Home / Index C. / De collaborateur

De collaborateur

Doc is een wetenschapsman. Zijn uitvinding: de necrodialysator, een machine die lijken in een paar minuten ontbindt. Als slachtoffer van de crisis verliest Doc zijn goedbetaalde baan in een privébedrijf, wordt taxichauffeur en ontmoet Boss.

De necrodialysator lost de problemen van de koning van de onderwereld op. Wetenschap ontmoet maffia, Doc en Boss worden een team: Boss doodt mensen en Doc ontbindt ze. De zaak bloeit, de klanten worden steeds machtiger, politie, openbaar ministerie en de burgemeester maken er deel van uit, en Doc wordt vennoot van deze nieuwe onderneming. Problemen komen er pas, als Docs radicaal anarchistische zoon opduikt en voor tien miljoen de staatspresident wil laten verdwijnen.

Moet een wetenschapsman een geweten hebben? Kan een onderzoeker zich vandaag nog een geweten veroorloven? Dürrenmatts komedie stelt de vraag naar de verantwoordelijkheid voor eigen daden en raakt de kern van de wetenschapsethiek, om 't even of het nu de gentechniek, de atoombom of een necrodialysator betreft.

Beluister de opname en lees het script op deze pagina mee.

Auteur: Friedrich Dürrenmatt
Vertaling: Josephine Soer
Regie: Hero Muller
Omroep: AVRO
Uitzending: 12-12-1974
Speelduur: 65 minuten
Herhaald op: 02-08-1979
Genre: Misdaad
De herhaling op 02-08-1979 is uitgezonden onder de titel De collaborateurs.

Het script.

Het script is voor u uitgeschreven door Herman en Marc Van Cauwenberghe.

Doc: Ze noemen me Doc. Ik ben bioloog. Ik heb gestudeerd in Cambridge, en aan de Universiteit van Columbia. Ik heb college gegeven aan de universiteit in onze stad. Toen ben ik overgestapt naar het particuliere bedrijfsleven. Het aanbod was vorstelijk, de stap een vergissing.

Ik vertrouwde op mijn roem en m'n inkomen. Ik ging boven m'n stand leven. Ik woonde in een schitterend huis, behing m'n vrouw met juwelen en verwende een zoon tot in de grond. Ik geloofde aan het sprookje van een vrije wetenschap. Ik dacht dat ik altijd op m'n gemak zou kunnen blijven onderzoeken.

Ik verbeeldde me dat de instrumenten, de elektronische microscoop en de computers van mij waren. Ze waren niet van mij. De pure wetenschap werd te duur voor de industrie. Ik vloog met een grote boog uit m'n betrekking toen de economische crisis kwam, net als vele andere wetenschapsmensen, fysici, mathematici, cybernetici.

De leerstoelen waren bezet door mijn leerlingen, de instituten voor kankeronderzoek en biologische oorlogvoering overvol. De hypotheken waren te hoog. De vrouw liep weg met mijn zoon, de juwelen, en een minnaar.

Ik veranderde mijn naam en dook onder. Ik ging onder in het grondsop van onze steden, in het intellectuele proletariaat van onze maatschappij, in de ongebruikte denkvoorraad van de mensheid. Ik werd taxichauffeur, een baan die me in contact bracht met Boss. Een toeval, twee jaar geleden, op een rossige winteravond.

(geluid van rijdende auto)

Boss: Een catastrofe!

Doc: Het derde crematorium waar ik nu naartoe rijd.

Boss: Ik zoek verder, al moet ik de hele stad omspitten.

Doc: Directeur van een begrafenisonderneming?

Boss: (lacht) Da's een goeie. Weet u waarom ik náást u zit?

Doc: Gewoonte?

Boss: Mijn gewoonte is om achterin te zitten. Hé, daar gaat Bram Waterhoofd!

Doc: Ken ik niet.

Boss: Als ie me had herkend, dan zat u nou naast een lijk. Ik ben Boss.

Doc: Daar zijn d'r veel van.

Boss: Ik ben dé Boss. Rij niet zo hard.

Doc: Okay! Vijftig.

Boss: Mijn gezondheid heeft een klap gehad.

Doc: Geen wonder.

Boss: Ik zou je kunnen neerknallen. 't Is mijn vak om mensen neer te knallen.

Doc: Ik begrijp het.

Boss: Tegen betaling.

Doc: D'r gaat me een licht op.

Boss: Ik ben één van de kopstukken in de branche.

Doc: En Bram Waterhoofd?

Boss: Van de concurrentie. Die ziet morgen de zon niet meer.

Doc: Rood!

Boss: Rustig stoppen. (auto houdt halt)

Doc: Als Bram Waterhoofd bij dit kruispunt stond, zag ú morgen de zon niet meer.

Boss: Een risico van het vak. Hé, daar heb je Jef met de Wolvenmuil.

Doc: De man met de sportpet?

Boss: Ja.

Doc: Zakt net in mekaar.

Boss: Sam heeft 'm te pakken.

Doc: Mannetje van u?

Boss: Mannetje van mij.

Doc: Groen! (de auto trekt weer op)

Boss: Die zijstraat in.

Doc: Zeker, meneer.

Boss: Hier moet nog een crematorium zijn.

Doc: Twee maanden geleden afgebroken.

Boss: Huh, m'n laatste kans naar de knoppen.

Doc: Kop op.

Boss: Begrijpt u mijn probleem?

Doc: Wat dan?

Boss: Een hygiënisch probleem.

Doc: Hoezo?

Boss: In het begin lieten we de lijken gewoon liggen.

Doc: Dat zal de politie erg vervelend hebben gevonden.

Boss: Milieuverontreiniging.

Doc: U had aan privé-begrafenisondernemingen moeten leveren.

Boss: We kunnen hun prijzen onmogelijk betalen. Nou naar links.

Doc: Vermoorden is niet meer rendabel.

Boss: Is taxi rijden rendabel?

Doc: Ook niet.

Boss: 't Zijn slechte tijden. (auto houdt halt) Waarom stopt u?

Doc: Een crematorium is niet de oplossing voor uw probleem.

Boss: Waarom niet? (motor af)

Doc: Als je een lijk verbrandt, wordt een hele wijk verduisterd door de rook.

Boss: Dan kan zakelijk gesproken niemand mij meer helpen.

Doc: Er is iemand die u kan helpen.

Boss: Wie?

Doc: Ik!

Boss: Voor de dag ermee.

Doc: Ik... (fluistert iets in zijn oor)

Boss: (lacht)

Doc: Waarom niet? (lacht)

Boss: (lacht uitbundig)

Doc: Ik kwam ermee voor de dag, en sinds die tijd ben ik geen taxichauffeur meer. Ik paste bepaalde grondprincipes toe van de organische scheikunde, dat was alles. Ik ben een necrodialyticus geworden, en de installatie die ik heb uitgevonden is een necrodialysator. Mijn laboratorium bevindt zich vlak bij de rivier, in de vijfde onderaardse verdieping van een oud pakhuis, waar maar weinig mensen het bestaan van weten. Je kunt er alleen binnenkomen via een goederenlift.

(geluid van werkend apparaat - lift komt aan - voetstappen)

Boss: Ik loop al een half uur rond als een gek. Iemand heeft lucht gekregen van onze bezigheden. D'r komt onverwachts bezoek. Ik hou niet van onverwachts bezoek. (Doc klapt een deur dicht) Als ie op tijd komt, zijn we de sigaar.

Doc: Hij komt niet op tijd.

Boss: Ik ben niet zenuwachtig.

Doc: Ik ook niet.

Boss: Zet dat apparaat nou toch af.

Doc: We moeten de koelcel leegmaken.

Boss: Hoeveel zitten er nog in?

Doc: Vijf.

Boss: Laat het apparaat dan vlugger lopen.

Doc: Het werkt al op topcapaciteit. Ken je 'm?

Boss: Nee.

Doc: Hij jou?

Boss: Nee.

Doc: Eigenaardig. (het apparaat stopt - er loopt vloeistof weg)

Boss: Eindelijk.

Doc: Nog vier! (opent deur van koelcel)

Boss: Hoe kwam ie op jou?

Doc: Hij riep me in zijn kantoor.

Boss: Alleen maar om te zeggen dat ie mij wou spreken?

Doc: Ja. Alleen maar dat.

Boss: Hier?

Doc: Hier.

Boss: Verdomme. (het apparaat begint weer te werken) 't Bevalt me niet.

Doc: (koelcel dicht) Mij ook niet.

Boss: Jouw superieur is officieel Mac.

Doc: Weet ik.

Boss: En waarom heb je Mac dan niet genoemd?

Doc: Ik héb Mac genoemd.

Boss: En?

Doc: Hij wil de superieur van Mac spreken.

Boss: Verdomme nog aan toe. Ze zeggen dat ie absoluut ongevaarlijk is.

Doc: Totaal.

Boss: Ik wantrouw ongevaarlijke figuren.

Doc: Je ziet het te donker in. (het apparaat stopt - vloeistof loopt weg) Nu nog drie. (opent koelcel)

Boss: Hij kan mij nergens van beschuldigen.

Doc: Jij staat boven elke verdenking.

Boss: Ik was erbij toen we Isigaki (1) veroverden. (apparaat aan - koelcel dicht) Geldzorgen, tikkertje dat het laat afweten, duizelingen, gezwollen voeten. Eén raad, Doc: blijf van de vrouwen af. Ik leef al twee jaar samen met een griet.

Doc: Daar jank je elke dag over.

Boss: Daar heb ik een verdomd duur appartement voor laten inrichten.

Doc: Daar heb je ook elke dag spijt van.

Boss: Die jaloezie kost me nog 'ns de kop.

Doc: Die kostte vroeger jouw rivalen de kop.

Boss: 'k Weet niet eens met wie ze me bedriegt.

Doc: Laat 'r schaduwen.

Boss: Nee, ben ik te trots voor.

Doc: Vroeger was je niet te rots.

Boss: Vroeger was ik jonger.

Doc: Ga dan naar een psychiater.

Boss: Dat heb ik gedaan. Defecte moederbinding. Als ie nou komt, dan laten m'n zenuwen me totaal in de steek.

Doc: Hij komt niet op tijd.

Boss: Godzijdank. (apparaat stopt - vloeistof loopt weg) Dat vervloekte oud worden....

Doc: Nog maar twee! (koelcel open)

Boss: Maak voort!

Doc: Koop 'm toch gewoon om.

Boss: Als ik maar niet zo'n verdomd slecht voorgevoel had. (lift komt in beweging) De lift wordt naar boven gehaald. Hij komt.

Doc: Pech gehad.

Boss: Hij is op tijd.

Doc: Meer dan op tijd. (apparaat aan)

Boss: Wat moet ik om godswil doen? (koelcel dicht)

Doc: In z'n kantoor maakte ie werkelijk een ongevaarlijke indruk.

Boss: Nu, we zijn hier niet op z'n kantoor.

(lift komt aan - deur open)

Cop: Cop.

Boss: Boss. Hem kent u al. Hebben wij elkaar niet al 'ns eerder ontmoet?

Cop: Jij hebt mij ontmoet.

Boss: Wanneer?

Cop: Ik herinner het mij nog heel goed.

Boss: Het kan me niet te binnen schieten.

Cop: Het komt nog wel.

Boss: Ik ben onschuldig.

Cop: We zijn allemaal onschuldig.

Boss: Ik ben een gewone burger.

Cop: We zijn allemaal gewone burgers. (neemt fles en glas en schenkt uit)

Boss: Ik heb Isigaki helpen veroveren.

Cop: We zijn allemaal helden. Drink jij niet, Doc?

Doc: Nee.

Cop: Op je gezondheid, Boss. (spuwt de drank uit) Bah!

Boss: Op je gezondheid, Cop.

Cop: Afschuwelijk. Niet te zuipen.

Boss: Doc maakt z'n whisky altijd zelf.

Cop: Hij zou ons beter moeten schenken.

Boss: Daar piekert ie niet over.

Cop: Misschien piekert hij er later over.

Boss: Hij houdt niet van de politie.

Cop: Ik ben hier niet beroepshalve.

Boss: Anders zou je d'r helemaal niet zijn.

Cop: Het gaat om jouw zaak.

Boss: Ik heb geen zaak. Ik ben privé-persoon.

Cop: Ik had een bespreking met Mac.

Boss: Mac beheert mijn vermogen. Rijke voorouders.

Cop: Blijkt nergens uit.

Boss: We hebben de staat helpen grondvesten.

Cop: Een enorme villa.

Boss: Valse bescheidenheid is onbehoorlijk.

Cop: Streng bewaakt.

Boss: Kostbare verzameling Hollandse ouwe meesters.

Cop: Daar zijn geen vijftien man voor nodig.

Boss: Ach!

Cop: Vijftien!

Boss: Jij bent beter op de hoogte dan ik.

Cop: Streng geselecteerde bodyguards.

Boss: Doodgewone lijfwachten.

Cop: Ik heb er één omgekocht.

Boss: Wie?

Cop: Doet er niet toe.

Boss: 't Is warm hier beneden.

Cop: Helemaal niet.

Boss: Heb je m'n gangen laten nagaan?

Cop: Tactiek.

Boss: Wat weet je?

Cop: Alles.

Boss: Hoe ben je d'r achter gekomen?

Cop: Mac vertelde dat je een scheikundige in dienst had.

Boss: Mac lult te veel.

Cop: Zo is dat.

Boss: Doc is een ongevaarlijke zatladder, die hoogstens een waspoeier heeft uitgevonden.

Cop: Misschien is hij een genie.

Boss: 'k Weet niet eens precies hoe hij heet.

Cop: Daar kom ik wel achter.

Boss: Ik moest die man aan een baantje helpen.

Cop: Ach nee toch.

Boss: Ja! Een slachtoffer van de economische crisis.

Cop: Nou en?

Boss: Nou, de man moest taxichauffeur worden.

Cop: Mensenliefde is er bij jou niet bij.

Boss: Je beledigt me.

Cop: Jij amuseert me. (apparaat stopt - vloeistof loopt weg) Iemand heeft zich opgelost.

Boss: Jij bent op de hoogte.

Cop: Doc?

Doc: Klopt.

Cop: Je bent toch een genie. Wie ruiste daar weg in de kanalisatie?

Boss: Een garage-eigenaar.

Cop: Hoeveel?

Boss: Waarvoor?

Cop: Voor de garage-eigenaar.

Boss: Vijfduizend.

Cop: Met zoiets geeft men zich niet af. Hoeveel lijken bevinden zich nog in de koelcel?

Doc: Eén. (koelcel open)

Cop: 't Is vrouwtje Miller. Doodgeknuppeld.

Boss: Ik kijk nooit.

Cop: Wie heeft het werk besteld?

Boss: D'r broer.

Cop: Hoeveel heeft ie betaald?

Boss: Negenduizend.

Cop: Stelt Mac de prijzen vast?

Boss: Nou en?

Cop: Die jonge Miller had vijftigduizend kunnen betalen.

Boss: Zoveel had ie nooit bij mekaar gekregen.

Cop: Wie bij de dood van zijn zuster drie miljoen erft, krijgt zoveel bij elkaar.

Boss: Jij lijdt aan grootheidswaanzin.

Cop: Ik ben realistisch. Terzake!

Boss: Is 't pakhuis omsingeld?

Cop: Ik heb gezegd dat ik hier niet beroepshalve ben.

Boss: Je bent politieman.

Cop: Juist daarom zou je mij moeten vertrouwen.

Boss: Juist daarom vertrouw ik je niet.

Cop: Gevoelig...

Boss: Ik moet mijn tikkertje sparen.

Cop: De moordstatistiek van onze stad was de hoogste. Toen namen ze Doc in dienst. Nu is de naam van onze stad weer in ere hersteld: de moordstatistiek van onze stad is de laagste.

Boss: Hm.

Cop: Omdat Doc een methode uitvond om lijken in vloeistof om te zetten. De perfecte moord werd mogelijk.

Boss: Wat wil je?

Cop: Vijftig procent.

Boss: (lacht) Je wil me ruïneren.

Cop: Als ik je wilde ruïneren, dan zou ik je liquideren.

Boss: Ik draag alle onkosten.

Cop: Jouw bende kost je maar tien procent.

Boss: Mijn bende haalt me het vel over m'n oren.

Cop: Je betaalt schunnig weinig.

Boss: Voor schunnig werk.

Cop: Zakelijk ben je een stumper.

Boss: Vijftien procent gaan er naar Mac.

Cop: Zakelijk een nog grotere stumper. Jouw zaak zou kunnen floreren als nooit tevoren.

Boss: Maar jij verpest 'm weer.

Cop: Je moet niet sentimenteel worden.

Boss: Wat ben je van plan?

Cop: Het te laten floreren als nooit tevoren. Doc, wat verdien je?

Doc: Vijfhonderd per maand.

Cop: Weinig!

Boss: Als taxichauffeur had ie minder.

Cop: Ik ben van plan om Doc tot onze compagnon te maken.

Boss: Mag 'm deelnemen met één pro mille?

Cop: Ik krijg vijftig, jij krijgt dertig, en Doc krijgt twintig procent.

Boss: Ik doe een beroep op je gezonde verstand.

Cop: Ik schat de geest hoog.

Boss: Op twintig procent?

Cop: Zonder Doc, geen opbloei. (schenkt in)

Boss: Je bent een communist.

Cop: De tijd van de grote Bossen is voorbij.

Boss: Als ik met dertig procent ook nog de bende en Mac betaal, dan zit ik op zwart zaad.

Cop: Beter dan op de elektrische stoel.

Boss: Ik vind je grappen onuitstaanbaar. Met jouw moderne ideeën boor je mijn levenswerk de grond in.

Cop: Ik ben bereid om Mac over te nemen.

Boss: (zucht) Dan krijg ik tenminste weer een beetje lucht.

Cop: D'r blijft je ook niets anders over. Mmm, nee maar, Doc, nu heb je me een betere whisky voorgezet! (lift komt in beweging) Ze halen de lift naar boven.

Boss: Ik verwacht niemand.

Cop: Een verrassing...

Boss: Is 't toch de politie?

(lift komt aan - er wordt iets uitgeladen)

Jim: Hier is de grote kist, Cop.

Cop: In de koelcel, Jim.

Jim: Goed, Cop. (met veel lawaai gaat de inhoud van de kist in de koelcel - deur dicht)

Boss: Jim dus...

Cop: Mijn beste man.

Boss: Ik dacht dat ie mijn beste man was.

Cop: Hij is nu onze beste man.

Boss: Wie zit er in die kist?

Cop: Mac.

Boss: Je zei dat je een bespreking met 'm had gehad.

Cop: Het resultaat.

Boss: Mac was mijn beste vriend.

Cop: Hij had niet de capaciteit om de betalingsmogelijkheden van onze cliënten te schatten.

Boss: En wie moet dat dan in 't vervolg doen?

Cop: Doc.

Boss: Relaties met cliënten zijn niet gemakkelijk aan te knopen.

Cop: Mac knoopte ze té gemakkelijk aan. (veel lawaai van de kist die in de lift wordt geduwd) Ik ga mee, Jim! Doc, jouw whisky was uitmuntend. Van nu af aan wordt de onderneming exclusiever, en duurder. (lift omhoog)

Boss: Deze machtsstrijd ontbrak me nog net. Mijn slechte voorgevoel heeft mij niet bedrogen.

Doc: Ik ben jouw compagnon geworden.

Boss: Die smeris ook.

Doc: (lacht) Je bent in handen van keurige mensen gevallen.

Boss: En ik heb nog wel Isigaki helpen te veroveren.

Doc: We leven in een andere tijd.

Boss: (zucht) 't is hier om te barsten van de hitte.

Doc: Denk aan je tikkertje.

Boss: Als ik nou maar wist waar ik die vent eerder ontmoet heb...

Ann: Ik heet Ann. Ik ben de maîtresse van Boss. Ik was een fotomodel. Geen beroemd. Mijn grootste succes was een reclamecampagne voor een tuinschommel. Voor mij had Boss een andere maîtresse, mijn vriendin Kitty. Ze woonde in een chique buurt. Toen ze mij bij zich uitnodigde, zei ze dat Boss niet aanwezig zou zijn als ik kwam. Toen ik kwam, was Boss wel aanwezig en Kitty verdween. Ik had direct een slecht voorgevoel toen Boss me nam.

Je zou je met mensen als Boss niet moeten inlaten, maar sindsdien leef ik met 'm samen. Hij verwent me. Ik rij in een dure sportwagen. Hij geeft me juwelen en een bontjas cadeau, en laatst gaf ie me een kleine Rembrandt. 'k Mag 'm alleen aan niemand laten zien. Ik heb Kitty's woning overgenomen. Kitty is niet meer tevoorschijn gekomen. 'k Kan me voorstellen wat er met 'r gebeurd is. Boss is machtig. De mensen zijn bang voor 'm. Maar 'k weet niet wat ie uitspookt. 't Is beter dat ik het niet weet.

Vaak vliegt ie naar de Westkust. Toen ie weer een keer naar de Westkust was gevlogen, ging ik naar de Tommy's Bar. Eigenlijk had Boss me verboden om naar de Tommy's Bar te gaan, hij wilde dat ik alleen dure restaurants bezocht. Maar toch ging ik dikwijls naar de Tommy's Bar, omdat ik zelfstandig wilde zijn, en omdat het gevaar me prikkelde. En zo gebeurde het dat ik Doc ontmoette. Hij zei dat ie vlak bij de rivier woonde, maar ik was toch bang toen we 't pakhuis in liepen en naar beneden gingen, en ik keek argwanend om mij heen toen ik de eerste keer in deze ruimte kwam.

Doc: Nou?

Ann: Zo diep in de grond.

Doc: Vijf etages diep.

Ann: Woon je hier?

Doc: Hier woon ik.

Ann: Dag en nacht?

Doc: Altijd.

Ann: 't Is toch geen woning.

Doc: Voor mij wel.

Ann: Ongezellig!

Doc: Ik heb geen gezelligheid nodig.

Ann: D'r druppelt ergens water!

Doc: Bang?

Ann: Een beetje.

Doc: Je hebt me aangesproken....

Ann: In de Tommy's Bar.

Doc: Je bent vrijwillig meegegaan.

Ann: Ik weet het.

Doc: 't Kon je niet schelen waarheen.

Ann: Nu ben ik hier.

Doc: Je wilt met me naar bed.

Ann: Mijn ..?..

Doc: Hier is de divan.

Ann: 'k Zie het.

Doc: Kleed je uit.

Ann: Straks.

Doc: Whisky?

Ann: Graag.

Doc: Als je wilt, kun je weer naar boven.

Ann: Ik blijf. (Doc schenkt) Ben je een wetenschapsman?

Doc: Zoiets, ja. (een tweede glas) Ik maak industriediamanten.

Ann: Moet je daarom zo diep onder de grond?

Doc: Radioactieve straling.

Ann: Gevaarlijk?

Doc: Alleen als 't apparaat in werking is gesteld. (lacht - gaat naar kamer ernaast - deksel open) Mijn uitvinding. (deksel dicht)

Ann: 'k Heb meteen geweten dat je 'n intellectueel bent.

Doc: (komt terug) Ik ben er een geweest.

Ann: Moet ik me nu uitkleden?

Doc: Straks.

Ann: Bang?

Doc: Nee.

Ann: 'k Heb je nog nooit gezien in Tommy's Bar.

Doc: Ik ben ook nog nooit in Tommy's Bar geweest.

Ann: Leef je werkelijk altijd hier beneden?

Doc: De eerste keer dat 'k boven was, sinds meer dan een jaar. Jij kwam met een moordslee voorrijden.

Ann: Een cadeau.

Doc: Je bontjas is ook niet goedkoop.

Ann: Ook een cadeau.

Doc: Waarom heb je juist aan mij gevraagd om met je naar bed te gaan?

Ann: Toeval.

Doc: Had je 't ook aan een ander gevraagd?

Ann: O ja.

Doc: Een dure hoer, of tuk op een avontuurtje?

Ann: Doet er niet toe.

Doc: Wil je nog steeds met me naar bed?

Ann: Nog steeds.

Doc: Ik betaal geen cent.

Ann: Doet er niet toe.

Doc: Merkwaardig kindje. (zucht en drinkt) 'k Heb een hele tijd geen vrouw gehad.

Ann: Je bent gek, hier beneden.

Doc: 'k Heb ooit 'ns heel sjiek gewoond.

Ann: Geruïneerd?

Doc: Maar dan ook helemaal. (drinkt)

Ann: Ik heet Ann.

Doc: Ze noemen mij Doc. Waarom wil je met me naar bed?

Ann: 't Gaat je niet aan.

Doc: Kleed je dan maar uit.

Ann: Ik kleed me uit.

Ann: Toen kleedde ik me uit. Misschien omdat ik me wilde wreken op Boss, misschien omdat ik me schaamde omdat ik Boss niet had kunnen weerstaan. 't Was heel fijn. Ik vond die kale ruimte diep onder de grond opeens gezellig. Ik bleef maar een paar uur bij Doc, toen. Daarna wilde ik 'm nooit meer terugzien..

Maar toen Boss weer naar de Westkust vloog, zag ik Doc terug. En nu ga ik ook naar 'm toe als Boss niet naar de Westkust vliegt. Ik ben gelukkig met Doc. 'k Vertrouw 'm, meer dan ik ooit een andere man heb vertrouwd..

Toch praatte ik tot nu toe nooit met 'm over Boss. Hij moest niet weten dat ik Boss kende, en Boss ook niet leren kennen. Hij moest geen flauw idee hebben dat er een Boss bestaat. Maar nu moet ik over Boss praten met 'm, zij het voorzichtig, zonder z'n naam te noemen.

Doc: (slaat koelcel dicht en komt binnen) De fabricage van industriediamanten eist constante supervisie.

Ann: Elke keer als jij uit die andere kamer komt, heb je 't koud.

Doc: 't Is daar fris.

Ann: Altijd moeten wij weer afscheid nemen.

Doc: Dit is de eerste keer dat je de hele nacht bent gebleven.

Ann: 'k Ben verliefd op je geworden, zomaar, ineens.

Doc: Men wordt niet verliefd op iemand zoals ik.

Ann: Jij bent anders dan de anderen.

Doc: Ik ben net zo geworden als de anderen.

Ann: Ik wilde een behoorlijk mens blijven.

Doc: Dat willen we allemaal.

Ann: Jij bent een behoorlijk mens.

Doc: Onzin. Als ik niet vertrouwd had op m'n instrumenten, en zonder elektronenmicroscoop, en zonder computer had durven denken, was ik misschien een behoorlijke wetenschapsman gebleven, da's alles.

Ann: 't Is niet onbehoorlijk om industriediamanten te maken.

Doc: Alles is vandaag de dag onbehoorlijk.

Ann: Je weet niets van mij.

Doc: We hoeven niets van elkaar te weten.

Ann: Ik word gemainteneerd.

Doc: Nou en?

Ann: Ik kan niet meer leven met 'm sinds ik jou ken.

Doc: Een hoge ome?

Ann: In bepaalde kringen.

Doc: z'n naam?

Ann: Ik wil je d'r niet bij betrekken.

Doc: Ik ben er al bij betrokken.

Ann: Nog niet.

Doc: We zijn allemaal overal bij betrokken.

Ann: Hij heeft me een Rembrandt cadeau gedaan.

Doc: Die kan niet echt zijn.

Ann: O nee?

Doc: Of ie is gestolen.

Ann: Dan is ie echt.

Doc: Ben je bang?

Ann: Sinds ik van jou hou.

Doc: Is ie achterdochtig geworden?

Ann: Weet ik niet.

Doc: Ben je in gevaar?

Ann: Als ie achterdochtig is geworden.

Doc: Je had niet verliefd op me moeten worden.

Ann: Maar ik ben nou eenmaal verliefd op je geworden.

Doc: En?

Ann: Doc....

Doc: Ik ben ook op jou verliefd geworden. Zomaar ineens. (kust haar)

Ann: Wat moet ik doen?

Doc: Niet meer met 'm samen leven.

Ann: Ik moet met 'm samen leven. Hij zou me overal vinden.

Doc: Ik breng je naar een veilige plaats.

Ann: Waar?

Doc: Bij de vriendin van m'n compagnon.

Ann: Wie is jouw compagnon?

Doc: Da's onbelangrijk.

Ann: Ook een hoge ome?

Doc: Ook, ja.

Ann: Volgende week vliegt ie naar de Westkust.

Doc: Dan kan het te laat zijn.

Ann: 't Is gevaarlijk om vóór die tijd bij 'm weg te gaan.

Doc: Vandaag nog.

Ann: Vandaag komt ie bij me.

Doc: Morgen dan.

Ann: Ik weet niet of dat kan.

Doc: Het moet!

Ann: Morgenavond.

Doc: Hier beneden.

Ann: Na tienen.

Doc: Na tienen. Neem niets mee. Het moet zo zijn alsof je in het niets bent opgelost.

Ann: Jij?

Doc: Ik moet hier nog beneden blijven.

Ann: Vanwege jouw hoge ome?

Doc: Ik ga meedoen in een grote zaak.

Ann: Met je industriediamanten?

Doc: Ja.

Ann: Een vieze zaak?

Doc: D'r zijn alleen maar vieze zaken. Binnen een jaar ben ik rijk.

Ann: Een jaar kan een eeuwigheid duren.

Doc: Niet altijd.

Ann: Als het je lukt.

Doc: Dan gaan we samen weg uit deze stad.

Ann: Als we geluk hebben.

Doc: Het lukt me, omdat ik weer een kans krijg.

Ann: Met je industriediamanten?v

Doc: Met jou!

Ann: Ik moet gaan.

Doc: Ik moet werken.

Ann: Ik moet nog één keer terug naar m'n hoge ome.

Doc: De laatste keer. (ze gaat weg - lift daalt)

Ann: Doc?

Doc: Ann?

Ann: Zullen we ooit nog teruggaan naar Tommy's Bar? (liftdeur open - stapt in - liftdeur dicht)

Bill: Mijn naam is Bill. Ik ben 24. Ik studeerde eerst biologie, toen ben ik omgezwaaid naar sociologie. Het is onbehoorlijk om na te denken over atomen, moleculen, spiraalnevels of koolstofverbindingen wanneer een corrupte staat, een nog corruptere maatschappij of een idioot dogmatisme de wereld ten gronde richten.

't is zinloos om steeds weer nieuwe ideologieën op te bouwen. Er is genoeg gewauweld. Grotere nood brengt de mensheid pas tot nadenken. Toch hoort bij een krankzinnige wereld een krankzinnige methode. Onze strijd richt zich tegen elk politiek systeem en tegen elke maatschappijorde. Er deugt allemaal niets van. De algemene corruptie is niet te bestrijden, men moet ze bevorderen.

Een slim geplaatste bom is geen utopie, maar werkelijkheid, een spoorwegwissel die op het goede moment fout wordt overgehaald geen ideologische daad, maar een zinvol ingrijpen in de geschiedenis.

Ledigheid is des duivels oorkussen. Meedoen is misdadig. Plannen maken tijdverspilling. Alleen met amok maken kom je verder. Dit inzicht omzetten in de daad, dat is mijn doel. (geluid van de lift) De lift. Mijn scène komt straks.

(geluid van de lift)

Jack: Jack.

Doc: (sluit koelcel en komt naderbij) Doc.

Jack: Ik werd vandaag om acht uur precies hier besteld door een onbekende.

Doc: U bent een man van de klok.

Jack: Ik hoop dat ik hier goed ben.

Doc: U hebt zich niet vergist. Geen angst?

Jack: Mensen zoals u boezemen me vertrouwen in.

Doc: Mensenkennis.

Jack: Het gaat om de Chemische Industrie.

Doc: Ik weet het.

Jack: Ik zit in de raad van beheer.

Doc: Ik ben vereerd.

Jack: Ik spreek uit naam van de hele raad van beheer.

Doc: Spreekt u maar.

Jack: Behalve natuurlijk de president van de raad van beheer.

Doc: Terzake graag!

Jack: De Chemische Industrie is waarschijnlijk zelfs voor u een begrip.

Doc: Ik heb er gewerkt.

Jack: Ik kan me u niet herinneren.

Doc: Niemand kan zich mij herinneren.

Jack: We hadden tienduizenden in dienst.

Doc: Chef van één van uw researchafdelingen.

Jack: De wetenschapsmensen van de researchafdelingen die economisch niet van belang waren, werden zonder meer ontslagen.

Doc: Tegelijkertijd werd de afdeling propaganda opgeschroefd.

Jack: Nou ja, zaken zijn zaken.

Doc: Laten we dan tot zaken komen.

Jack: Ik kreeg een schriftelijke aanbieding.

Doc: Dat schijnt u te interesseren.

Jack: Onder bepaalde omstandigheden.

Doc: Wie wilt u geliquideerd hebben?

Jack: De eigenaar van de Chemische Industrie.

Doc: De ouwe Nick?

Jack: De oude Nick is dood.

Doc: De erfgenaam?

Jack: Zijn stiefzoon.

Doc: Waarom zouden we ons met hem bemoeien?

Jack: U hebt mijn opdracht te aanvaarden en geen vragen te stellen.

Doc: Ik moet die zaak rond hebben, en u moet antwoord geven.

Jack: Niet onbeschoft worden.

Doc: (lacht) Ik ben de cliënt niet.

Jack: Ik ben de broer van Nick.

Doc: Nou en?

Jack: De Chemische Industrie werd door mijn vader gegrondvest. Ik kan niet toelaten dat zij in handen valt van iemand die van zo lage afkomst is. De moeder hoereerde zich het bed in van de oude Nick. De vader is gecrepeerd in de goot. De zoon bezit volgens testament de meeste aandelen, is president van de raad van beheer en de rijkste man van het land. Dit schandaal moet een halt worden toegeroepen.

Doc: Als de onderneming die stiefzoon laat verdwijnen, dan moet u volgens de wetten van dit land zes jaar wachten voor u z'n erfenis kunt aanvaarden.

Jack: Dat geduld breng ik wel op. Vooral omdat de raad van beheer mij tot president zal benoemen.

Doc: Hoeveel biedt u?

Jack: Honderdduizend.

Doc: Eén miljoen.

Jack: Onmogelijk.

Doc: Ik pas de prijs aan de klant aan.

Jack: U zet ons het mes op de keel.

Doc: U moet niet zo mekkeren!

Jack: (gaat naar de lift en opent de deur) Ik moet met spoed de raad van beheer bij elkaar roepen.

Doc: U doet maar wat u niet laten kunt.

Jack: Ik weet niet of de raad toe zal stemmen.

Doc: Oohoho, jawel, vast wel.

(geluid van de lift - voetstappen)

Bill: Vader.

Doc: Bill.

Bill: Ik heb je overal gezocht.

Doc: Ik ben ondergedoken.

Bill: Jarenlang.

Doc: De tijd gaat snel.

Bill: Ik was bang dat je....

Doc: Oooh.... ik kom er wel.... (er loopt vloeistof weg)

Bill: Lost er een lijk op?

Doc: Mijn baan.

Bill: Ik weet het.

Doc: Het gaat me redelijk.

Bill: Ik zie het.

Doc: Je ben hier binnengeslopen.

Bill: Ik ben hier naartoe gestuurd. (Doc schenkt zich in) Je bent een groot man van de wetenschap geweest.

Doc: Ik wist iets af van aminozuren.

Bill: We hebben aan jou wezenlijke inzichten te danken betreffende het leven.

Doc: (drinkt) Nog een verrassing om je weer te zien.

Bill: Nogal.

Doc: Hebt u de onderhandeling van zo-even ook gehoord?

Bill: Dat heb ik.

Doc: Ik verwachtte iemand anders.

Bill: Ik ook.

Doc: De rijkste man van het land. (drinkt) Laten we elkaar niets wijsmaken. Je weet voor wie ik werk, en 't was leuk om je weer 'ns te zien. Ik ben toevallig je vader, en jij bent toevallig mijn zoon. Meer hebben we elkaar niet te zeggen. Adieu, Bill. De erfgenaam van de Chemische Fabriek kan me beter een andere onderhandelaar sturen. Nou?

Bill: Ik ben de erfgenaam van de Chemische Fabriek. Moeder trouwde met de ouwe Nick, twee jaar geleden.

Doc: En de advocaat waarmee ze me toen....?

Bill: Ze heeft zich hogerop genaaid, van het ene bed in het andere.

Doc: (lacht) Carrière... (drinkt) En ik kwam terecht bij het baantje van lijken oplossen, in hun natuurlijke bestanddelen. Ook een carrière.

Bill: Drie weken geleden zijn de oude Nick en moeder in zijn privé-vliegtuig tegen een rotswand aan gevlogen.

Doc: Gecondoleerd.

Bill: De begrafenis van het jaar.

Doc: Ik ben al lang niet meer op de hoogte van wat er boven gebeurt.

Bill: Laten we tot zaken komen.

Doc: Jij schrijft een cheque uit van twee miljoen en je maakt dat je wegkomt.

Bill: Op het vermoorden van Jack stel ik geen prijs.

Doc: Onverstandig.

Bill: Daarvoor in de plaats bied ik tien miljoen....

Doc: Grappig.

Bill: ....voor het vermoorden van de president van de staat.

Doc: Dit is een kwalijke grap.

Bill: Bloedige ernst.

Doc: Ik heb gevoel voor humor, Bill, maar ik moet je d'r op wijzen dat de firma dat niet heeft.

Bill: Ik maak geen grapjes.

Doc: Maak dat je wegkomt.

Bill: Ik heb mijn aanbod gedaan.

Doc: Twee miljoen voor het vermoorden van Jack en lazer op.

Bill: Jij bent de onderhandelaar.

Doc: Ik ga hier niet op in.

Bill: Jij gaat hier wel op in.

Doc: Ik weiger. Dit is nonsens.

Bill: Cop gaf me jouw adres. Anders zou ik me tot hem moeten wenden. Ik ben het hoofd van de politie zeer erkentelijk. Hij bracht deze onderneming onder mijn aandacht, en daarop kwam ik op het idee er zinvol gebruik van te maken.

Doc: Waarom wil je de president laten vermoorden?

Bill: Ik vertegenwoordig de tot nu toe meest radicale richting van het anarchisme.

Doc: Daar ben ik inmiddels ook al achter.

Bill: De repressieve tendensen....

Doc: Vandaag de dag spreken moordenaars potjeslatijn.

Bill: Dat hebben ze geleerd van de mensen die hen al eeuwenlang vermoorden.

Doc: Wie het geweld idealiseert, rechtvaardigt de maatschappij.

Bill: Wie de maatschappij idealiseert, rechtvaardigt het geweld.

Doc: Ik idealiseer de maatschappij niet.

Bill: Je doet veel erger: je doet mee.

Doc: Laten we dit gesprek zakelijk houden.

Bill: Ik hoop dat ik met de onderneming een overeenstemming kan bereiken. Ik geef opdracht om de ene president na de andere te mollen.

Doc: Dat kost een lieve duit.

Bill: Ik laat de wereld in de lucht vliegen, en tegelijkertijd vergooi ik de enorme winsten die ik met de Chemische Industrie maak.

Doc: Men koopt geen revolutie, men doet eraan mee.

Bill: Krijg jij een deel van de winst?

Doc: Twintig procent.

Bill: Nou dan!

Doc: 'k Heb het niet alleen voor het zeggen.

Bill: De onderneming heeft mij een voorstel gedaan, ik doe een beter voorstel.

Doc: Jacks aanbod zou wel 'ns aangenomen kunnen worden.

Bill: Niemand slaat tien miljoen af.

Doc: Bill, ik zeg het je nog één keer: twee miljoen voor het vermoorden van Jack, en wegwezen.

Bill: Ik ben de rijkste man van het land. Jullie zijn op mij aangewezen, en ik op jullie. Anders missen jullie de boot met de handel, en ik met de politiek.

Doc: Ik ga met de onderneming praten. Je hoort van me.

Bill: Wanneer?

Doc: Heel gauw.

Bill: Zo mag ik het horen.

Doc: Jouw leven staat op het spel.

Bill: Ik zet alles op het spel.

Doc: Jouw éénmansonderneming is je reinste waanzin.

Bill: Je vergeet de enorme kwetsbaarheid van de tegenwoordige maatschappij. Met mijn miljoenen heeft de mens alleen maar jouw wetenschappelijke kennis aan te wenden.

Doc: Wetenschap heeft niets met politiek te maken.

Bill: Misschien toch wel. Wie een mengsel van methaan, waterdamp, ammoniak en waterstof blootstelt aan een elektrische ontlading krijgt aminozuren, de grondstof van het leven. Door dit experiment ben jij beroemd geworden. (2) Ik herhaalde het in de politiek. Het mengsel is onze maatschappij. Ammoniak en methaan zijn geweldig stinkende gassen, en de elektrische vonk mijn miljoenen waar ik via jullie mee handel.

Doc: Wil je mij wreken? Bill?

Bill: Vader?

Doc: Ik weet dat ik het recht verloren heb om met jou van gedachten te wisselen. We hadden elkaar nooit meer mogen tegenkomen. Een kwalijke grap heeft ons weer bij elkaar gebracht. De collaborateur en de non-collaborateur. De vader en de zoon. Maar je hebt een verkeerd uitgangspunt gekozen voor je wraak. Ik heb me in dienst gesteld van de onderneming.

Waarom? Omdat ik kapot ging aan de maatschappij. Omdat ik het de wereld nog één keer wilde laten zien. Omdat ik mezelf verachtte, uit haat, uit verbittering. Allemaal grote woorden. Misschien alleen maar uit gedachteloosheid. Omdat ik niets meer erg kon vinden.

Misschien alleen maar om wat beter te kunnen leven, vijf verdiepingen onder de grond. Jij kunt me niet wreken omdat ik me allang gewroken heb, op mezelf. Als een bedrogen echtgenoot die zich wreekt door zich te ontmannen.

Bill: Ik wreek me toch.

Doc: Laat me met rust.

Bill: (doet enkele stappen) 't Is stil hier.

Doc: Ik heb je niets meer te zeggen.

Bill: Er druppelt ergens water.

Doc: Dat komt binnen via de rivier.

Bill: Wat er ook boven gebeurt, er dringt hier niets tot je door. De hele wereld gaat je niets meer aan. Ze levert je alleen nog haar doden. Ik vernietig haar niet, zij vernietigt zichzelf. (de lift daalt) Ik help alleen een handje. Tien miljoen! (lift stijgt)

(geluid van de lift - er wordt wat uitgeladen)

Sam: Waar naartoe, Boss?

Boss: Hierheen, Sam.

Sam: Jawel, Boss. (sleept iets aan)

Boss: Wacht in de Cadillac, Sam. (lift stijgt)

Boss: In de hutkoffer zit het lijk van Ann. Ik heb 'r gedood uit tactische overwegingen. Persoonlijk had ik aardigheid in d'r, niet zozeer omdat ze met Doc sliep, maar ik moest lachen om de angst die ik haar inboezemde. Ja, 't zou me niks verwonderen als Ann dacht dat haar voorgangster Kitty door mij uit de weg was geruimd, Kitty die d'r al heel lang een bordeel op nahoudt aan de Westkust.

En zo haalde ze 't in haar hersens mij met een man te bedriegen zonder dat het bij 'r opkwam dat ie mijn employé was. Hm, om je rot te lachen. Dat Doc niet op het idee kwam met wie die eigenlijk sliep, is weer wat anders. Sinds wanneer heeft een intellectueel iets in de gaten? Daarom is ie juist zo bruikbaar. En God weet dat Doc bruikbaar is met z'n necrodialysator. Reden te meer om 'm zijn verhouding met Ann niet kwalijk te nemen. Integendeel, ze hadden m'n zegen. Ik ben breed van opvatting.

Maar toen kwam Cop in het strijdperk, Cop, die ik al eens eerder ergens ontmoet had. Cop die ik maar niet kan thuisbrengen. En hij schoof Doc twintig procent toe. Toen moest ik wel handelen. Alleen via Ann is Doc, en alleen via Doc is Cop te pakken. Ann was nou eenmaal Docs zwakke kant. Omdat ie d'r een slecht geweten op nahoudt, zoals alle intellectuelen. Ze doen tweemaal een beroep op de wereld: zoals ie is, en zoals ie eigenlijk moest zijn. Van de wereld zoals ie is, leven ze en aan de wereld zoals ie moest zijn, ontlenen ze de maatstaven om de wereld waarvan ze leven te veroordelen. En terwijl ze zich schuldig voelen, spreken ze zichzelf vrij. Ik ken die verneukerij. Dat zooitje deugt niet voor de schepping van de wereld.

Maar dat schuldgevoel is allemaal inbeelding. Een luxe, waardoor ze zich kunnen drukken als het op daden aankomt. Die goeie Doc... Hij zal zich schuldig voelen aan Anns dood, z'n weerstand laten varen tegenover mij, uit angst voor mijn wraak, van Cop overzwaaien naar mij, en dan zichzelf heilig verklaren met behulp van.... een nog slechter geweten.... De lift komt.

(geluid van de lift)

Doc: Goeienavond Boss.

Boss: Goeienavond Doc. Ik sta verbaasd. Heb je eten ingekocht? Eindelijk 'ns een keer boven geweest?

Doc: Voor de tweede maal, in twee jaar.

Boss: (komt nader - versjouwt de koffer) De eerste maal?

Doc: (komt nader) Toen leerde ik mijn vriendin kennen.

Boss: En nu?

Doc: Komt ze voor altijd.

Boss: Algauw?

Doc: Na tienen.

Boss: Wil jij je vriendin bij die griet van mij brengen?

Doc: Daar is ze veilig.

Boss: Je zegt het.

Doc: Niemand komt op het idee dat ze bij de vriendin van de grote Boss zit. We zijn nu partners.

Boss: Zo is dat.

Doc: Blijf met je handen van m'n vriendin af!

Boss: Ik zeker, met m'n tikkertje.

Doc: We gaan trouwen.

Boss: Wanneer?

Doc: Over een tijdje.

Boss: Man, ik heb je gewaarschuwd voor de liefde.

Doc: Dat is mijn zaak.

Boss: Ik zeg het zomaar.

Doc: Ik heb een aandeel van twintig procent. Als ik genoeg bij elkaar heb, begin ik een nieuw leven.

Boss: Wie lijken oplost, begint geen nieuw leven.

Doc: Ik stap uit de zaak.

Boss: Er zijn zaken waar een mens niet meer uitstapt.

Doc: Is dat een dreigement?

Boss: Nee, een feit.

Doc: Nieuwe handel?

Boss: Onbelangrijk.

Doc: Wie?

Boss: Privé-aangelegenheid.

Doc: Okay. (brengt de koffer weg)

Boss: Doc, ik weet dat het laat is. Jij hebt inkopen gedaan, en je wacht op je mokkeltje. Maar voor mij heb je toch nog wel even een kwartiertje over.

Doc: (sluit de koelcel) Een klein hapje welkom thuis.

Boss: Onze zaken nemen een enorme vlucht.

Doc: Da's alleen maar prettig.

Boss: Ik weet het zonet nog niet.

Doc: Wat bevalt je dan niet?

Boss: Cop.

Doc: Hij heeft ons de zaak van de eeuw bezorgd.

Boss: Hij bezorgt die zichzelf.

Doc: Maar we hebben ook een aandeel.

Boss: Een corrupte politieman irriteert me mateloos.

Doc: De politie is altijd corrupt geweest.

Boss: Niet op deze schaal. Als ie twee of drie procent genomen had, dan zou ik 't prima gevonden hebben. Maar vijftig... Ik heb de officier van justitie voorzichtig inlichtingen laten inwinnen. Cop is omgekocht. De officier van justitie is volkomen zeker van z'n zaak.

Doc: Misschien heeft Cop de officier van justitie omgekocht.

Boss: Dat zegt een patriot niet.

Doc: Ik ben geen patriot.

Boss: Een officier van justitie laat zich niet omkopen.

Doc: Iedereen is omkoopbaar.

Boss: Dat weet ik. Jij bent een zwerver. Het vaderland zal jou een zorg zijn. Schaam jij je niet om iemand zo verdacht te maken?

Doc: Misdadigers zijn tegenwoordig romantisch.

Boss: Van beroepsethiek heb jij zeker nog nooit gehoord?

Doc: Niet in jouw kringen.

Boss: Wij zijn partners, dat heb je zelf gezegd. Dan moet je je ook aan onze zakelijke principes houden.

Doc: En wat zijn die dan wel?

Boss: Ten eerste: redelijke prijzen. Jij vroeg aan Jack een miljoen. Da's irreëel voor het liquideren van een privé-persoon. Als we met dergelijke prijzen beginnen, worden we binnen het jaar weggeconcurreerd door iedereen die goedkoper werkt dan wij. Ten tweede: geen politiek.

Ik zeg het de mensen tot in den treure: afgevaardigden en senatoren zijn taboe. En de president helemaal. Dat is een symbool waar ik m'n vingers niet aan brand. Het liquideren van de erfgenaam van de Chemische Werken is nog tot daar aan toe, maar het vermoorden van de president van het land, daar steek ik een stokje voor. Anders worden we de grond ingestampt door de politici.

Doc: We hebben allang een besluit genomen.

Boss: Wij??

Doc: Cop en ik.

Boss: Heb je 'm dan ontmoet?

Doc: Vanmiddag.

Boss: En ik kon 'm niet eens aan de telefoon krijgen.

Doc: Mij heeft ie opgezocht.

Boss: Achter mijn rug.

Doc: Er is besloten om de president te vermoorden.

Boss: En ik heb zeker niks in te brengen?

Doc: Meeste stemmen gelden.

Boss: De erfgenaam van de Chemische Werken is een hondsgevaarlijke dilettant. Wie vandaag de dag een president wil liquideren, hoeft alleen maar voor een handvol bankbiljetten een scherpschutter met een telelens op z'n geweer te huren, en niet tien miljoen over de balk te gooien. Laat staan een gerenommeerde zaak als de onze lastig te vallen. Vooruit, ga je werk....

Doc: Hè?

Boss: Nu.

Doc: Ja maar, mijn....

Boss: ..?..

Doc: Zoals je wilt. 'k Kan nog net voor ze komt.

Boss: Is ze mooi?

Doc: Wie?

Boss: Die griet van je.

Doc: O ja, heel mooi.

Boss: Die was ook mooi.

Doc: Wie?

Boss: Die griet van mij.

Doc: Was?

Boss: Maak haar klaar in de koelcel, en los haar in haar bestanddelen op.

(gaat in de andere kamer - koelcel open - apparaat in werking)

Boss: En ik was goddomme als een vader voor d'r... Doc, maak het voort. Het is me zwaar gevallen. Doc, geloof me, maar mijn griet zal in haar appartement jouw griet geen gezelschap kunnen houden. ..?.. Hier is lekker eten! Uit jaloezie. En toch had ik ineens het gevoel dat mijn griet me trouw was, Doc. Ze staat op, pakt d'r koffers, wil 'm smeren, stiekem d'r vandoor gaan met d'r juwelen, en spoorloos verdwijnen met 'r bontjas en met de Rembrandt die ik haar cadeau had gedaan. Ze heeft zich niet eens verdedigd.... Goeie olijven!

Als ik maar wist wie die vent was waar ze naartoe wilde, waar ze steeds weer mee sliep. Goed! Je hebt zelfs voor kaviaar gezorgd. Als die griet van me zich nou maar verdedigd had. Ja, een mens laat zich toch zomaar niet wurgen. Bovendien wou ik eigenlijk alleen.... (iets wordt hard dichtgeslagen) Gek hè, ik ben zelfs niet meer jaloers.

Doc: (komt binnen) Ze is dood.

Boss: Sardellen (3), daar ben ik gek op.

Doc: Ze moet hooguit vijfentwintig zijn.

Boss: Wat is dat nou voor een opmerking?

Doc: Ze is mooi.

Boss: Weet ik.

Doc: De mooiste vrouw die ik ooit heb gezien.

Boss: Weet ik.

Doc: Je had 'r niet moeten vermoorden.

Boss: Toch heb ik het gedaan.

Doc: Boss....

Boss: Doc?

Doc: Ik....

Boss: Ja?

Doc: Niets.

Boss: Nou, dan niet. Ik heb je in dienst genomen om lijken op te lossen, en niet om je met psychologische studies bezig te houden. 't Was toch immers maar een hoer?

Doc: Ik kende haar niet.

Boss: Weet ik, je kende d'r niet.

Doc: Ik heb haar appartement niet meer nodig.

Boss: Ik dacht dat dat mokkeltje van jou in gevaar was?

Doc: Ze zal 't wel hebben overdreven.

Boss: Ze was bang, zei je?

Doc: Nu niet meer.

Boss: Hm, als jij het zegt.

Doc: Ik breng m'n vriendin wel ergens anders onder.

Boss: Da's jouw zaak. Ik dacht dat je met dat grietje gelukkig zou worden. Man, jij ziet zo wit als een doek. Ik heb gewoon met je te doen. Als gevoelsmens gaat het overlijden van mijn griet jou aan het hart. Je bent er kapot van alsof het jouw geliefde was. Terwijl ze toch een wildvreemde voor je was.

Komt omdat jij geen zakenman bent, Doc. Ik praat met je alsof ik je vader ben, ondanks mijn verlies. Jij komt tussen de wielen als het zo doorgaat. Het leven wordt van dag tot dag harder, de strijd om de macht steeds gruwelijker. Ik doe je een voorstel, Doc: jij hebt een aandeel van twintig procent in de zaak. Geef die twintig procent nou aan mij, en ik geef jou vijfduizend per maand. Ik neem alle zorgen van je weg, en jij kan je rustig concentreren op dat stille werk van je hier beneden. Nou? Is dat niet verdomd fideel van me?

Doc: Als de president van het land tenminste geliquideerd wordt.

Boss: Maar waarom nou toch? Die goeie man heeft jou toch nooit iets gedaan?

Doc: Mijn samenwerking met de onderneming moet zin hebben.

Boss: Vreemd antwoord! Hoogst eigenaardig!

Doc: Mijn voorwaarde.

Boss: Spreekt vanzelf, Doc. Natuurlijk. Als Cop er ook voor is, ben ik bereid om de president voor tien miljoen te laten neerschieten. Omdat jij dat zo graag wil. Met een zwaar hart, neem dat van mij aan. Je kent m'n patriottisme. Ik was er per slot van rekening bij toen we Isigaki veroverden. Officier bij de intendance. Bedankt voor het hapje. Ik hoop dat we voor jouw mokkeltje niet te weinig hebben overgelaten.

Doc: Maak je geen zorgen.

Boss: Zet het met Sam maar lekker op een zuipen. Zou die ook naar Cop zijn overgelopen?

Doc: 't Is mogelijk.

Boss: Die hutkoffer laat ik weer ophalen.

Doc: Graag.

Boss: (gaat naar de lift) Als ik me nou maar toch kon herinneren waar ik die Cop eerder heb ontmoet. Het wil me maar niet te binnen schieten. (lift stijgt)

(liftdeur open - geschreeuw - geluiden van een hevig gevech - schieten)

Cop: Boss had gelijk. Hij kan het zich maar niet herinneren. Ook niet toen hij in die Cadillac rondhing om zich, net als in de goeie ouwe tijd, vol te laten lopen in Tommy's Bar. Ook toen kon hij zich niet herinneren waar hij me had ontmoet. Twee keer achter elkaar. Mijn linkerarm en mijn rechterbeen kwamen door zijn revolverschoten terecht in de afvalemmer van de dienstdoende chirurg. Want Boss was meer dan twintig jaar geleden met een bijouteriezaak begonnen. En de jonge politieman die hem bij die gelegenheid voor de voeten kwam, was ik. Dat ie me aan flarden schoot bij die gelegenheid, is bijzaak. Hoofdzaak was dat wij allebei door die ontmoeting carrière maakten.

Hij bracht het tot koning van de onderwereld, en ik tot politiechef, waarbij de één zich aan de ander optrok. Beter gezegd: mijn falen aan zijn slagen. En hoewel ik sindsdien achter zijn rotstreken aanzat, z'n schuilplaatsen opspoorde, z'n transacties registreerde, z'n hoeren en pooiers in de gaten hield, informaties inwon over z'n relaties met de benden en syndicaten, ja, ze zelfs tegen 'm ophitste, wist hij er zich altijd uit te draaien, altijd ontsnapte hij me voordat ik handelend kon optreden. z'n relaties, z'n populariteit, z'n patriottisme, z'n geld maakten 'm ongrijpbaar. 't Fonds van Oorlogsinvaliden alleen al schonk hij twee miljoen.

Toen veranderde ik van tactiek, en langzaam maar zeker liet het geluk 'm in de steek zonder dat ie het merkte. Hij ging zich op verdovende middelen toeleggen. Ik wachtte af. Hij werd overmoediger. Ik liet 'm z'n gang gaan. Hij beheerste de markt, ik deed net of ik niks in de gaten had. Maar toen Boss met Mac de onderneming op poten zette, toen had hij niks in de gaten. Iemand die hij aan flarden schoot, die hij vergeten was, die hij niets eens meer herkende toen ie hem weer ontmoette, zo onverschillig had het hele voorval 'm gelaten, nou, dat was nou juist het krankzinnige: die iemand had z'n hele leven met engelengeduld het ene bewijs na het andere aangedragen om 'm voor de rechter te slepen. Wat een tijdverspilling!...

Tja! Dat was nou net het krankzinnige. Toen het eindelijk zo ver was dat ik Boss en 'n business uit wilde roeien als een nest piepende ratten, maakten de omstandigheden mij hardhandig duidelijk dat ik, een invalide zak, een verrotte poliep, er nog even goed van overtuigd moest zijn voor ik naar de verdommenis ging dat ik de enige schuldige was. Omdat ik als enige in een wereld die lak heeft aan gerechtigheid nu juist de gerechtigheid tot doel had. En laten we nou maar meteen schoon schip maken... Ik ben bezopen. Zo bezopen als een aap. Zoals nog nooit in m'n leven. Maar ook nuchter als nog nooit in m'n leven. Ik ben zo nuchter dat ik het koud heb van nuchterheid.

(geluid van de lift)

Doc: Kijk, een fles whisky... Ik ben in Tommy's Bar geweest.

Cop: 't Is bijna ochtend.

Doc: Boss drinkt daar niet meer.

Cop: Boss drinkt daar nooit meer. (lift)

Doc: Het ruikt hier.

Cop: Wat kan dat, verdomme?

Doc: Het stinkt.

Cop: Laat maar stinken.

Doc: Naar lijken.

Cop: Er zijn hier alleen maar lijken.

Doc: De koelcel staat open.

Cop: Ik heb het koelaggregaat vernield! Het naakte meisje van Boss ligt erin.

Doc: Ik heb de pest aan corrupte smerissen.

Cop: Na mij komen er nog corruptere.

Doc: Lazer op met de lift naar boven.

Cop: Ik heb een afspraak met jou en Boss.

Doc: Weet ik niks van.

Cop: Dan weet je 't nou. (lift)

Sam: Waar moet ie naar toe, Cop?

Cop: Zet maar ergens neer, Sam. De koelcel is kapot.

Sam: Tot je orders, Cop. (koffer wordt neergezet)

Doc: Dat is de hutkoffer van Boss.

Cop: Zie je nou wel dat we een afspraak hebben met Boss? Lazer op, Sam.

Sam: Tot je orders, Cop. (verdwijnt met de lift)

Doc: Heeft Sam...?

Cop: In de Cadillac.

Doc: Boss had gelijk.

Cop: Blijkbaar wel, ja.

Doc: Sam is overgelopen naar jou.

Cop: Hij heeft al een tijd geleden aangeboden om de bende goedkoper te leiden. (gezoem van insecten) Vliegen! Ineens. (opent de koffer) Die goeie Boss. Hij was zowat de behoorlijkste. Hij heeft nooit begrepen dat de gouden tijd van de privé-ondernemingen voorbij zijn. Mannen als hij vallen tegenwoordig bij bosjes. Jacht op groot wild.

Doc: Wie liet Boss vermoorden?

Cop: De officier van justitie wou 'm er niet meer bij hebben.

Doc: Wat heeft die ermee te maken.

Cop: De relaties zijn prima. Hij neemt het percentage over dat jij aan Boss hebt afgedragen.

Doc: Ik heb genoeg aan vijfduizend per maand.

Cop: Bescheiden.

Doc: Ik wil in leven blijven.

Cop: Dat had Boss ook moeten bedenken. (slaat koffer dicht) Met jouw percentage erbij kreeg hij te veel macht in de onderneming.

Doc: En wie neemt het percentage van Boss over?

Cop: De burgemeester. Zijn relaties zijn nog meer dan prima. (lift)

Sam: Jack, verdeeld over twee diplomatenkoffertjes.

Cop: Zet 'm maar ergens neer.

Sam: Jawel, Cop. (zet de twee koffertjes neer)

Jim: Waar moet dit lijk naartoe, Cop?

Cop: Leg maar ergens neer.

Jim: Tot je orders, Cop. (legt het neer) We wachten boven, Cop.

Cop: Ja, wacht boven.

Sam: Als het te lang duurt, komen we naar beneden.

Cop: Dan komen jullie naar beneden. (lift) Zo. Die deken weg. Wie hebben we daar?

Doc: Bill.

Cop: De rijkste man van het land. Heb je 'm gekend?

Doc: Ik heb alleen maar met 'm onderhandeld.

Cop: Sympathieke jongen.

Doc: Een fantast.

Cop: Ik weet het niet.

Doc: Ik dacht dat die zaak van tien miljoen door de onderneming was aangenomen.

Cop: Die is ook aangenomen.

Doc: Daar waren we 't toch over eens.

Cop: Jazeker!

Doc: Dan hadden ze Bill toch niet mogen...

Cop: Dat mochten ze blijkbaar toch!

Doc: Waarom werd Jack vermoord?

Cop: Uit tactische overwegingen.

Doc: Wie heeft die twee...

Cop: Dat doet er niet toe.

Doc: Sam?

Cop: Nee.

Doc: Jim?

Cop: Ik.

Doc: Waarom?

Cop: Jij doet het schone werk, iemand moet het vuile werk opknappen. Hè! Afschuwelijk, die aasvliegen. (slaat er eentje dood) D'r druppelt nog steeds water van de rivier naar beneden. Kende jij die jongen werkelijk niet, Doc?

Doc: Nee.

Cop: Merkwaardig. Toen ik met 'm praatte had ik de indruk dat ik met iemand sprak die net zo was als jij vroeger misschien geweest bent. Merkwaardig, hè?

Doc: Toeval.

Cop: Werkelijk? Jij moet vroeger toch ook ergens aan geloofd hebben.

Doc: Ik was een man van de wetenschap, anders niet.

Cop: Ik weet het, scheikundige was je.

Doc: Ik onderzocht waspoeder.

Cop: Misschien onderzocht je het leven.

Doc: Hoe kom je dáár bij?

Cop: Ik stel het me zo voor. Die jongen wilde de wereld veranderen.

Doc: Zinloos!

Cop: Door aanslagen. Alles slaat tegenwoordig aan. Wat is moord tegenwoordig nog, Doc? De overtreding van een gentleman. En dit onschuldige lam verheerlijkte die overtreding van een gentleman, en gaf de samenleving zodoende het excuus om een samenleving van moordenaars te worden. Alsof de criminaliteit al niet sinds jaar en dag de basis van onze beschaving is. Zijn anarchisme was de zotte inval van een genie. 't Ging erin als Gods woord in een ouderling. De officier van justitie en de procureur-generaal waren verrukt over de jongen. Hij deed mee zonder dat ie het wist.

Doc: En toen gaf jij opdracht om 'm koud te maken.

Cop: Daar had Bill rekening moeten mee houden.

Doc: Hij had geen flauw idee, hij was argeloos.

Cop: Ik dacht dat je 'm niet kende?

Doc: Hij maakte die indruk tijdens onze onderhandelingen.

Cop: Iemand met zijn wereldbeschouwing moest weten dat hij zich die argeloosheid niet kon permitteren.

Doc: En jij hebt het bevel ten uitvoer gelegd.

Cop: Mijn beroep.

Doc: Jij legt altijd het bevel ten uitvoer. (gepiep van een rat)

Cop: Een rat! (verjaagt ze)

Doc: Een huzarenstukje. Jij hebt de klanten om zeep geholpen en de tien miljoen geïncasseerd.

Cop: Hij verdedigde zich niet eens. Hij keek me alleen aan. Daarna heb ik twee flessen whisky leeggezopen.

Doc: De onderneming floreert.

Cop: Dankzij jouw hulp!

Doc: Ik liet 'm niet vermoorden.

Cop: Je hebt met 'm onderhandeld!

Doc: Ja, maar in een andere zin.

Cop: Smijt de rijkste man van het land bij de naakte geliefde van je vroegere compagnon! Of van wie ze nog meer de geliefde was.

Doc: Straks.

Cop: Straks, ja ja. Jij hebt niets met 'm te maken. Jij hebt alleen met lijken te maken. Bill doet me aan een andere jongen denken.

Doc: Bespaar me je herinneringen.

Cop: Die jongen was ook vierentwintig. Hij schoot met een geweer met telelens van het dak van de Methodistenkerk op schoolkinderen. Hij doodde er achttien. Ik heb 'm ontwapend. Hij bood geen weerstand. Hij geloofde dat ie een goeie daad had verricht. Ik heb nog nooit een jongen ontmoet die gelukkiger was dan hij.

Doc: Een gek.

Cop: O ja, zeker.

Doc: Wat hebben die twee dan volgens jou nou gemeen?

Cop: Ze geloofden alle twee dat ze in hun recht stonden, dat is het vreselijkste geloof dat er bestaat. (lacht) Ik moet je iets bekennen, Doc. Bill heeft geen cheque voor me uitgeschreven. Ik schoot daarvóór al.

Doc: Waarom?

Cop: Om die zaak van die tien miljoen de mist in te laten gaan.

Doc: Werd je dan omgekocht door Jack?

Cop: Jack is dood.

Doc: Jij hebt 'm vermoord.

Cop: Ik vind dat ik in deze een beetje te vergelijken ben met de jongen met de telelens.

Doc: Liet je dan alle twee de zaken de mist in gaan?

Cop: Alleen het misgaan van de grote businessdeals kan de wereld nog op zijn grondvesten doen wankelen. Verder gaat de wereld toch geen zee te hoog.

Doc: Maar jij deelt toch ook in de winst!

Cop: (lacht) Ik deel helemaal niet in de winst. De officier van justitie lachte me uit toen ik 'm vertelde dat ik jullie moordenaarsonderneming op het spoor was gekomen. Hij ging ogenblikkelijk samen met de hele regering meedoen. Een simpel rekensommetje. De officier van justitie zit erin met dertig procent, en betaalt daar ook nog de bende van. De procureur-generaal zit erin met vijfentwintig. Gerechtigheid is nooit goedkoop geweest.

De burgemeester is sociaalvoelend en pakt vijftien, terwijl de gouverneur dertig procent krijgt. Hij vertegenwoordigt het vaderland, en het vaderland komt je altijd het duurste te staan. Dat is honderd procent bij mekaar. Mijn procenten lossen zich op in het niets, net als jouw lijken.

Doc: Om je dood te lachen. Jij komt op het tapijt, jij hangt de keiharde vent uit, je zet de hele onderneming op z'n kop, en waarvoor? Om schadeloosgesteld te worden met een paar lorrige duizendjes per maand.

Cop: Ik word door niemand schadeloos gesteld. Ik hecht minder waarde aan het overleven dan jij, Doc. Jim en Sam wachten boven op me, of ze komen naar beneden als ons gesprek te lang duurt. Dat is mijn schadeloosstelling. Ik heb me nooit ergens illusies over gemaakt, maar ik geloofde dat er toch hier of daar een vorm van gerechtigheid kon worden verwezenlijkt.

Doc: (gepiep) Alweer een rat! (gooit er iets naartoe) Daar, vuile rothond. (4)

Cop: Je kende de jongen dus toch?

Doc: Nee!

Cop: D'r zijn ineens overal ratten hier beneden. (gepiep) Kst! Kst!

Doc: Die komen nu tevoorschijn.

Cop: Je moet de koelcel repareren.

Doc: 'k Heb teveel gedronken.

Cop: Ze zoeken overigens zijn vader.

Doc: Wiens vader?

Cop: De vader van Bill.

Doc: Waarom?v

Cop: Die is nu de erfgenaam van de Chemische Industrie. De rijkste man in het land. Ze zeggen dat ie ergens is ondergedoken.

Doc: Wie zoeken 'm?

Cop: De onderneming.

Doc: Met welk doel?

Cop: De weduwe van Jack biedt tien miljoen voor zijn hoofd.

Doc: En wat dan nog?

Cop: Zodat zij het grootste vermogen van het land kan erven.

Doc: Gaat mij niet aan.

Cop: Mij ook niet.

Doc: Jij bent een dwaas.

Cop: Waarschijnlijk wel, ja.

Doc: Ik weet het wel zeker.

Cop: Ik krijg de kogel. Hier, pak aan.

Doc: Wat moet ik met dat ding?

Cop: 't Is de portefeuille van Bill. Er zitten een paar bankbiljetten in, en een portret van zijn vader. Kijk! Nu weet ik je naam toch.

Doc: Ga nou weg.

Cop: Heeft geen zin. (lift)

Sam: Godverdomme wat een vliegen! (gezoem en gepiep) De ratten kruipen langs je broekspijpen omhoog.

Cop: En? Wat willen jullie?

Jim: Je hebt ons belazerd, Cop.

Cop: Da's mogelijk.

Jim: De officier van justitie heeft gebeld.

Cop: IK blijf hier beneden.

Jim: Ga naar achteren, Cop.

Cop: Eigenaardig, dat het leven plotseling zin krijgt.

Sam: In de koelcel, Cop.

Jim: Het kan niet anders, Cop.

Cop: Ik begrijp het.

Sam: Ga dan ook, we doen het vlug, Cop.

Cop: Dan gaan we naar binnen. (gaat in de koelcel) Doc?

Doc: Cop?

Cop: Wie sterft, doet niet meer mee. (voetstappen - schot- koelcel dicht)

Jim: Dat is dat. Als we nou nog de vader van Bill te pakken krijgen, hebben we de zaak rond.

Sam: Die houdt zich ergens schuil.

Jim: Misschien heeft ie z'n naam veranderd. Die komt wel weer op de proppen, als ie hoort dat ie de rijkste man van de wereld geworden is.

Sam: En als die ouwe nog een hogere offerte maakt dan de weduwe van Jack?

Jim: Opdracht van Jacks weduwe is aanvaard.

Sam: De onderneming kost veel, maar hij zeurde.

Jim: Van nu af aan wordt er niet meer geknoeid.

Sam: Alleen als we bonafide zijn, worden we voor vol aangezien.

Jim: Doc? Ben jij eigenlijk scheikundige of bioloog geweest?

Doc: Scheikundige.

Jim: Van de vader van Bill heb jij natuurlijk nooit gehoord?

Doc: Ik heb geen van die tweeën ooit gekend.

Jim: Ach nee, natuurlijk niet.

Sam: Wie zou 'm ook moeten kennen?

Jim: Geen hond

Sam: Hoeveel verdien jij eigenlijk, Doc?

Doc: Vijfduizend.

Sam: Dat had je gedacht. (vier harde klappen - telkens een kreet van Doc) Jij geeft mij elke maand tweeduizend, is dat goed begrepen?

Jim: En mij tweeduizend vijfhonderd.

Sam: Dan hou je altijd nog vijfhonderd over voor dat smerige werk van je.

(1) een Japans eiland, ca. 400 km ten zuidoosten van Okinawa

(2) Dit experiment werd gerealiseerd door Stanley L Miller (1930-) en Harold C. Urey (1893-1981), beide van de Universiteit van Chicago. Uit methaan, ammonia, waterstof en waterdamp produceerden ze aldus diverse aminozuren. Een uiterst beroemde prestatie. (MVC)

(3) ansjovis

(4) Bij Dürrenmatt gooit Doc zijn whisky in het gezicht van Cop.