot vanavond?

Schaduw: Ja. Eh... mocht er iets tussenkomen, kan ik je dan ergens bereiken?

Françoise: Om zes uur, telefoon P.A.S. 52.98.02.

Schaduw: Bedankt. En hopen we beiden dat er niets tussenkomt!

Françoise: Van ganser harte..., Schaduw.

Schaduw: (legt de hoorn neer) P.A.S. 52.98.02. Eens even in het telefoonboek kijken.... (bladert) 52.98.02... Ja, wacht 'ns eventjes. O, ja! Professor Marlan de Sevérin! Avenue Foche, telefoon P.A.S. 52.98.02. Dat klopt. Françoise, wacht 'ns even, laat ik nog... (neemt de hoorn op en draait een nummer)

Informatrice: Met informatie Air France.

Schaduw: Met hoofdinspecteur Carlier, Sûreté Nationale. Is er een dienst Parijs-Toulouse met aankomst zo tegen of kort na twaalven?

Informatrice: Ik zal even voor u kijken, moment. Ja. Om 12:20 uur, als de machine op tijd is.

Schaduw: En hoe laat vliegt de machine naar Parijs terug?

Informatrice: De laatste vlucht 's avonds... om 22:30 uur van Toulouse.

Schaduw: Hebt u de passagierslijst?

Informatrice: Moment.... Ja! Die heb ik.

Schaduw: Wilt u 'ns kijken: komt op de lijst van de uitreis van gisteren naar Toulouse de naam Bavarde voor? Hercule Bavarde?

Informatrice: Eh... Ja! U bedoelt de Sénateur, Maître Hercule Bavarde?

Schaduw: Ja, inderdaad.

Informatrice: Ja, bovenaan op de lijst. Prioriteit. Kan ik u verder nog van dienst zijn, hoofdinspecteur?

Schaduw: Eh... op beide vluchten zeker dezelfde bemanning?

Informatrice: Ja, ja, de lijst heb ik hier.

Schaduw: Mag ik de naam van de stewardess?

Informatrice: Even kijken... Mademoiselle Françoise Marlan de Sevérin. Nog iets, hoofdinspecteur?

Schaduw: Nee, dank u, dat is voorlopig alles. (legt de hoorn neer) Mademoiselle Françoise Marlan de Sevérin... Kom mee, Frochot, we gaan op oorlogspad. Naar Mimi Alouette.

Frochot: De geliefde van de deurwaarder? Hoe kom je aan haar adres?

Schaduw: Van de intieme fotograaf, Jean Culot.

Frochot: Jean Culot? Rue Prude?

Schaduw: Ja. Ken je 'm?

Frochot: Ik heb 'm. Foto en vingerafdrukken. Cocaïne. Moet ik het nakijken?

Schaduw: Ja, maar niet nu. We gaan eerst bij Mimi op visite. Niettemin, m'n compliment voor je goeie geheugen. 't Is een aardige bijzonderheid. Zullen we?

(auto komt aangereden - stopt - ze stappen uit)

Schaduw: Hier moet het zijn.

Frochot: Te hopen dat ze thuis is.

Schaduw: De meeste mooie Mimi's liggen in deze tijd van het jaar aan de kust, maar zij bleef kennelijk in Parijs. Vanwege de relatie met de deurwaarder, snap je?

Frochot: Zou ze al weten dat ie dood is? (belt aan)

Schaduw: (spreekt in de deurtelefoon) Madame Alouette?

Mimi: Ja? Wat is er van uw dienst?

Schaduw: Wij willen u graag even spreken als het kan. Sûreté Nationale, Madame.

Mimi: O. Eh... komt u boven, heren. (ze gaan naar boven)

Schaduw: Mijn naam is Carlier, hoofdinspecteur. Dit is mijn collega, inspecteur Frochot. U vermoedt waarvoor we komen?

Mimi: Ik vermoed het, ja... (ze gaan binnen) Hier is m'n kamer... (deur dicht) Gaat u zitten.

Papegaai: Fro-chot... Fro-chot...

Mimi: Dat is de papegaai. Hij heeft Papa Cucu nog niet vergeten.

Papegaai: Fro-chot... Papa Cucu!

Mimi: Arme Papa Cucu...

Schaduw: (kucht) Tja, 't is diep tragisch voor u. En voor de nagelaten betrekkingen. U weet dat hij getrouwd was?

Mimi: Ja.

Schaduw: Ja... Hoe hoorde u dat Maître Bavarde om het leven gekomen was?

Mimi: Eh... gisteravond, de radio. En de ochtendbladen.

Schaduw: U kende Maître Bavarde al lang, begrijp ik?

Mimi: O ja. We waren zo gelukkig samen.

Schaduw: Hoe lang?

Mimi: Hoe lang? Een jaar of twee, geloof ik. Ik was dan toen in Le Touquet voor de zomermaanden. Ik heb 'm daar ontmoet.

Frochot: En in 't begin vond Maître Bavarde het blijkbaar wenselijk om de vriendschap...

Mimi: Ja, in het begin gingen we zelden uit. En nooit in Parijs, alleen maar buiten, waar niemand ons... waar niemand hem kende. Hij zei altijd dat een... dat een schandaal een man in zijn positie zo ontzettend veel kwaad kan doen.

Frochot: Later toch blijkbaar niet meer.

Mimi: Nee, later niet meer.

Schaduw: Wist u dat Maître Bavarde gewoon was elke dag medicijn in te nemen?

Mimi: Ja, dat weet ik. Hij moest dat doen vanwege de maag. Hij maakte altijd grapjes over z'n slechte spijsvertering als ie 's avonds, voor wij uit eten gingen, dat drankje innam.

Schaduw: U weet dat het vergif aan dat drankje toegevoegd was?

Mimi: Ja, dat weet ik. Ik las het in de krant.

Schaduw: Mm. Spreekt u Engels?

Mimi: Engels? Nee. Waarom vraagt u dat? (telefoon rinkelt)

Schaduw: Om...

Mimi: Ogenblikje.

Schaduw: Ja, ga uw gang.

Mimi: (neemt op) Allo?... Met wie?... Ja, er zijn twee heren hier. Ogenblikje... 't Is voor u.

Schaduw: O, ja... Allo?

Gérond: Met Gérond. Even een belangrijke boodschap, hoofdinspecteur. Ik heb er zes man op uit gestuurd om uit te zoeken waar Bavarde in de laatste vierentwintig uur is geweest. Brichard is inmiddels naar de bank geweest om z'n rekening na te gaan. Er was één interessante ontdekking bij: in z'n kluisloket namelijk.

Schaduw: O ja?

Gérond: Misschien hebt u het al geraden: het ouwe liedje. Een hoge levensverzekering op het leven van Maître Hercule Bavarde, bij diens overlijden uit te keren aan z'n vriendinnetje. Wat zegt u ervan?

Schaduw: Eh... is de betrokkene op de hoogte?

Gérond: Ook daar is naar geïnformeerd. Ze was er zelf bij toen de zaak beklonken werd.

Schaduw: Ik bel straks onderweg nog wel even.

Gérond: Mooi. Tot straks dan.

Schaduw: En bedankt. (legt neer)

Mimi: U zegt ook niet veel als u telefoneert.

Schaduw: Ik heb in m'n leven heel wat geleerd door m'n mond te houden en zomaar wat te luisteren, en te zien. Zo zie ik nu dat u getrouwd bent. En u hebt ook een aardige zegelring aan, met een familiewapen nog wel.

Mimi: En? Wat zou dat?

Schaduw: Maître Bavarde heeft u een aardige levensverzekering nagelaten, nietwaar?

Mimi: Wat? Ja. Ja ja, natuurlijk, hij heeft me immers beloofd... Maar ik heb Hercule niet vermoord! Hercule was m'n beste vriend. Hij was goed voor me. Ik had 'm kunnen bestelen en beroven, maar ik ben altijd eerlijk tegen 'm geweest. Ik... ik ben 'm niet één keer ontrouw geweest... Waarom denken jullie nou dat ik 'm vermoord heb?

Schaduw: Nou nou nou nou nou, daar hebben we met niet één woord over gerept, wel?

Mimi: 't Is allemaal zo afschuwelijk.

Schaduw: Eerlijk gezegd gaat m'n verdenking een heel andere kant uit. Ik heb toevallig iemand ontmoet die Maître Hercule in het vliegtuig naar Toulouse vergezeld heeft, en heel toevallig droeg zij net zo'n zegelring als u, met precies hetzelfde wapen. Die dame heette Françoise Marlan de Sevérin.

Mimi: Wat zegt u?

Schaduw: Maar ik denk niet dat zij de Françoise is die haar brieven liever Poste Restante Rue Danton ontving, brieven van een zekere Polo, ook wel Herbert Huggerboth genaamd, en vorig jaar vrij plotseling overleden bij het schoonmaken van een pistool.

Mimi: Maar wat heb ik...

Schaduw: Op hetzelfde ogenblik heeft Hercule Bavarde er ineens geen bezwaar meer tegen om een zekere ruchtbaarheid te geven aan zijn inmiddels een jaar oude verhouding met eh... de vrouw van een bekend chirurg, zullen we maar zeggen?

Mimi: (zucht) U schijnt heel wat te weten.

Schaduw: Ja.

Mimi: En wat dan nog? Je kunt ook genoeg krijgen van al die kouwe deftigheid. En maar thuis zitten, en maar gesprekken voeren met ouwe kerels. Hercule was ook zo jong niet meer, maar daar zat ten minste nog leven in. Ik was het zat! Al die kouwe deftigheid en al die lelijke afgelebberde ouwe wijven. En maar kwaadspreken, en maar lasteren, en jaloers.

Frochot: Ik kan het me voorstellen.

Mimi: Ik hield van Hercule! Ik hield van 'm. En dan komen twee niksnutten mij... mij d'r van verdenken dat ik... Mij... verdenken! Mij!

Schaduw: Je begaat één kleine vergissing: niemand beschuldigt je van moord. Chantage is natuurlijk een ander geval. Nog één vraag: je meisjesnaam.

Mimi: Mimi... Mimi Eguzon. Dat "Alouette" had Hercule uitgedacht.

Schaduw: Ik zou de telefoon met rust laten, Mimi. Er wordt meegeluisterd. En buitenshuis telefoneren, dat zou ik niet doen. Wij gaan nu wel weg, maar we laten duizend ogen achter...