Home / Index D. / Dubbelspion / Deel 4 - Dubbelspion

Deel 4 - Dubbelspion

Dubbelspel.

Het verhaal speelt zich af in een fictieve wereld, waarin Skrya haar geheime dienst Skrypol inzet om bij de vijand, de Pentaanse federatie, te infiltreren. De geheime dienst, Skrypol, besluit om het hoofd van de Pentaanse contraspionage, Sheerin Antau, te vervangen voor een infiltrant.

Want ondanks dat Sheerin Antau in werkelijkheid voor Skrya werkt, heeft men twijfels aan zijn loyaliteit en verdenkt men hem van dubbelspel. Zijn gezondheidstoestand is ook niet al te best. Daarom wordt subject 312, een ontvoerde Pentaniër, ingezet als vervanger. Het geheugen van deze Pentaniër wordt gewist en zowel psychisch als ook fysiek wordt hij aangepast om voor Sheerin Antau door te gaan.

Beluister deel 4 en lees het script op deze pagina mee.

De rolverdeling van deel 4.

Ton Kuyl Protector, dictator van Skrya
Gerard Hartkamp Marakosh, hoofd van Skrypol
Peter Aryans Mortziem, huisbediende van Sheerin
André van den Heuvel Sheerin 2
Frans Koppers Majoor Bérlamon
Maxim Hamel Treponets, chefstaf
Fé Sciarone Lielée, secretaresse van Sheerin
Luc Lutz Kwentis, assistent van Sheerin
Wam Heskes Garnizoenscommandeur
Jan Verkoren Een chauffeur
Harry Bronk Manschap
Jan Verkoren Manschap
Donald de Marcas Manschap
Tonny Foletta Manschap
Rien van Noppen Een piloot
Louis de Bree Medico
Auteur: Carl Lans
Regie: Léon Povel
Omroep: KRO
Dit deel is uitgezonden op: 17-11-1963

Het script van deel 4.

Het script is voor u uitgeschreven door Herman en Marc Van Cauwenberghe.

Protector: U begrijpt nu, Marakosh, hoezeer de snelheid van onze aanval mede afhangt van de plaatsing van een agent in het zendergebouw. Alleen de liquidatie van Zorak, dat was een fout.

Marakosh: Maar ze werd uitgevoerd als normaal auto-ongeluk.

Protector: Ik bedoel fout wegens haar terugslag op Sheerin. Hij had tevoren gemakkelijk die oplossing kunnen zien, maar hij zag alleen bezwaren. Waarom? Omdat hij een innerlijke weerstand heeft tegen dergelijke dingen. Die mogen we niet nodeloos gaan aanwakkeren.

Marakosh: Een restant van z'n vroegere persoonlijkheid...

Protector: ...waarvan hij zich niet bewust mag worden. En zeker niet onnodig zoals in het geval Zorak.

Marakosh: Toch is dit risico niet onrustbarend, kameraad Protector. Toen we hem uit Pentanië ontvoerden, wisten wij al spoedig dat dit soort weerstanden te verwachten waren. Dus heeft ons psycholab hem bij zijn transformatie tevens daartegen een soort compensatie meegegeven. Een veiligheidsklep als het ware.

Protector: Eh... ik herinner mij iets, die handenwasmanie. Als hij zich onbewust verontreinigd voelt, wast ie dat weg. Maar die manie zal 'm zelf toch gaan opvallen?

Marakosh: Onze hoofdmedico meent dat hij dan geneigd zal zijn daar een verstandelijke verklaring aan te geven, bijvoorbeeld een zekere vrees vingerafdrukken achter te laten.

Protector: Z'n vingerafdrukken die konden we natuurlijk niet wijzigen.

Marakosh: Bovendien voelt hij zich nog steeds een volbloed Skrytisch patriot.

Protector: Ja. En nu z'n nieuwe opdracht inzake het project O, dat pseudo-complot van nagemaakte bankbiljetten.

Marakosh: Die tweede opdruk, door de federale bank van Pentanië geplaatst op hun echte bankbiljetten, hadden wij al gauw door.

Protector: Mm. We zouden trouwens bij bezetting van Pentanië alleen maar hinder hebben van een monetaire crisis daar. En de invoer van onze namaak?

Marakosh: Die spelen wij verder, als... domme amateurs. Overigens zeer goede amateurs, als ik het opmerken mag, want wij hebben het daardoor zo kunnen leiden dat onze man Sheerin zich daar aan het hoofd kan stellen van de tegenactie.

Protector: Hij kent z'n opdracht?

Marakosh: Wij hebben hem die via een fotomorsebericht laten opvangen. Vermoedelijk is hij nu in zijn woning bezig met de ontcijfering ervan.

Protector: Mooi. Na die opdracht zal ie z'n handen nog wel 'ns een keer extra moeten wassen, neem ik aan.

Mortziem: Voor dit principe, meneer Sheerin, om morseseinen rechtstreeks op filmstrook vast te leggen, heeft Skrypol toch een bewonderenswaardige toepassingsmethode gevonden.

Sheerin 2: Eenvoudig en waterdicht... (ontvangstsignaal) Ah, daar komt de geluidskopie bestemd voor de Staf. Ik heb uit dat pak biljetten intussen het primaire sleutelwoord. Hier, stel het gelijk in op de cryptorecorder, dan kun je 't automatisch ontcijferen.

Mortziem: Hier hebt u dan het fotolint, meneer Sheerin...

Sheerin 2: Ja.

Mortziem: ...voor verdere inspectie. Als er tenminste een secundair bericht in zit.

Sheerin 2: O, zeker. Het pak muntbiljetten bevatte namelijk twee sleutelwoorden, dus moet het andere bestemd zijn voor een verborgen bericht. Wel, de film in de vergroter. (doet dat) Juist. (schakelt aan) Mm! Zo bij de vergroting te zien zijn de puntstrepen van het morsebericht niet langer vlak maar onregelmatig geribbeld... Lukt dit, Mortziem?

Mortziem: Ja, meneer. Het primaire bericht noemt een tijdstip van "landing helikopter".

Sheerin 2: Ah, mooi. Nou, nu mijn privé-bericht. Sleutelwoord tegelijk op geluidsband. (schakelt aan) En nu luisteren. (doet dat)

Sheerin 2: Er was een tweede bericht, samengeperst in de puntstrepen van het eerste. Voor mij persoonlijk. Bij de nieuwe lading biljetten die per helikopter zou worden gelost, zou een distributieplan zijn. Uiteraard moest dit tevens een aanwijzing bevatten voor het tijdstip van de beraamde Skrytische aanval op Pentanië. Dit papier behoorde natuurlijk door de piloot bij arrestatie van de bende te worden verbrand. De piloot zou echter talmen tot ik mij meester van hem en het papier had gemaakt. Dat papier, dat vanzelfsprekend een onjuiste datum van de aanval zou aangeven, diende ik aan de Pentaanse Staf te overhandigen.

Er was echter één gevaar: de talmende piloot, na arrestatie onder scopolamine ondervraagd, kon doorslaan. Voor de piloot werd dus een... andere voorziening beoogd... Ik huiverde toen ik begreep wie deze voorziening moest treffen... Die avond voor de maaltijd verfriste ik mij zorgvuldig, doch eetlust had ik niet. Onwillekeurig dacht ik aan die piloot, en mijn taak, morgen.

Majoor Bérlamon: Ik had dezelfde gunstige indruk, generaal.

generaal

Tréponets: In vertrouwen, majoor Bérlamon, ik vond die Sheerin altijd een beetje kleverig, maar eigenlijk valt ie wel mee.

Bérlamon: Dat hese in zijn stem, dat moet het zijn geweest. Het werd steeds erger, ja. Schijnt ie nu toch van af te zijn.

Tréponets: Stil, daar komt ie.

Sheerin 2: (komt binnen met Lielée) Goede morgen, generaal Tréponets, majoor Bérlamon.

Tréponets: Juffrouw Podrassi, meneer Sheerin, neemt u plaats.

Sheerin 2: Neem deze stoel, Lielée, die is niet zo ongemakkelijk.

Lielée: O, ik kan toch wel noteren. Nou, goed, Dank u. (gaat zitten)

Tréponets: En? Sheerin?

Sheerin 2: Ja, misschien heb ik een aanpak gevonden om de hele Skrya-bende die de biljetten invoert te snappen.

Tréponets: Zo? Gisteravond dus een inspiratie gekregen.

Sheerin 2: Nee, generaal, nee. Een bericht ontcijferd dat door mijn mensen is opgevangen langs een... langs de zendketting van Skrypol-agenten. Ik heb het bij me, op geluidsband, maar het komt hierop neer: vanavond te 23:15 uur komt een Skrytische helikopter ergens op een afgesproken plek een nieuwe lading biljetten lossen.

Tréponets: Een gelukstreffer, dat bericht! Nou, we kunnen die lui eenvoudig door de recherche laten inrekenen. Spaart u personeel uit.

Sheerin 2: Ja, da's ook mijn gedachte, generaal Tréponets, maar... er is meer.

Bérlamon: U bedoelt, een bijzonder Afweer-aspect?

Sheerin 2: Nee, nee nee, ditmaal puur militair.

Tréponets: Dat staat altijd nog te bezien.

Sheerin 2: Ja, zelfs heel zorgvuldig. Want eh... bij de zending valse biljetten moet immers eh... ja, moeten immers instructies zijn, een soort tijdstabel voor verspreiding. Nou, en deze verspreiding moet zijn voltooid op het tijdstip dat de Skrytische militaire aanval begint.

Bérlamon: Inderdaad... Sheerin moet gelijk hebben!

Tréponets: Hun tijdstip van aanval moet daaruit kunnen worden afgeleid.

Sheerin 2: Zodat we dus staan voor een gezamenlijke actie van uw hoofdkwartier en mijn Afweerdienst.

Bérlamon: Bovendien een snelle. Vanavond om 23:15 uur komt immers die helikopter.

Sheerin 2: Mm.

Tréponets: Dan neemt u, Sheerin, de leiding van de gezamenlijke actie. Majoor Bérlamon, u gaat met 'm mee. Als verbindingsofficier met algemene volmacht rekwireert u de benodigde troepen waar u maar wilt. Tezamen omsingelt u de landingsplaats.

Bérlamon: Die landingsplaats? Waar?

Sheerin 2: Ja, die werd niet in het bericht vermeld.

Bérlamon: Ja, als we die niet vinden, dan... fuut! onze kans. (er wordt geklopt)

Tréponets: Stil! korporaal: (komt binnen) Uw mokka, generaal. In vier kopjes

Tréponets: Ja, ga maar rond, korporaal.

Lielée: Dank u, korporaal.

Bérlamon: Het weer is vandaag niet zo best voor een tochtje. De lucht betrekt.

Tréponets: Dank je, korporaal... Misschien brengt die mokka ons inspiratie. Hier, om te roken. korporaal: Dank u wel, generaal. Leef lang! (verlaat het vertrek)

Tréponets: Tja! Hoe komen we in die paar uur nog aan de weet waar die biljetten ergens worden gelost?

Sheerin 2: Ja, daarstraks heb ik de situatie in de zuidprovincie Tatosh d'r eens op nagezien, generaal Tréponets. Kijk, die lijn van verspreiding begon immers bij Bellatrossa, nabij de Skrytische grens. Waarom zouden ze ook die helikopter voor biljetten daar niet aan de grond zetten?

Bérlamon: Waarom wel?

Tréponets: Nee nee nee nee, ik begrijp z'n bedoeling, Bérlamon. Als Skrypol niet weet dat wij van alles op de hoogte zijn, waarom zouden ze dan de operatiebasis verleggen? Gaat u verder, Sheerin.

Sheerin 2: Eh... ook heb ik de stafkaarten van het terrein daar om Bellatrossa 'ns bekeken. Een eh... flink eind buiten het dorp is namelijk een klein bos. Midden in dat bos is een open plek of een... een... een weide. Ideaal om een heli te laten landen.

Bérlamon: Bellatrossa?

Sheerin 2: Mm.

Bérlamon: Een ongelooflijk eind weg, generaal.

Tréponets: Goed, majoor Bérlamon, wendt u zich dan tot de luchtmachtstaf voor een straaltoestel. Over een uur of eh... vier kunt u dan landen op het vliegveld Tatolox, en vandaar... Nou ja, goed, dat moeten we dan nog even zorgvuldig uitdenken. We kunnen niet eenvoudig met een compagnie conscripts in uniform dat bos in marcheren. Die bende zal trouwens ook wel wachten hebben uitgezet.

Sheerin 2: Ja? Ja? Je lijn is toch veilig? Goed. Waar zit je nou? Mooi. Blijf die vent aan z'n staart hangen. Ergens zal wel een contact bestaan tussen hem en zijn opdrachtgevers in Skrya. Mooi. Nou, sluiten dan maar. Ik hoor van je langs de gebruikelijke weg. (schakelt uit)

Lielée: Wie was het?

Sheerin 2: Latikom. Hij schaduwt een vent, vermoedelijk Skrya-koerier.

Lielée: Mm.

Sheerin 2: Wie weet hoeveel er van die lui hier rondlopen. O, wacht even. (schakelt in) Kwentis?

Kwentis: Jawel?

Sheerin 2: Doe me een plezier en laat een eh... laboratoriumtas voor me samenstellen, binnen het uur.

Kwentis: Zo vlug?

Sheerin 2: Operatie in het residentschap Tatosh, vanavond.

Kwentis: 'n Heel eind weg. Mm. En ik mag uw tas inpakken?

Sheerin 2: Van die tas kan heel veel afhangen, Kwentis.

Kwentis: Mm.

Sheerin 2: Daarom belast ik jou met het toezicht. De gehele inventarislijst nalopen, alle flesjes controleren op inhoud.

Kwentis: Komt in orde.

Sheerin 2: Goed. Eh... ik moet ook nog eten. 't Toestel vertrekt om 12:15 uur. (schakelt uit - zucht) Da's nogal sneu, ja. Och, Lielée, jij hebt nogal invloed op Kwentis, hè? Ga d'r 'ns op af, hai? Leg hem uit dat zijn kans nog wel komt. Ikzelf heb nog allerlei te regelen.

Lielée: Goed, meneer Sheerin.

Sheerin 2: En houd er een oog op dat ze niets overslaan. Ik dank je. (verlaat het vertrek)

Sheerin 2: Zo... Nu mijn gehoorapparaat. 't Kleine zoemertje...

Mortziem: Ja, meneer?

Sheerin 2: Luister, Mortziem. Vanavond zit ik in Tatosh. Je hebt toch mijn gesprek met de Staf kunnen meehoren?

Mortziem: Inderdaad, meneer. Alleen heeft het heel wat van uw batterij gevergd. De ontvangst is niet te best meer.

Sheerin 2: Nee, dat merk ik. Iets anders: kent iemand van jouw connecties een zekere Boratis? Contactman van Skrypol?

Mortziem: Wel eens van gehoord, ja.

Sheerin 2: Is Skrypol veel aan hem gelegen? Eén van mijn officiële lui heeft namelijk eh... hem op het oog.

Mortziem: Agent klasse 6... 7, geloof ik zelfs. Z'n betrouwbaarheid staat niet helemaal vast.

Sheerin 2: Dus hij kan eventueel worden gemist? Ja, als Pentaans Afweer-hoofd word ik geacht zo af en toe iets te vangen, hai.

Mortziem: Volkomen duidelijk, meneer. Ja, Boratis is wel misbaar. Per definitie, zou ik haast willen opmerken. Anders had uw Afweer-agent 'm stellig niet ontdekt.

Lielée: Kwentis, je moet het je niet aantrekken. Sheerin zegt: jouw kans komt ook. Maar heus, het is een zaak voor zo weinig mogelijk mensen. Geloof me.

Kwentis: Mijn kans komt ook, Lielée. Ja, hij is er bijna.

Lielée: Kwentis, je gaat toch geen domme dingen doen!

Kwentis: Waar zie je mij voor aan? Nee, ik ga ze bewijzen dat ik meer kan. Je gelooft toch zeker niet dat Sheerin me zal vooruithelpen?

Lielée: Mm, ik weet niet wat ik moet geloven over Sheerin.

Kwentis: Gisteren ben je met 'm gaan lunchen. Keek ik wel even van op, want je mag 'm niet. Zoveel weet ik gelukkig.

Lielée: Er is iets met Sheerin. Hij heeft iets...

Kwentis: Iets al te glads. Zal het werk wel meebrengen.

Lielée: Al een paar dagen is ie anders. Ja, z'n stem is beter, maar het zit niet alleen in z'n stem. Het... het is iets in de sfeer om 'm heen.

Kwentis: Dat is weinig concreets. Wat is nou "sfeer"?

Lielée: In ieder geval iets dat van iemand uitstraalt.

Kwentis: Dan is het niet rond hem, maar in hem. Maar wat? Misschien heeft hij wel iets ontdekt, is hij opgewonden. Ergens moet er hier toch een lek zitten waar Sheerin tot nog toe niet achter kon komen.

Lielée: Nee, hij lijkt me juist bedachtzamer.

Kwentis: Als ik er achter kon komen, hè, hem voor te zijn, Lielée. Misschien kun jij me helpen door iets meer contact met hem persoonlijk. Ja, ik weet wel, het is veel gevraagd, maar... doe het, Lielée, doe het dan voor mij.

Lielée: Uw tas komt op tijd klaar, meneer Sheerin.

Sheerin 2: Voorlopig ben ik zover. 't Is nu... 11:25 uur. Een klein half uurtje om wat te gaan eten. 't Is wel wat vroeg. En dan...

Sheerin 2: Dit keer was een etentje in gezelschap van Lielée mij bijna aangenaam. Het zou me helpen zo min mogelijk te denken aan één bepaald detail van mijn komende opdracht. Vijf minuten van ons gebouw was een snelrestaurant. We wandelden er naartoe.

Sheerin 2: Tweede lunch in twee dagen, Lielée. Ik schijn toch mijn leven te beteren, hai?

Sheerin 2: Lielée ging er niet op in. Ik zei:

Sheerin 2: Benieuwd of onze man Latikom wat vangt. Fanatieke Skrytische agenten kunnen we hier niet gebruiken, laat staan met een oorlog voor de deur. Ja, waarom haten de Skrytiërs Pentanië toch zo?

Sheerin 2: Natuurlijk wist ik dat precies. Wij in Skrya waren gedisciplineerd en arm, de Pentanen gemakkelijk levend en welvarend. Maar het leek me een goed onderwerp om Lielée aan het praten te krijgen.

Lielée: Hun zogenaamde Volksschande van een eeuw geleden is natuurlijk alleen een voorwendsel.

Sheerin 2: Toen hebben ze hun oorlog tegen ons verloren. Volksschande is voor hen even erg als hier een onuitgewiste familieblaam.

Lielée: Vóór die oorlog hadden ze al net zo'n hekel aan Pentanië als nu.

Sheerin 2: Mm?

Lielée: Nee, ik denk... Het is alleen omdat zij klein zijn en wij lang.

Sheerin 2: Nee maar, Lielée...

Lielée: Toch, toch. Het waren immers oorspronkelijk mensen van ons, verbannen. Ze hebben zich vermengd met die stammen daar. Ze voelen zich, denk ik, wat gedegenereerd, vooral omdat ze tegen ons moeten opkijken.

Sheerin 2: Mm, dat is een nieuw gezichtspunt.

Sheerin 2: Het was een nieuw gezichtspunt. Haat omdat men tegen iemand op moet zien. Een gevoel van minderwaardigheid. Was dat mogelijk? Maar...

Sheerin 2: Maar Lielée, niet alle Skrytiërs zijn kort en donker. Hier en daar komt er wel één voor zoals wij, lang en blond.

Lielée: Mm, die moeten in Skrya dan wel een ellendig leven hebben. Worden natuurlijk getreiterd tot en met.

Sheerin 2: Ja. Nogal onverstandig. Een dergelijk type konden ze beter benutten bij Skrypol. Door hun uiterlijk onopvallend tot in Noord-Pentanië toe.

Lielée: Zo eentje als Skrypol-agent, meneer Sheerin?

Sheerin 2: Mm.

Lielée: Ah, natuurlijk niet. Waar zou zo'n man een fanatieke haat vandaan moeten halen tegen Pentanië?

Sheerin 2: Geen van dit type Skrytiërs kon zo'n fanatieke haat koesteren, behalve ik. Ik herinnerde mij Morila's glanzend zwarte haren met één witte lok. Ik herinnerde mij: om haar haatte ik Pentanië. Ik, een blauwoog. Om haar tenslotte was ik agent geworden, een Skrytisch patriot. Of... haatte ik deze mensen hier werkelijk? Haatte ik bijvoorbeeld... Lielée, die mij inmiddels over haar bord met ernstige ogen onderzoekend aankeek. Ik kreeg de indruk dat ze me iets had gevraagd.

Sheerin 2: Hè? Ja, best, best, 't is goed. O, overigens, wat eh... wat vroeg je me eigenlijk?

Lielée: Ik geloof, u hebt van uw hele lunch niets gemerkt, meneer Sheerin. Ik vroeg u of ik mee kon met dat vliegtuig, en u zei: "Ja, goed".

Sheerin 2: Wat!? Met dat vliegtuig? Maar Lielée, dat kan niet, dit is werk!

Lielée: O, ik hoef niet mee op de jacht. Maar u moest me toch nog een paar rapporten dicteren?

Sheerin 2: Lielée, ik denk er niet aan.

Lielée: En de rapporten kan ik dan gelijk uitwerken in het garnizoen waar we komen.

Sheerin 2: Nee, Lielée, nee nee nee nee, ik wil niet dat jij zo'n groot risico loopt.

(in het straalvliegtuig)

Bérlamon: Dat kleine doosje, juffrouw Podrassi, dat is natuurlijk een minirecorder?

Lielée: Ja, meneer Bérlamon.

Bérlamon: En die dictaten werkt u uit via oortelefoon.

Lielée: Zeker.

Bérlamon: Rapporten van diverse agenten, hai? Deksels, Sheerin, je secretaresse is niet erg spraakzaam.

Sheerin 2: Bij Afweer is men niet spraakzaam, majoor Bérlamon.

Bérlamon: O, ik vroeg het me alleen maar af: dit alles had Lielée ook op uw bureau kunnen doen. Waarom dit risico haar mee te nemen in een straaltoestel?

Sheerin 2: In mijn Lielée steekt blijkbaar een onblusbare hang naar avontuur.

Bérlamon: Ja, maar Kwentis, mm? Juffrouw, wat vindt die d'r van?

Lielée: We zijn nog niet verloofd.

Bérlamon: 't Zou niet het eerste luchtincident zijn, juffrouw Lielée. Hebt u er wel 'ns over nagedacht dat we zouden kunnen worden neergeschoten?

Lielée: Mijn chef evenmin, majoor Bérlamon. Overigens, als u per se weten wil: ik ging mee om een paar... confidentiële verslagen op te nemen.

Bérlamon: O... ja... Begrepen. Het beste lijkt me dat ik maar 'ns een praatje ga maken in de cockpit. We moeten nu zo ongeveer wel boven Durátek zitten. (verwijdert zich)

Sheerin 2: Confidentiële verslagen... Ze vormden mijn excuus om Lielée te laten meegaan, omdat ik niet wilde denken aan... dat ene. Niet dat ik het vreesde, ik was gewapend en zou niet aarzelen, maar Lielée had haar oortelefoon weggelegd en de minirecorder uitgeschakeld en keek mij aan. Ik las iets in d'r blik. Belangstelling? Bezorgdheid? Ik zei:

Sheerin 2: Zit je in... zorg, Lielée?

Lielée: Nee...

Sheerin 2: Dus toch wel. (lachje) De blaam daarvoor treft mij. Ik had je niet moeten meenemen.

Lielée: Blaam? Ach, natuurlijk is dat onzinnig.

Sheerin 2: Blaam. Familieblaam waar Pentanië op drijft is nog veel onzinniger, zelfs gevaarlijk.

Lielée: U zou geblameerde mensen liever voor de richteren slepen? Hun hele familieleven over de straatstenen halen?

Sheerin 2: Natuurlijk niet. Ik dacht aan het gevaar van een dergelijke zede.

Lielée: Ja. Als de familiewreker minder goed op de wapen is dan de schuldige.

Sheerin 2: Ik bedoel heel andere zaken, Lielée. Heb jij er ooit bij stilgestaan dat niemand, jij niet, ik niet, zijn familie kan uitkiezen, hai? Wij worden erin geboren. Kan jij, kan ik verantwoordelijk zijn voor de daden van anderen, over wie we geen zeggenschap hebben? Maar dat is nog daaraan toe. Nee, erger is: daarom zal een geblameerde zijn blaam zo lang mogelijk verbergen. Vraag jezelf af, Lielée, hoe kwetsbaar hem dit maakt voor chantage, bijvoorbeeld door de vijand. Vraag jezelf ook af hoeveel Pentanen er hier zullen rondlopen die door chantage handlangers van Skrya zijn geworden.

Lielée: Mm, ik zie wat u bedoelt. Maar ik vraag me iets anders af, meneer Sheerin.

Sheerin 2: Ja?

Lielée: Waarom bent u zo veranderd?

Sheerin 2: Was het dit waarvoor Lielée in feite was meegereisd? Ik probeerde tijd te winnen.

Sheerin 2: We... ja, we veranderen allemaal, Lielée. Maar... maar hoe bedoel je dat eigenlijk?

Lielée: Zo vrij plotseling.

Sheerin 2: Ik eh... nou... Kijk, elke morgen kijk ik toch onder het scheren in de spiegel. Nou, het zou me stellig zijn opgevallen.

Lielée: Of... u was het al en laat het nu pas merken. Vroeger leek u... zo weinig ernstig.

Sheerin 2: (lachje) Ik was er al bang voor. Nou, de troebele ondergrond van mijn frivool karakter is ten slotte opgewoeld.

Sheerin 2: Ik probeerde het luchthartig te zeggen, maar faalde. Wat was het toch dat mij in Lielées bijzijn verwarde, mij uit mijn rol deed vallen? Hoe het zij, ik moest haar nu een verklaring geven, en zonder aarzelen.

Sheerin 2: Ja, ik zou je een verklaring kunnen geven, Lielée.

Lielée: Dat hoeft u niet.

Sheerin 2: Dat weet ik, maar toch zal ik het doen. In vijf woorden. Mijn enige broer is omgekomen.

Lielée: Huh?

Sheerin 2: Ja. De brief kreeg ik een paar dagen geleden, te laat om...

Lielée: ...voor de begrafenis te zorgen?

Sheerin 2: Nee, nee, nee. het is erger. Het was een goed jager en een zeiler, hij moet in de Roka te water zijn geraakt, vermoedelijk zijn gegrepen door de vangarmen van de grondalen.

Lielée: Ontzettend. Hoe heette hij?

Sheerin 2: Eri.

Lielée: Eri?

Sheerin 2: Mm.

Lielée: Een mooie naam.

Sheerin 2: Ja. Ik... (kucht) ik heb het gevoel dat ik wat aan 'm goed heb te maken, wat ik niet meer... wat ik nu niet meer kan doen. Ja, kijk, ik heb gestudeerd hier in Yalo, in zekere zin ten koste van hem. Hij was namelijk intelligenter dan ik en hij wilde. Maar kijk, ik was de oudste en moest. Dus bleef hij thuis om het beheer van het landgoed van mijn ouders over te nemen. Ze zijn hoogbejaard en mijn vader is nogal... kwakkelend. Begrijp je 't misschien nu?

Lielée: Ja, meneer Sheerin.

Sheerin 2: Mm. Meneer Sheerin is wellicht daardoor iets veranderd, Lielée.

Lielée: U heet Antau. Desnoods wil ik u ook wel zo noemen. Bij deze eenvoudige woorden van Lielée overspoelde mij een zwartrode golf ergens van binnen, van woede tegen mezelf, tegen die Antau, die doortrapte lafhartige Pentaanse verrader wiens rol ik, een Skrytisch patriot - naar ik mezelf waande - moest spelen. Nee, zei ik...

Sheerin 2: Nee, Lielée.

Lielée: Neemt u me dan niet kwalijk, meneer Sheerin.

Sheerin 2: Ik zag Lielée zich als het ware terugtrekken en op het laatste ogenblik zei ik, ja, riep ik bijna:

Sheerin 2: Lielée, zo is het niet, maar... ik haat die naam Antau, begrijp je? Ik haat die naam.

Lielée: Jij had... Eri willen heten.

Sheerin 2: Mm.

Lielée: (lachje) Misschien lijk je toch meer op hem dan je denkt.

Sheerin 2: Nou, ik hoop het, tot mijn voordeel.

Lielée: Dus dat was de oorzaak.

Sheerin 2: Maar zo was het niet. Want ik was geen Antau, dat menselijke misbaksel wiens oude vader en moeder hem een beverig epistel hadden geschreven. Daarin hadden ze hem verweten van hun bericht over de dood van die broer een paar maanden geleden nauwelijks nota te hebben genomen. Deze jongste brief had Antau's vertrek naar Tryllis blijkbaar gekruist en was mij in handen gekomen. Die broer was niet pas dood, maar al een tijd. Als dit werd ontdekt, zat ik in grotere moeilijkheden dan die ik thans had bezworen. Niemand immers voelt zich geschokt met terugwerkende kracht.

Ja, het straalvliegtuig vloog zuidwaarts op 3000 meter, hoog boven de winterwolken. Onder ons moest ergens de Roka stromen, waar ze door het scheidingsgebergte breekt. Om verder gesprek te vermijden, dicteerde ik Lielée een paar verslagen en rapporten. Ten slotte landden we op de vlieghaven van Tatolox, hoofdstad van de meest bedreigde zuidelijke residentschap Tatosh. Een gesloten burgerauto stond reeds klaar en bracht ons naar de garnizoenscommandeur. Spoedig werd duidelijk dat de lange arm van generaal Tréponets hier snel en goed werk had gedaan.

Garnizoens Commandeur: O, aanstonds als het moet, majoor Bérlamon. Ik heb de opdracht u elke assistentie te verlenen die u maar wenst.

Bérlamon: Meneer Sheerin leidt de operatie, commandeur.

Commandeur: O... dan eh... uw wensen?

Sheerin 2: Verschillende. Ja, sommige daarvan zullen u misschien vreemd voorkomen. Hebt u para's ter beschikking?

Commandeur: Valschermjagers?

Sheerin 2: Mm.

Commandeur: Ik wist niet dat u vanuit de lucht...

Sheerin 2: Vliegtuigen heb ik niet nodig, wel paratroepen, honderdvijftig man, en in burger.

Commandeur: Niet in uniform?

Sheerin 2: Nee, nee, in burger, in werkpakken. Ze moeten d'r uitzien als bouwvakarbeiders die na hun dagtaak naar huis terugkeren.

Commandeur: Mm, maar natuurlijk wel in bezit zijn van het nodige gereedschap, hai?

Sheerin 2: Natuurlijk. Plus twintig lichtfakkels. De operatie is bepaald op 23 uur, met een plusmarge van vijftien minuten.

Bérlamon: Maar hoe wil je dat doen, Sheerin? We hebben er nog nauwelijks over gesproken.

Sheerin 2: De chauffeur van onze auto heb ik over de lokale situatie gepolst. Chauffeurs weten altijd alles. Twintig mijl van hier is namelijk een groot fabriekscomplex in aanbouw. De avondploeg keert ongeveer te 22 uur in ouwe busjes naar huis, Tatolox. Ze komen daarbij door het dorp Bellatrossa en gaan dan de landweg die langs het bos voert. Daar sluiten wij ons bij hen aan, ook als bouwvakarbeiders.

Commandeur: Ik zal dan direct de nodige orders geven om de gewenste kleding te rekwireren, vóór sluitingstijd van de zaken.

Sheerin 2: Mm.

Commandeur: Voor honderdvijftig man? Dat is geen kleinigheid.

Sheerin 2: In diverse zaken, gaarne, en diverse maten. Door burgerbeambten, graag, en behoorlijk vuil maken. Kalk, cement enzovoorts. Verzamelpunt: markt Bellatrossa. Wilt u voor de groep twee bussen rekwireren, oud maar betrouwbaar? Majoor Bérlamon en ik gaan dan nu op eigen gelegenheid naar Bellatrossa. Daar neem ik de leiding over.

Commandeur: Deze dame gaat toch niet mee?

Lielée: O, nee. Ik mag wel wachten in uw kantine?

Commandeur: Natuurlijk, mejuffrouw. Geheel tot uw dienst. Ik mag u wellicht inviteren aan onze bescheiden, maar behoorlijke officierstafel?

Bérlamon: Chauffeur, iets dichter op die bus daar voor ons.

Chauffeur: Jawel, majoor. Of eh... moet ik zeggen: meneer? We zien er zo maar raar uit, hai?

Bérlamon: We hadden het slechter kunnen treffen dan bouwvakkers, korporaal. Een nudistengezelschap, bijvoorbeeld. (lacht)

Chauffeur: Ik draag liever m'n tuniek.

Bérlamon: Wel, luister, straks krijg je een teken van me, dan vaart minderen tot 45 mijl en je nergens over verbazen.

Chauffeur: Ik dien al 21 jaar, majoor.

Bérlamon: Mooi. Sheerin, hoe ver nog?

Sheerin 2: Nou, een minuut of vier. De luitenant in de volgbus heeft volledige instructie. Ja, het wordt nu tijd de mannen hier in te lichten... Ja, luister allemaal. Ja, stilte, stilte, d'r is zo al lawaai genoeg. Instructie. De weg maakt zo dadelijk een lus langs een bos. De chauffeur rijdt vlak aan de berm. Op een teken van mij d'r uit springen bij 45 mijl, één voor één, en snel. Dan het bos rondom afsluiten, niet roken, niet praten. Is dat begrepen? (bevestiging) Mooi.

Onderlinge afstand: honderd meter. Oogverbinding houden en blijven waar je bent. Iedereen die uit het bos komt opvangen, maar... geruisloos. Jullie als para's weten hoe. (bevestiging) Verder, afwachten, tot je lichtfakkels ziet. Dan in frontlinie optrekken naar het midden, een open plek. Aan iedereen duidelijk? (bevestiging) Goed. Jij daar, herhaal.

Pertorix: Eén voor één uitspringen, van de weg, omsingelen, honderd meter afstand van mekaar, oogcontact houden, doodliggen.

Sheerin 2: Jij, verder?

Chauffeur: Ja, wie er uit komt inpikken.

Sheerin 2: Hoe?

Chauffeur: Geen kik. Wachten op lichtfakkels, dan frontaal optrekken naar het midden en eh... ik neem aan alles inrekenen wat we daar vinden.

Sheerin 2: Juist. Majoor Bérlamon blijft bij jullie. De luitenant Lomidor heeft het commando over het andere peloton. Zo. Jullie specialisten, hier jullie zessen. Namen? (ze reageren) Ja, hohoho, niet te vlug! Jij was Pertorix?

Pertorix: Ja.

Sheerin 2: En jij?

Pastok: Eh... Pastok ben ik, chef. Hij heet Koobitar, en die slungel daar is Berlitab.

Sheerin 2: Mm. Latox?

Latox: Ja?

Sheerin 2: Jij de lichtfakkels. Twintig stuks. Elk daarvan brandt een minuut. Naast mij blijven en wachten op mijn teken. Dan ervoor zorgen dat er doorlopend een fakkel in de lucht is. Boven het midden van de open plek.

Latox: Komt in orde, chef.

Sheerin 2: Verder, wie onder jullie is de scherpschutter?

Latox: Ja, die daar.

Pertorix: Hai, chef.

Sheerin 2: Aha. Pertorix. Goed. Voor jou dit: er landt een heli. Jij schiet 'm lek, dat ie niet meer weg kan. Kun je dat met een Messerpistool?

Pertorix: Hangt van de afstand af, hai?

Sheerin 2: Rond de vijftig meter.

Pertorix: Schiet ik nog een kreditbiljet doormidden, chef.

Sheerin 2: Mooi. Nu de algemene taak. Latox blijft met z'n lichtfakkels aan de rand van de open plek en de anderen gaan met mij mee naar het midden. Het gaat erom een paar lui in te rekenen op het ogenblik dat de heli z'n voorraad gaat lossen. Jullie zijn wel geoefend in ongewapend gevecht, hè? Maar denk d'r om, het zijn lui van Skrypol.

Pertorix: Wij zijn minstens even goed, chef. Vuil vechten is specialiteit van het 211de. U krijgt ze onbeschadigd.

Sheerin 2: Aha. Daar reken ik op, want van de dooien heeft tot nog toe niemand een informatie losgekregen. (gelach) Zo. Ik neem de piloot voor mijn rekening. En handen af van die vent, hè? Jullie uitsluitende taak is: het inrekenen van dat groepje. Meer of drie-vier zijn het er zeker niet. Wij zevenen springen het laatst van de bus, maar blijven bij elkaar... Zo. Nou, allemaal opgelet, daar komt het bos... Ja, opstellen. (dat doen ze) Gereed voor afspringen.

Bérlamon: Waar hebt u gediend, Sheerin?

Sheerin 2: Hè? In Maneeto, bij het 106de bataljon.

Bérlamon: U aan te horen. Een geoefend commandeur.

Sheerin 2: Nah...

Sheerin 2: Maar daarin had Bérlamon ongelijk. In Skrya was ik, voor zover ik mij herinnerde, afgekeurd, had dus nooit bij een leger of luchtmacht gediend. En toch... Destijds, bij mijn redding uit de gevangenis door Skrypol, had ik een parachutesprong moeten maken en automatisch de routinehandelingen uitgevoerd. En nu weer dit... Wel, de garnizoenscommandeur had een scherp detachement voor mij uitgezocht. Eén voor één sprongen ze bij liefst 45 mijlen snelheid uit twee bussen. Ik volgde met mijn groep van zes.

Sheerin 2: Ssst! Ja, achter mij blijven.

Latox: Ja.

Sheerin 2: Kruipen door het lage hout.

Latox: Ja. Ik zal wel...

Sheerin 2: Ssst, ssst, zachter! (gekraak) Huubenash, laat geen takken op de grond kraken! Of hebben ze je dat niet geleerd als para?

Huubenash: Ik deed het niet expres.

Sheerin 2: Halt, halt!

Latox: Hier is een pad, chef. Gaan we er over?

Sheerin 2: Nee, eerst verkennen... Aha, het is een ringweg.

Pastok: D'r loopt iemand, chef.

Sheerin 2: Ik zie niks.

Pastok: Het is een man. Ik kan 'm zien, ik heb nachtogen, zeggen ze. D'r is altijd wel een beetje licht.

Sheerin 2: Ja, ik geloof, je hebt gelijk. Hij komt langs... Ssst... (stappen)

Sheerin 2: Die loopt hier niet toevallig.

Latox: 't Kon een burger zijn.

Pertorix: Op een avondwandelingetje, om 23 uur? In dit seizoen? Man,'t is steenkoud. Die vent was trouwens gewapend, en goed ook... Ik zou 'm zachtjes kunnen neerleggen. Besluipen.

Sheerin 2: Over de weg? Nee, dan hoort ie je aankomen, dan blaast ie op z'n fluitje.

Pertorix: Ja, natuurlijk. Maar wat dan?

Pastok: Zachter! (stappen) Hij komt weer terug.

Sheerin 2: Waarschijnlijk zijn er nog meer wachten, elk voor een bepaald gedeelte van deze ringweg... Ssst...

Sheerin 2: Ik begon het aantal seconden af te tellen tussen de tijdstippen waarop de wachten ons passeerden en wist door halvering van het aantal spoedig de tijd waarop hij aan het eind van zijn traject was gekomen. Dus, zover mogelijk van ons af.

Sheerin 2: Ja, allemaal de schoenen uit, aan elkaar geknoopt en over de hals. Latox, oversteken gelijk met Huubenash.

Latox: Ja ja.

Pastok: Zeg, laat ie uitkijken voor die gebroken tak daar midden op de weg. Huubenash: Geen zorg, broer.

Sheerin 2: Nou, klaar? 56... 57... 58... nu...! 60... 61... mooi.

Sheerin 2: Na drie ronden van de wachter waren we aan de overkant en kropen op handen en voeten geruisloos verder tot aan de open plek. 't Was doodstil. Niets wees op het drama dat straks zou plaatsgrijpen en waarbij ik... Maar ik wilde er nu niet aan denken. We lagen te wachten onder de struiken in het donker. De halve maan brak even door de zware wolken en verlichtte weifelend de tamelijk uitgestrekte bosweide.

Latox: Dat zomerhuisje, aan de rand, daar, helemaal links, daarin moet de bende zitten. We zouden ze kunnen overvallen.

Sheerin 2: Nee nee nee nee, ze hebben vast een zender, ze zouden de heli waarschuwen en de heli moeten we ook hebben.

Latox: Bijna tijd! 23:10 uur. Chef, de deur gaat open.

Sheerin 2: Ssst, ssst.

Sheerin 2: Vier gestalten kwamen uit het huisje en stelden zich in een groot vierkant op naast vier gaten in de grond.

Latox: De heli moet nu vlakbij zijn. Ze zetten zaklampen rechtop in de gaten. Dat voorkomt de uitstraling naar opzij... Daar is ie. (geluid van de heli)

Sheerin 2: Ssst, stil, stil.

Sheerin 2: Hij cirkelt...

Pastok: De lantarens gaan aan. Eén... twee... drie seconden. Uit.

Sheerin 2: Ze herhalen het signaal bij de feitelijke landing. En nu de verdere instructies. Jij, de man met de nachtogen, Pastok?

Pastok: Ja?

Sheerin 2: In mijn buurt blijven. Latox' fakkels en de maan zijn maar een tijdelijke verlichting. Allen behalve Latox volgen mij, geruisloos. Vlakbij geef ik een vuurstoot van 8 in de lucht. Dan Latox, vuur jij je eerste fakkel, hè? Ja, enzovoorts enzovoorts. Pertorix, jij schiet de heli lam.

Pertorix: Jawel, chef.

Sheerin 2: Wij allemaal dan, geschreeuw, "Handen omhoog!" Enzovoort enzovoorts

Pastok: En eh... als die lui zich op de grond laten vallen voor dekking?

Sheerin 2: Des te beter, dan d'r bovenop, ieder zijn man.

Pastok: Begrepen.

Sheerin 2: Okay.

Pastok: Daar komt ie voor landing!

Sheerin 2: .?.

Latox: 1...2...3...4.... uit. (heli landt) Ja, hij is aan de grond. Nu?

Sheerin 2: Wachten, wachten... Kijk, de piloot zwaait. De vier gaan d'r naartoe. Het laadluik gaat open.

Pastok: Ze gaan 'm uitladen.

Sheerin 2: En de maan is weg. Nou, trek je sokken op. Volgen, geruisloos. Pastok, bij me blijven. Ik herhaal: als we d'r zijn, vuur ik in de lucht. Latox, fakkels, Pertorix, heli. Allen: lawaai voor honderd man. Kom!

Pastok: Ze merken niks!

Sheerin 2: Nu! (machinegeweer)

Allen: Handen omhoog! Handen omhoog, allemaal!

Sheerin 2: Pertorix, heb je de heli?

Pertorix: In z'n rotor, chef.

Sheerin 2: Aha!

Pertorix: Hij komt niet meer weg.

Sheerin 2: Mooi. En nu de eerste fakkel.

Pastok: Verdraaid, die lui laten zich vallen!

Sheerin 2: Dan d'r boven op!

Sheerin 2: Nee nee, herstel! Dekken, dekken! Niet terugvuren.

Pastok: Waarom? We kunnen die paar heus wel aan, chef.

Sheerin 2: Nee, kijk verderop, daar in dat huisje.

Sheerin 2: Want ik had me in één ding verrekend. Ik had verwacht dat Skrypol met een minimumgroep zou volstaan, maar nu, bij het tanende licht van Latox' eerste fakkel zag ik vijf, zes mannen uit het huisje komen.

Pastok: Wat nu, chef? Er zijn er veel meer! Eer dat de groep Bérlamon hier is...

Sheerin 2: ...zitten we vol gaten. Pastok, luister. Ren naar Latox terug, laat 'm stoppen met die fakkels tot majoor Bérlamon d'r is. Zonder licht schieten ze slecht en de maan is weg. Jij, Latox, jij, samen vuur afgeven achter die bomen daar. Dat trekt vuur aan van het machinegeweer. We hebben hier al genoeg te stellen met die kerels hier. Zo gauw Bérlamon terug is nieuwe fakkels, algemene aanval. Vooruit, Pastok, op handen en voeten.

Pastok: Tot uw orders.

Koobitar: (pijnkreten)

Sheerin 2: Wie heeft ie te pakken? Toch niet Pastok?

Pertorix: Nee, Koobitar. in z'n arm. Wacht maar 'ns even. (schiet) Daar!

Stem: Aaah!

Pertorix: Hebben! Mm. Pastok en Latox. Ze trekken het vuur van die anderen aan... Die drie vlakbij kunnen niet voldoen.

Sheerin 2: Ze schieten in het wild. Als we maar even zo kunnen volhouden...

Pastok: Daar komen de pelotons!

Stemmen: Ten aanval!

Sheerin 2: Twee lichtfakkels, één boven het huis, één hier. Nu onze ploeg. Die drie daar, en levend graag... Zo. Ze zijn allemaal bezig. En nu ik. De piloot in de heli.

Pertorix: U gaat toch niet alleen dat ding in?

Sheerin 2: Jazeker, Pertorix. Jij blijft op afstand, dekt me in de rug. (kruipt in de laadruimte van de heli) Ah! Handen omhoog, piloot. En laat dat papier vallen, je opdracht.

Piloot: Ja, ik moest het verbranden, zogezegd te laat.

Sheerin 2: Doe wat ik je zeg. Handen omhoog.

Sheerin 2: De piloot keek me aan, verwonderd. We waren alleen, hij en ik, in de schaars verlichte laadruimte. Mijn ogenblik was gekomen. En plotseling zag ik zijn ogen zich wijd openen, hij begreep, hij wist... Snel hief ik het pistool op, ik richtte, wilde afschieten, ik... ik kon niet.

Piloot: Dus dat is de bedoeling: mij op te ruimen, te liquideren! Ik mag niet worden gearresteerd, mm? Ik weet te veel, en daarom...

Sheerin 2: In één snelle beweging had de piloot zijn pistool in de hand en vuurde. (schot) Gloeiend striemde het schot langs mijn dijbeen, en ik... ik kon niet schieten.

Piloot: Daar! Daar gaat je papier!

Sheerin 2: Doe die aansteker weg!

Sheerin 2: Ik besprong 'm. Hij vuurde nogmaals, (schot) maar hij raakte mij niet. Ik had hem vast. Hij sloeg mij het pistool in het gezicht voordat ik het hem kon afpakken. Hij wuifde met het brandende papier en liet het toen vallen.

Piloot: Je zult het niet krijgen!

Bérlamon: Raak 'm, die schoft. (schot)

Piloot: (pijnkreet)

Pertorix: Ik heb 'm al, majoor.

Piloot: Ooh...oh.... Je zult het papier... niet krijgen! Niet... niet... (bezwijkt)

Sheerin 2: (Pertorix en Bérlamon komen de laadruimte in) Dank je, Pertorix. Oh, Bérlamon.

Bérlamon: Waarom schoot je niet?

Sheerin 2: Ja, ik... het eh... het pistool ketste. Hoe is het buiten?

Bérlamon: We hebben ze. Het hele stel. Kisten met biljetten. Alleen dat daar...

Sheerin 2: O, de instructies? De piloot heeft...

Bérlamon: Heeft ze verbrand?

Sheerin 2: Nou, het is nog niet hopeloos, Bérlamon.

Bérlamon: Man, je bent geraakt.

Sheerin 2: Hè?

Bérlamon: Je hinkt. Je gezicht!

Sheerin 2: Welnee...

Bérlamon: Je bloedt!

Sheerin 2: Nee, er is een tand los, niet belangrijk. Eerst het document. Laat mijn laboratoriumtas in dat huisje brengen, wil je? We verzamelen hier alle verbrande papierdeeltjes en vervoeren ze voorzichtig daar naartoe.

Sheerin 2: Ik hinkte met hulp van Bérlamon naar het huisje. We begonnen een precisiewerk: de verbrande deeltjes van het document op een glasplaat te leggen.

Sheerin 2: Ah... 't is vrij compleet, zo te zien. Mooi. Allemaal op de glasplaat... Ja, dan de verstuiver, graag...

Bérlamon: Asjeblieft. Waarvoor is dat?

Sheerin 2: Hè? Schellak-spiritusoplossing, 'n soort fixatief. Ja... jij moet ze met het glas naast je uitspreiden. Ze plakken dan vanzelf.

Bérlamon: Moeten we ze niet eerst ordenen?

Sheerin 2: Nee, nee, da's onnodig. Eerst dit... Dan moet het... het schrift zichtbaar worden gemaakt door bestrijken van tien procent oplossing aluminiumacetaat. Ja, dat flesje met... ja... een ijzerhoudende inkt. Die komt dan roodbruin op. En dan 't fototoestel. (kucht) O, luister nou, Bérlamon...

Bérlamon: Wat heb je?

Sheerin 2: Hè?

Bérlamon: Je ziet helemaal...

Sheerin 2: Nee, nee nee nee, luister, 't is eenvoudig. Gewoon een paar blitzopnamen voor de zekerheid. Tweede glasplaat erop... Vervoeren. De afdrukken die knippen we er later in, fragmenten, zetten die dan aan elkaar... (kucht) Vergis je hier niet mee, Bérlamon. Jij zult het... jij zult het... moeten... doen.

Bérlamon: Maar wat heb je, Sheerin? Mannen, help even, hij zakt in elkaar. Haal de hospik. Haal 'm. De grond ligt vol bloed. Man, Sheerin, waarom heb je er niets van gezegd? Sheerin... Sheerin!...

Sheerin 2: Ten slotte kwam ik bij op een operatietafel van een dorpsmedico. Ik was blijkbaar met grote snelheid vervoerd en de medico tevoren opgebeld.

Medico: Zo... Zo. Rustig liggen. U hebt veel bloed verloren, bijna 1200 milliliter. U verkeert in secundaire shock.

Sheerin 2: Ik zweette en rilde tegelijk. Niets kon me veel schelen, zelfs niet het feit dat mijn opdracht toch nog tot een goed einde was gekomen.

Medico: En ook wat apathisch. Ja, de tijd ontbrak om u nog naar Tatolox te brengen, en hier in Bellatrossa is geen hospitaal. Dus zal ik u een eh... transfusie moeten geven. Bloedgroep 1, 't kan niet eenvoudiger, mm?

Sheerin 2: Transfusie. Ergens leek het mij niet zo simpel als de medico dacht. Maar ook dit kon me weinig schelen.

Lielée: Hoe voelt u zich, meneer Sheerin?

Sheerin 2: Lielée... Een mooie naam. Ja... Het verwonderde me niet eens haar te zien. Een wat merkwaardig idee was mij zojuist ingevallen.

Sheerin 2: Hebt u, medico, de juiste bloedgroep?

Medico: Ja, natuurlijk, die staat op uw identiteitskaart aangetekend. U bent toch Sheerin Antau, nietwaar? Ja, nou, bloedgroep 1. Ik heb de meest nabij wonende bloedgever genomen. Ja, weliswaar van groep 3, maar u of groep 1 bent een universele ontvanger, kan van elke andere groep bloed opnemen zonder enig gevaar.

Sheerin 2: Goed. Dan ben ik dus Sheerin Antau. Goed.

Medico: Ja, als u van een andere bloedgroep was, ja, dan kon ik dit niet zomaar doen, hè? Het risico van klonteren van het bloed zou al te groot zijn.

Sheerin 2: Ja, het was zoals ik al dacht: een merkwaardige situatie. Immers, ik was niet Sheerin Antau, dus honderd tegen één dat ik tot een andere bloedgroep behoorde. Er stond de medico een nare verrassing te wachten. Vagelijk speet het me voor hem, maar zelfs een Skrytisch patriot is geen onmens, dus zei ik:

Sheerin 2: Ik heb gehoord dat ze altijd nog... controleren voor...

Medico: Ja, geen tijd meer. Uw kaart vermeldt duidelijk groep 1. Ik ben trouwens al bezig. (het toestel zoemt)

Lielée: Maakt u zich niet ongerust, ik zal... je hand vasthouden. Je bent zo koud...

Medico: Mm. Lichte shock, geen cyanosis gelukkig. De patiënt had wel heel wat bloed verloren. Mm. Aha, hij komt nu weer bij. Hoe voelt u zich nu?

Sheerin 2: Hè? Ik? ik... ben ik er door gekomen?

Medico: Ja, wat had u dan verwacht? Dat een dorpsmedico geen noodtransfusie kon geven, hai? (lacht)

Sheerin 2: Ik leefde. Het verbijsterde mij, ik was er doorgekomen. Door een toevalligheid, een overeenkomst in de bloedgroep. Het zweet brak me uit.

Medico: Een secundaire reactie. Temperatuurverhoging. Komt veel voor. Voelt u zich misselijk? Nee?

Sheerin 2: Maar ik voelde mij wel misselijk, door de spanning die nu gebroken was, door de onbegrijpelijke verrassing dat ik nog leefde. De medico trachtte mij af te leiden.

Medico: Ik zie eh... ze hebben ook u destijds een oorcorrectie gegeven, hè? Ja, gelaatsverfraaiing. Tegenwoordig de grote mode. En een dorpsmedico bij ons, geloof me, die komt voor van alles te staan. Laatst heb ik een paar zeiloren rechtgezet. Ja, de... de patiënt kon bij harde wind er nauwelijks tegen in. (lacht)

Lielée: Ik kan me u, meneer Sheerin, toch echt niet voorstellen met zeiloren.

Sheerin 2: Zeiloren platgelegd? Dus ook nog een oorcorrectie? Ook nog...

Medico: "Ook nog", zegt u? Welnee, zover ik kan nagaan hebben ze verder niets aan u behoeven op te sieren, hoor. (lacht)

Sheerin 2: Niets?

Medico: Nee.

Sheerin 2: Nee? Ach nee, nee. Nee, natuurlijk.

Sheerin 2: Maar het was al te laat. De onvoorzichtige woorden waren me ontsnapt. En in 't bijzijn van Lielée. Mijn opmerking die glashelder aantoonde dat ik mij verkeerde dingen herinnerde. Lielée zou het kunnen toeschrijven aan mijn toestand, maar later... Kwentis zou ervan horen, Kwentis, en zich afvragen waarom ik ten onrechte meende dat mijn gelaat ingrijpend was verbeterd, en toch van de enig werkelijke verandering, een oorcorrectie, niets afwist. De stommiteit van Skrypol! De blunder mij niet te vertellen hoeveel ik oorspronkelijk al moest hebben geleken op de echte Sheerin Antau.

Sheerin 2: Mij het tegendeel te laten geloven! Alleen... Skrypol maakte geen blunders... geen dergelijke, tenzij opzettelijk. Mijn gezicht totaal gewijzigd... Het was een leugen geweest, en opzettelijk. Waarom?!