Home / Index D. / Deurwaarders delirium / Deel 2 - Deurwaarders delirium

Deel 2 - Deurwaarders delirium

Een ongenaakbare weduwe.

Silvère en de Schaduw zien vanuit hun hotelkamer in Foix-sur-Ariège Hercule Bavarde, notaris annex deurwaarder, dansend op de muziek van de radio een foto kussen. Ze zien hem ook dood neervallen na het nuttigen van een drankje, dat cyanide blijkt te bevatten. De Schaduw komt tot de ontdekking dat meneer Bavarde bij chantage praktijken betrokken is.

Beluister deel 2 en lees het script op deze pagina mee.

Selecteer een deel.

De rolverdeling van deel 2.

Dogi Rugani Madame Bavarde
Jan Borkus Silvère
Frans Somers Inspecteur Charles Carlier, de Schaduw
John Leddy Dokter Poil
Auteur: Havank
Bewerking: Pieter Terpstra
Regie: Wim Paauw
Omroep: NCRV
Dit deel is uitgezonden op: 19-08-1974

Het script van deel 2.

Het script is voor u uitgeschreven door Herman en Marc Van Cauwenberghe.

Bavarde: Ik wil die brieven zien! Ik wil weten wie mijn man vermoord heeft!

Silvère: Natuurlijk, Madame. En u kunt erop rekenen dat wij ons best zullen doen om dat aan de weet te komen.

Bavarde: Ja, maar wat doet u hier? We hebben onze eigen politie! Jullie kunnen me wel van alles vertellen! Het kan best zijn dat jullie zelf...

Schaduw: ...de moordenaars zijn.

Bavarde: O!

Schaduw: Weest u maar gerust, Madame, het dienstmeisje zal u wel verteld hebben dat we onze legitimatiekaarten hebben laten zien.

Bavarde: Nou, die papieren kunnen wel vals zijn. Ik wil onze eigen politie d'r bij. En de pastoor.

Silvère: Dat is uitstekend, Madame, maar toch wil ik u even zeggen dat mijn naam Silvère is, commissaris bij de Sûreté Nationale, en dit hier is mijn collega hoofdinspecteur Carlier. Madame, dat wij hier zijn, dat komt omdat wij heel toevallig getuige waren van de tragische gebeurtenis.

Bavarde: Hè? Wat?

Silvère: Kijk, vanuit onze hotelkamer kunnen wij hier naar binnen kijken. Toen zagen wij dat eh... wijlen uw man iets... iets eh... dronk... iets eh...

Bavarde: Iets dronk?

Schaduw: "Levenselixer" staat er op de fles. Maar het viel verkeerd!

Silvère: Ja, ja. Wij moeten dus aannemen dat er in zijn glas iets zat dat dodelijk is.

Bavarde: Maar...dan... dan is ie vergiftigd!

Silvère: Dat vrezen wij ook, Madame.

Bavarde: Nee, ik wil onze eigen politie. Ik... ik wil de pastoor. 'k Vertrouw jullie niet. Ik... ik geloof jullie niet. (verlaat de kamer)

Schaduw: Nou, dat was dan Madame Bavarde.

Silvère: Mm. Zeg, Schaduw, weet je wat ik vreemd vind? Hè? Dat ze helemaal in het zwart gekleed is. 't Lijken wel rouwkleren.

Schaduw: Dat zijn het ook. Voor die zoon die op zee gebleven is, weet je wel?

Silvère: Ach ja, natuurlijk, ja ja ja.

Schaduw: Ja ik kan me vergissen, maar ik heb het gevoel dat zij zich dat meer heeft aangetrokken dan het plotseling overlijden van haar echtgenoot.

Silvère: Ja, ja, ja. Ze leek me meer geschokt dan bedroefd, ja. En zoals ze naar onze dooie deurwaarder keek, hè, niet bepaald met vertedering, maar eh...

Schaduw: Grimmig.

Silvère: Grimmig, juist, juist, alsof ze wilde zeggen: "Jij hebt je verdiende loon" Ja, wat doen we nou verder, Schaduw? Hè? De zaak aan de plaatselijke autoriteiten overlaten?

Schaduw: Wat mij betreft: noch de plaatselijke politie, noch de pastoor. Kijk, Silvère, ik heb zomaar opeens het gevoel dat ik moet weten wie de notaris-deurwaarder gekeeld heeft. En plaatselijke politie, je weet het...

Silvère: ...dat geniet zelden je sympathie. Ja, akkoord, Schaduw. Maar blijft de vraag: wat gaan wij doen?

Schaduw: Eerst nog even naar die brieven kijken. Ik had zojuist een zeer boeiend exemplaar in de hand toen Madame ons kwam storen.

Silvère: O ja?

Schaduw: Ja. Een brief van goeden huize, als ik zo noemen mag.

Silvère: Ja... ja, ja, het familiewapen staat er tenminste op, hè?

Schaduw: Ja ja.

Silvère: En dat klopt weer met dat kroontje op de envelop. "Warling Hall. Ockham, Surrey, England" Zo zo. Wie is eh... wie is de ondertekenaar?

Schaduw: Ene Polo.

Silvère: Polo. De brief is in het Frans geschreven.

Schaduw: En bevat een roerende liefdesverklaring. Tjonge jonge, z'n ontboezemingen zijn zo rot dat je d'r een lege kachel mee kunt aanmaken! (beiden lachen)

Silvère: Wie zou die Polo zijn?

Schaduw: Hij heeft het over "die ouwe vent van je". O, hij schrijft hier: "spijtig dat die ouwe man er nog niets voor voelt om z'n plaats in te ruimen".

Silvère: "Voelde misschien"... Die brief is al minstens twee jaar oud.

Schaduw: Hier, luister, Silvère: Polo schrijft dat ie al enkele maanden medicijnen studeert, en dat ie het een en ander afweet van vergiften.

Silvère: Vergiften...

Schaduw: Mm.

Silvère: Vergiften? En onze notaris-deurwaarder...

Schaduw: Mm?

Silvère: Maar, maar wat hebben dan Polo en eh... hoe heet ze ook weer... eh...

Schaduw: Madame Françoise Marlan de Sevérin.

Silvère: ... wat hebben Polo en Madame Françoise met deurwaarder Bavarde te maken?

Schaduw: Polo studeerde twee jaar geleden medicijnen. Bavarde had de brieven van Polo aan zijn geliefde Françoise in bezit, en als we aannemen dat ie er chantage mee bedreef, dan was er dus aanleiding voor Polo, een jonggezel die verstand heeft van vergiften...

Silvère: Boeiende speculatie, Schaduw.

Schaduw: Inderdaad, speculaties. Laten we tot de werkelijkheid terugkeren. Die portretten bijvoorbeeld. Ik zei je zo-even dat ik in het café had gehoord dat de enige zoon, de troonopvolger, op zee gebleven is.

Silvère: En dat tussen geen enkele van die foto's geen enkele foto van een zeeofficier te vinden is.

Schaduw: Juist. Ook dat is verklaarbaar dankzij de informatie in mijn tijdelijk stamcafé!

Silvère: Ha! Jij schijnt op de hoogte te zijn van 't hele dorpsleven.

Schaduw: Ja, en dat blijkt nu maar weer nuttig te zijn, nietwaar? Welnu, Hercule junior is bij papa in ongenade gevallen, omdat hij niet wilde trouwen met de dikke dochter van een partijbons die de deurwaarder voor hem bestemd had.

Silvère: Ja?

Schaduw: Bovendien wilde hij naar zee in plaats van naar balie en politiek.

Silvère: En is ie toen met een ander getrouwd?

Schaduw: Juist. Een huwelijk dus tegen de zin van papa...

Silvère: Juist.

Schaduw: ...maar terdege in de hand gewerkt door... mama. Grote bonje tussen de echtgenoten. Aldus sprak het Café du Commerce.

Silvère: (lacht) Misschien kun je d'r vanavond meer opsteken als daar bekend is dat de notaris vermoord is. Dat zal de gesprekken wel op gang brengen.

Schaduw: Nee, vannacht wilde ik met je goedvinden nog naar Parijs gaan. En zullen we nu samen een gesprekje met de weduwe Bavarde voeren?

Silvère: Ja ja.

Schaduw: O ja, eerst nog iets anders.

Silvère: Wat eh... wat ga je doen?

Schaduw: Onze vriend Joram Jorkins van Scotland Yard bellen. Misschien kan hij ons helpen. Ik ben namelijk zeer nieuwsgierig naar ene Polo die medicijnen studeerde en verstand heeft van vergiften. (neemt de hoorn op en draait een nummer)

Silvère: Madame Bavarde, mijn collega en ik, wij eh... wij begrijpen natuurlijk beiden hoe tragisch, hoe eh... afschuwelijk dit is voor u.

Bavarde: Wilt u zich bepalen tot de feiten, en tot de vragen die u meent mij te moeten stellen?

Silvère: Eh... Madame, uw man, die het slachtoffer is geworden van een... van een laffe moord...

Bavarde: U sluit dus bij voorbaat de mogelijkheid van een zelfmoord helemaal uit?

Silvère: Eh... ja, gezien hetgeen aan z'n dood voorafging, Madame. Ik zei u al dat wij heel toevallig getuige waren. Ik zal 't u vertellen.

Bavarde: Bespaar me dat. Hij heeft z'n verdiende loon. De gerechtigheid heeft 'm achterhaald.

Schaduw: Hoe wist u feitelijk dat uw man geen natuurlijke dood gestorven is?

Bavarde: 'k Heb ogen om te zien, oren om te horen, en hersens om m'n gevolgtrekkingen te maken.

Silvère: (kucht) Bedoelt u dat u iets dergelijks had voorzien?

Bavarde: Wie het gevaar zoekt, zal erin omkomen.

Schaduw: Eh... had hij vijanden.

Bavarde: Dat is nu wel duidelijk gebleken, ja. 'k Zal alleen niet rusten eer ik weet wie het gedaan heeft. 'k Heb onze eigen politie al gewaarschuwd. Ze zullen zo wel hier zijn. De pastoor is naar Toulouse. Die komt vanavond.

Silvère: Eh... Madame, wij hebben de indruk dat de moord gepleegd is met een vrijwel onmiddellijk werkend vergif. Wilt u weten welk vergif?

Bavarde: 't Is me volkomen onverschillig.

Silvère: Wij hebben dus ook gezien hoe hij het vergif heeft ingenomen.

Bavarde: Notaris Bavarde was een dronkaard.

Schaduw: Dronk hij ooit whisky?

Bavarde: Geen alcohol komt over de drempel van mijn huis.

Silvère: Ja, maar op de schrijftafel van uw man stond een fles waarin oorspronkelijk whisky had gezeten, maar waarop nu het etiket van een apotheek hier in Foix zit. Eh... was ie misschien ziek?

Bavarde: Voor zover ik weet had ie geen lichamelijke kwalen, maar talrijk waren de kwalen van zijn ziel.

Schaduw: (kucht) Madame, kent u de apotheek van dokter Poil?

Bavarde: De apotheek van dokter Poil is een infaam adres. Ik wens die naam in mijn huis niet te horen.

Silvère: Ja, niettemin komt die fles uit die infame apotheek.

Bavarde: Wendt u zich dan tot eh... tot die man.

Schaduw: Een visite aan dokter Poil staat bovenaan op de lijst van onze voornemens.

Silvère: Was dokter Poil een relatie van uw man?

Bavarde: 't Zou me niet verbazen.

Silvère: Waarom niet?

Bavarde: Geen eerzame vrouw zou zich in die... in die winkel durven vertonen.

Schaduw: Maître Bavarde was nogal vaak in Parijs, meen ik.

Bavarde: Met de zaken van Maître Bavarde heb ik me in principe nooit bemoeid.

Silvère: Z'n leven in Parijs was voor u een gesloten boek?

Bavarde: En dat zal voor mij, naar ik vurig hoop, een gesloten boek blijven!

Schaduw: Eh... hoe was zijn doen en laten hier in Foix?

Bavarde: Hu, hij zou er zich wel voor wachten zich hier een reputatie op de hals te halen!

Schaduw: Maar als zijn gedrag hier onbesproken was, en u van zijn leven in Parijs niets afwist, hoe kunt u dan zeggen dat ie een zondig leven leidde?

Bavarde: Die vraag is een impertinentie.

Schaduw: Mijn beroep is nu eenmaal een impertinent beroep.

Bavarde: 't Is uw beroep, niet het mijne.

Silvère: Madame Bavarde, eh... uw houding is niet bepaald hulpvaardig. Naar de reden kan ik natuurlijk alleen maar gissen, daar zal ik het verder bij laten, maar ik zou u wel de goeie raad willen geven daar niet in te volharden. Ik heb namelijk de indruk dat u probeert iets te verbergen, iemand misschien eh... tegen verdenking te beschermen.

Bavarde: U denkt maar wat u wilt.

Schaduw: Wat was het Parijse adres van uw man?

Bavarde: Ik meen dat alle zakelijke correspondentie van het kantoor en zo 'm poste restante nagezonden werd.

Schaduw: Weet u misschien naar wel postkantoor in Parijs?

Bavarde: Ik meen dat het het postkantoor in de Rue Danton was.

Schaduw: Mm. U kent dus alleen dat poste restante-adres, geen appartement of flat of zoiets?

Bavarde: Mijn man was voor mij nagenoeg een vreemde.

Silvère: U heeft zelf gevraagd om de plaatselijke politie te waarschuwen. Denkt u dan niet dat die wel 'ns eh... minder lankmoedig kunnen zijn dan mijn collega Carlier en ik?

Bavarde: 'k Vrees de heren niet. En misschien kunnen we nu ons gesprek beëindigen. 'k Heb nog wel het een en ander te regelen, zoals u misschien wel zult begrijpen.

Silvère: Wel, het was mij buitengewoon aangenaam u te mogen ontmoeten, Madame. Het spijt me wel dat het onder zulke tragische omstandigheden moest.

Schaduw: Nog één vraag, Madame.

Bavarde: Mm?

Schaduw: Kent u dit?

Bavarde: Maakt dat u wegkomt! (deur wordt hard achter hen gesloten)

Silvère: Hé? Waarom was ze nou zo kwaad, Schaduw? Wat liet je d'r nou zien?

Schaduw: Het portret van Mimi Alouette. Ze herkende 't, en daaruit volgt, Silvère, dat ze liegt.

(voetstappen - klop op de deur - binnen zonder antwoord af te wachten)

Dokter Poil: Hè?

Schaduw: Dokter Poil, uw assistente zei me dat u me vanavond onmogelijk kon ontvangen, maar ik moet straks nog op reis en daarom ben ik zo vrij...

Poil: Maar dit is een impertinentie! U komt hier binnenvallen...

Schaduw: O nee, integendeel. Rechtop van lijf, rechtop van ziel, dat is de stand naar ons behagen. Maar blijft u rustig zitten. Ik kom hier voor een gesprekje over ons aller Hercule.

Poil: Bavarde? Maître Bavarde? De notaris?

Schaduw: Dat is 'm helemaal. U voorziet hem, meen ik, van een bepaald geneesmiddel.

Poil: Kent u Bavarde?

Schaduw: Hoe zou ik de grote Hercule niet kennen, de eminente staatsman, de onovertroffen redenaar.

Poil: U bent van de Sûureté, nietwaar?

Schaduw: Van het moederhuis zelf, in Parijs.

Poil: Uw gezicht komt mij bekend voor. Ik heb u ergens op een foto gezien. Wat is feitelijk het doel van uw bezoek?

Schaduw: Een recept en een analyse. Wat is, als ik het zo noemen mag, het oogmerk van die medicijn?

Poil: Ja, u kent de zwakheid van Hercule, neem ik aan, de eminente staatsman, de onovertroffen redenaar, maar tevens de Don Juan.

Schaduw: Ja ja, hij was verliefd. Bovendien was ie over de zestig, en Mimi Alouette waarschijnlijk nog geen dertig.

Poil: En het vlees is gewillig, maar het is tevens zwak.

Schaduw: (lacht fijntjes)

Poil: Als u begrijpt wat ik bedoel.

Schaduw: Tot op vele decimalen nauwkeurig. Dat drankje is dus een Eh... "levenselixer" zullen we maar zeggen.

Poil: Ja, dat is geen slechte kwalificatie. U kent Mimi, merk ik. Knappe meid.

Schaduw: Aanbiddelijk! Ik ben er eenvoudig weg van! Ik loop zelfs met het portret van Mimi in m'n zak. Alstublieft.

Poil: Ik was er al bang voor. Ik had zo'n idee dat Hercule er nog 'ns last mee zou krijgen. "à son Chou-chou adoré" Hoe komt dat portret eigenlijk in uw bezit!? Ik weet toevallig dat hij het altijd zorgvuldig achter slot en grendel hield. Of zijn d'r nog meer in de omloop?

Schaduw: Nee nee, dit is wel degelijk Hercules exemplaar.

Poil: Mm. Kan ik u op een of andere manier van dienst zijn? Wat is er eigenlijk aan de hand?

Schaduw: U bedoelt: hoe komt dat portret in jouw vingers?

Poil: Ja, inderdaad. Hercule en ik staan nogal op vertrouwelijke voet met elkaar. U zoudt me zijn lijfarts kunnen noemen. Ik heb 'm meer dan eens "opgelapt". Die medicijn bijvoorbeeld, dat levenselixer, bereidde ik persoonlijk. Het verbaast me dat u het portret hebt, want hij bewaarde 't namelijk in een la met een speciale sleutel.

Schaduw: Dat weet ik. En ik heb die sleutel.

Poil: Hè? U hebt de sleutel?

Schaduw: Maar ik had die sleutel niet nodig, want de la was open en de foto stond op het schrijfbureau. Hij was bezig gymnastiek te doen. "Hou de ouwe bok fit", u weet wel. Ik zag het toevallig vanuit m'n hotelkamer. Na de oefeningen nam ie een glas en deed daar uw medicijn in. Hij sloeg het in één keer naar binnen... Ploem!

Poil: Maar dat portret... Het is u ter hand gesteld door Hercule zelf? Of door iemand anders?

Schaduw: Ik heb het 'm afgenomen. Hij heeft er nu verder toch niets meer aan.

Poil: Hè?

Schaduw: Het levenselixer was 'm te machtig, vrees ik.

Poil: Fataal? Die drank fataal? Maar dat is waanzin, m'n waarde heer. Wat bedoelt u?

Schaduw: Niet het drankje zelf misschien, maar wel de cyanide erin.

Poil: Cyanide!?

Schaduw: En ie was op slag dood.

Poil: Grote goedheid, maar dat... maar dat is ontzettend! Maar wat zegt u: cyanide!? Hoe kan dat?

Schaduw: Dat is nu precies wat ik van plan ben te gaan ontdekken. Kunt u me ook zeggen wanneer de fles is afgeleverd?

Poil: Ik heb geen cyanide in heel m'n apotheek.

Schaduw: Die fles is wanneer afgeleverd, zei u? De vraag is belangrijker dan u denkt!

Poil: Eh... 'ns even kijken: hij is vier dagen geleden met het vliegtuig naar Parijs gegaan. Op weg naar het vliegveld te Blagnac is hij zelf de fles komen halen. Eens per week ruilde hij de volle fles voor de lege.

Schaduw: Dus u hebt die lege fles nog?

Poil: Ah, ik begrijp waar u heen wilt. Ja, maar die fles is alweer gespoeld en gevuld.

Schaduw: Ik zou die fles toch graag willen hebben.

Poil: Nou, ik zal 'ns even gaan kijken... (gaat kijken tussen enkele flessen) Ja, hier is de fles nog. Helaas alweer gevuld.

Schaduw: Dank u. Enige reden waarom hij (ontstopt) of u dit speciale mo...del... (snuift aan de fles) Hé, maar... dit is...

Poil: Ja, ik begrijp wat u bedoelt: de scherpe lucht van amandelen, de karakteristieke geur van cyanide. Maar het is geen cyanide. Hier..., ik drink er zelf van zoals u ziet. Nee, de amandelsmaak heb ik eraan toegevoegd om de andere onaangename smaak te verzachten.

Schaduw: Mm.

Poil: Dat verklaart natuurlijk waarom Hercule bij het innemen geen argwaan had, en het doet vermoeden dat de dader van de samenstelling van de drank op de hoogte moet zijn geweest.

Schaduw: Maar hoe komt iemand die geen medicus is aan cyanide?

Poil: Ja, dat is bijna uitgesloten.

Schaduw: Had Bavarde relaties in medische kringen?

Poil: Nee, althans niet buiten mezelf.

Schaduw: Huh. Bavarde is vier dagen geleden naar Parijs gegaan. Hoeveel moet hij uit die fles ingenomen hebben sindsdien?

Poil: Vier slokken, één per dag. Mag ik u iets vragen?

Schaduw: Natuurlijk.

Poil: Ziet u, Her... Hercule en ik zijn... waren heel oude vrienden. U begrijpt dus dat zijn plotselinge en gewelddadige dood... Kortom, ik zou het enorm op prijs stellen als u mij enigszins op de hoogte zoudt willen houden van de vorderingen van uw onderzoek. Te veel gevraagd?

Schaduw: Ik beloof het u. Ik zal u te zijner tijd nauwkeurig inlichten over de conclusies van mijn onderzoek. Te zijner tijd, natuurlijk...

Poil: Mm.

Schaduw: ...niet eerder. Bijvoorbeeld, vlak voordat ik tot een arrestatie overga.

Poil: U gaat weer heen?

Schaduw: Ik zei het al: ik moet nog op reis.

Poil: Parijs?

Schaduw: Parijs, ja.

Poil: Hoe is Louise eronder? Erg overstuur zeker?

Schaduw: Louise?

Poil: Ja, z'n vrouw.

Schaduw: O, hoe de weduwe de schok opving, bedoelt u? Ferm. Heel erg ferm. En tevens buitengewoon ongenaakbaar. Noemt u haar Louise? Ik had de indruk dat ze u...

Poil: ...niet erg mag, nee. Maar kijk, er valt niets aan te veranderen dat ik haar broer ben.

Schaduw: Wat zegt u?

Poil: En Hercule Bavarde... was dus m'n zwager.