Deel 1 - Majoor Frans
Een arme jonker, Leopold, wordt onverwacht een grote erfenis in het vooruitzicht gesteld na de dood van een oudtante, onder één voorwaarde: hij moet met een nichtje van haar trouwen.
Deze jonge vrouw, die Francis heet, is opgegroeid onder de hoede van haar grootvader, een generaal in het leger. Ze heeft een onconventionele opvoeding gehad die haar onafhankelijk van geest, brutaal en ruw in haar manier van doen heeft gemaakt; ze houdt van schermen en snelle paarden, en heeft zich voorgenomen om nooit te trouwen. Dit onvrouwelijke gedrag heeft geleid tot haar bijnaam: "Majoor Frans".
Beluister deel 1 en lees het script op deze pagina mee.
Selecteer een deel.
| Deel 1: Majoor Frans |
| Deel 2: Majoor Frans |
De rolverdeling van deel 1.
| Hein Boele | Leo van Zonshoven |
| Ruud Drupsteen | Willem Verheyst, z'n vriend |
| Frans Kokshoorn | Notaris Overberg |
| Emmy Lopes Dias | Een dame |
| Monique Smal | Een dame |
| Ans Beentjes | Een dame |
| Geert De Jong | Francis Mordaunt, of Majoor Frans |
| Jan Wegter | Kapitein Rolf |
| Robert Sobels | Generaal Von Zwenken |
| Guus van der Made | Frits en een heer |
| Trudy Libosan | Een boerin |
| Auteur: | Geertruida Bosboom-Toussaint |
| Bewerking: | Nelly Nagel |
| Regie: | Sylvia Liefrinck |
| Inspiciënt: | Jeanne Marie Veldboer |
| Omroep: | TROS |
| Dit deel is uitgezonden op: | 20-08-1989 |
Het script van deel 1.
Het script is voor u uitgeschreven door Herman Van Cauwenberghe.
(gehinnik - hoefgetrappel - Francis lacht uitbundig)
(deurbel)
Leo: Ah! (iemand komt de trap op en klopt aan de deur) Binnen! (deur gaat open) Ah, Willem! Braaf gedaan. Maar ik had ook wel verwacht dat je op m'n eerste alarmkreet zou komen.
Willem: Ja. Vertel me asjeblieft wat er aan de hand is.
Leo: Er is mij iets overkomen waarover de hele wereld mirakel zal roepen als ze d'r van hoort. Maar... voorlopig is het nog geheim. Daarom moet ik het eerst aan de borst van een vertrouwd vriend uitstorten. C'est incroyable! Het is ook zoiets ongewoons, zoiets onwaarschijnlijks, zoiets onmogelijks!
Willem: Vertel dan toch. Laat me niet zo in spanning.
Leo: Luister. Een oudtante van mijn moeder, van wie ik nooit gehoord had en die naar het schijnt met haar hele familie gebrouilleerd was, is op het sublieme idee gekomen om al haar bezittingen aan mij na te laten!
Willem: Allemachtig. Nu begrijp ik waarom jij zo uitzinnig bent.
Leo: Aan mij! Die ieder overleg en zelfbeheersing nodig heeft gehad om van het oude jaar in het nieuwe te komen zonder schulden te maken. Hier, hier, hier, hier, lees, lees maar, hier. Kijk.
Willem: "Mejuffrouw Roselaer tot de Werve benoemt jou, jonker Leopold van Zonshoven...
Leo: Ja, ja.
Willem: ...tot haar universele erfgenaam."
Leo: Zie?
Willem: Ha, de zaak is zo gezond en helder als glas.
Leo: Nee, nee, dat... dat is ze niet. Kijk, d'r zit nog een briefje bij, een wens van de erflaatster, en ik begrijp daaruit dat ik de hele erfenis moet opgeven als ik niet aan haar verlangen kan voldoen.
Willem: Is datgeen van je gevergd wordt dan zo moeilijk om in te willigen?
Leo: (zucht) ...ça dépend. Kijk, het zou een zeer aangename plicht kunnen zijn.
Willem: Nou?
Leo: Mijn oudtante wil... dat ik trouw.
Willem: (lachje) Zo onredelijk is dat niet! Ze stelt je immers in staat een huishouding te bekostigen!
Leo: Nee nee nee, maar zij schrijft mij voor wié ik tot vrouw moet nemen.
Willem: Ja... dat is erg.
Leo: Ja, dat is héél erg. Ze schijnt het meisje zelf niet te kennen. Het moet de kleindochter zijn van generaal von Zwenken, die indertijd met haar oudste zuster getrouwd is geweest. Ja, en het is met name uit rancune tegen de generaal dat de slimme oudtante deze vondst heeft bedacht om haar nicht te begunstigen zonder dat iemand anders ervan profiteert.
Willem: Je kunt toch voorstellen om de erfenis te delen?
Leo: Nee. Nee nee, dat is tegen de uitdrukkelijke wens van de oude dame. Ze is bezield met een bittere familiewrok. De generaal schijnt het toekomstige fortuin van zijn kleindochter roekeloos verspeeld te hebben, dus de erfenis mag in geen geval in zijn handen komen.
Willem: Ik had je graag gegund dat de oude dame met andere gevoelens jegens haar familie bezield was geweest. Dan was het zo eenvoudig geweest.
Leo: Ja...
Willem: Beviel de jongedame je, dan het huwelijk. Viel het anders uit, dan de verdeling. Een half miljoentje was ook goed.
Leo: Och... dat het haar behaagd had me 30.000 gulden te geven zonder voorwaarde, dan was ik van dat geharrewar af.
Willem: Dat zou inderdaad het makkelijkst geweest zijn, maar je krijgt nu eenmaal niets voor niets, en als die wraakzuchtige oude dame jou heeft uitgekozen om het instrument van haar wraakzucht te zijn, dan moet je dat maar aanvaarden.
Leo: Mm. Heel goed. Maar als zij zich verbeeldt dat ik ter wille van haar geld zomaar aan haar luimen gehoor zal geven, heeft ze zich uitzonderlijk in mij vergist!
Willem: Je weet toch helemaal niet of d'r werkelijk iets van je verlangd wordt dat met je karakter in strijd is. Bovendien moet men zich altijd zoveel mogelijk voegen naar de beschikkingen van de overledene.
Leo: Ja, maar...
Willem: Blijkt dat echter onmogelijk, dan kun je je altijd nog terugtrekken.
Leo: Ja. Zoiets heb ik ook aan de notaris geschreven.
Willem: à propos, weet je al hoe je aanstaande heet? En waar ze woont?
Leo: Ik heb vanmorgen net een briefje van de notaris gekregen, met het verzoek zo spoedig mogelijk bij 'm te komen, zodat ie me inlichtingen kan geven over generaal von Zwenken en zijn kleindochter Francis Mordaunt.
Willem: Mordaunt? Heet zij Francis Mordaunt?
Leo: Ja. Heb jij iets tegen die naam? Heb je die meer gehoord?
Willem: Meer gehoord? Nu ja, eh... veel gehoord zelfs, als die van een Engels officier in retraite, een man waar - voor zover ik weet - niets op te zeggen viel.
Leo: De persoon waar het hier om gaat is een dame, dé dame in kwestie. Ken je haar?
Willem: Niet persoonlijk. Ach, en op praatjes en geruchten kan je ook eigenlijk niet afgaan. Hetgeen mij ter ore is gekomen, kan onjuist zijn.
Leo: Wat, wat?
Willem: Maar... maar als dat niet zo is, zou het weinig geruststellend voor je zijn, moet ik je wél zeggen.
Leo: Heeft ze een gebrek? Is ze eh... afzichtelijk?
Willem: Nee, dat niet. Ik geloof zelfs dat ze d'r niet onaardig uitziet.
Leo: Nou nou nou, wat aarzel je? Geef me de genadeslag. Is 't een coquette?
Willem: Dat heb ik nooit gehoord.
Leo: Ach, martel me niet zo! Zeg wat voor kwaads je van haar weet.
Willem: Niets kwaads eigenlijk, althans in jouw ogen zal 't geen misdaad schijnen. Ik weet alleen dat een vriend van mijn broer smoorverliefd op haar is geweest en een blauwtje heeft gelopen. Het moet een brutale heks zijn, die niet wil trouwen, omdat zij geen heer of meester over zich wil erkennen.
Leo: Dat belooft wat...
Willem: Ze heeft die arme jongen zo ruw bejegend dat ie van schrik het hazenpad heeft gekozen, en notabene naar Afrika is vertrokken...
Leo: (lacht)
Willem: ...om zeker te zijn dat ie 'r nooit weer zou ontmoeten.
Leo: (lacht)
Willem: O, ik zeg dit niet om je af te schrikken, maar...
Leo: Het schrikt mij helemaal niet af. (lacht) Dat zij geen sukkel wil hebben die voor een vrouw wegloopt, bewijst haar karakter. Pikant, dat ze niet onbeduidend is.
Willem: Ja. Scherp is ze zeker.
Leo: Zoveel te beter! Een weerloos slachtoffer vellen trekt me in het geheel niet aan.
Willem: Ik ben blij dat je d'r zo over denkt.
Leo: Ja.
Willem: Ik zou d'r geen zin in hebben, maar je bent wel verplicht om de aanval te wagen.
Leo: Al was ik niet verplicht, ik begin er nu toch zin in te krijgen.
Willem: Om een helleveeg te trouwen?
Leo: Ik zal de "Taming of the Shrew" er nog 'ns op nalezen.
Willem: As you like it. Maar bedenk dat Shakespeares middelen verouderd zijn.
Leo: O, vertel me liever nog wat meer over mijn aanstaande vrouw.
Willem: Attention, ik moet je waarschuwen. Ze schijnt ruw, en heeft slechte manieren.
Leo: Ja, tantes brief deed me al vermoeden dat het haar aan een goede opvoeding ontbroken heeft. (lacht) Maar dat is immers haar schuld niet, het arme kind. Ik zal tegelijk de echtgenoot en de gouverneur van mijn vrouw moeten zijn, (lacht) misschien zelfs wel voor muziek- en dansmeester moeten spelen. (ze lachen)
Willem: Niet voor schermmeester in ieder geval, want ze kan goed met de degen omgaan. Althans, volgens de vriend van mijn broer.
Leo: (lacht) Dat is om bang voor te worden!
Willem: Karl is werkelijk bang geworden. Ze had in de garnizoensplaatsen waar ze toen woonde de weinig vleiende bijnaam van... Majoor Frans.
Leo: Majoor Frans! (lachje) Dat klinkt niet amusant, daar heb je gelijk in. Maar toch, ik zal proberen die majoor onder mijn vaandel te krijgen. En lukt me dat, dan moet ie maar naar de burgerdienst overstappen.
Willem: Dus jij gaat je geluk beproeven bij de majoor?
Leo: Mm.
Willem: Ik wens je veel sterkte en geluk toe.
Leo: Ik was van plan om morgen naar Utrecht te gaan bij de notaris en daarmee een verkenningstocht aan te vangen. Ik ben nu toch wel erg nieuwsgierig geworden.
Willem: Helaas moet ik je nu verlaten, ik heb nog enkele verplichtingen vanavond. Schrijf me vanuit de provincie, ik leen je graag mijn gewillig oor. Amice, het ga je goed.
Leo: Au revoir, amice.
Willem: Au revoir.
(de trein van Den Haag naar Utrecht vertrekt - een koets komt aan - er wordt gebeld)
Leo: Goedemorgen, notaris. Ik ben Leopold van Zonshoven.
notaris Overberg: U bent er dan toch toe gekomen, al is het wat aarzelend.
Leo: Ja.
notaris: Gaat u zitten.
Leo: Dank u.
notaris: Dus u hebt besloten om de generaal en zijn kleindochter te bezoeken.
Leo: Inderdaad, en ik zou van u graag wat nadere inlichtingen willen hebben.
notaris: Wel, de generaal en zijn kleindochter hebben zich sinds enkele jaren teruggetrokken op kasteel de Werve, een eindje buiten de stad, en leiden daar een zeer geïsoleerd bestaan.
Leo: Ah.
notaris: Ik zou u dan ook sterk afraden om u als erfgenaam van de freule te presenteren. Dat zou alles direct bederven.
Leo: Eh... kent u de freule Mordaunt persoonlijk?
notaris: Ik heb haar maar éénmaal ontmoet. De generaal komt hier nog wel, maar de freule nooit meer.
Leo: Wat spijtig.
notaris: Maar... waarom blijft u niet vanavond mijn gast? Mijn vrouw en ik organiseren een soiree en daar komt een aantal mensen dat de freule wel persoonlijk gekend heeft. We zullen het gesprek op de von Zwenkens brengen, en dan kunt u horen wat er over de freule gezegd wordt.
Leo: Da's heel vriendelijk van u, maar... ik kan toch niet zomaar blijven?
notaris: Ik zal u voorstellen als iemand die hier in de buurt naar een buitentje komt kijken. Ja, we moeten wel een reden hebben om uw aanwezigheid te verklaren.
Leo: Mm.
notaris: In een kleine plaats als deze is men erg nieuwsgierig.
(geroezemoes)
dame 1: Kennissen? Bien sûr. Maar vriendschap? Nee, vriendschap heeft er nooit bestaan tussen haar en dat meisje. Daarvoor was ze veel te bizar en te ongemanierd.
dame 2: Verbeeldt u, jonker, ze kwam 'ns op een partijtje bij ons - ze wist dat er gedanst zou worden - met een hooggesloten zwarte japon aan en vrachtrijderslaarzen.
dame 1: Ja!
Leo: Onbekendheid met de omstandigheden misschien?
dame 2: Welnee!
dame 1: O nee, o nee.
dame 2: Ze was een week van tevoren uitgenodigd. In die tijd kun je toch wel zorgen voor iets behoorlijks om aan te trekken?
dame 1: Ja, en twee dagen later kwam ze koffie drinken in een avondjurk, gedecolleteerd of ze had moeten dansen. Ja!
dame 2: Ja.
dame 1: Met kostbare diamanten in d'r haar.
dame 2: Nu vraag ik u: was dat niet om met ons allemaal de draak te steken? Om ons bloedig te krenken?
dame 1: Ja.
Leo: Ja, 't komt me voor dat ze haar vriendinnen meer eer wilde aandoen dan haar cavaliers.
dame 2: (lachje)
dame 3: Ze deed 'r heel weinig moeite om bij de heren in de smaak te vallen. Ze weigerde te dansen.
dame 1: Ondanks haar merkwaardige gedrag zat ze nooit om een begeleider verlegen. Zodra ze ergens binnenkwam, wist ze de aandacht te trekken.
dame 2: De heren zwermden om haar heen, maakten haar het hof.
Leo: En eh... hoe liep de partij voor freule Mordaunt af in dat curieuze danstoilet?
dame 3: Uiteindelijk heeft ze de cotillon gedanst met luitenant Wilibald, de adjudant van haar grootvader. Een ware opoffering voor de luitenant. Hij was immers verloofd met een allerliefst meisje.
kapitein Sanders: Pardon, freule, maar vergun me u te zeggen dat deze voorstelling van zaken niet juist is.
Leo: O nee?
Sanders: Ik ben namelijk een vriend van Wilibald en ik weet dat het beslist geen corvee voor 'm was.
dame 1: O nee? En z'n verloofde dan?
Sanders: Als het aan hem had gelegen, was ie nooit met dat meisje getrouwd, maar...
dame 1: (schrikt)
Sanders: ...de omstandigheden dwongen 'm.
dame 1: Nou!
Leo: Is de freule Mordaunt eh... later nog getrouwd?
dame 2: Welnee. Ze heeft nog nooit een serieuze pretendent gehad.
Leo: Hé, da's toch vreemd, een jongedame die zoveel aantrekkelijks bezit.
dame 3: Dat is helemaal niet vreemd. Niemand heeft Francis Mordaunt ooit serieus genomen. Ze houdt alleen van paarden en honden.
dame 1: Ja.
Sanders: U vergeet haar grootvader.
dame 2: Ja, daar is ze dol op, maar hij liet haar anders wel aan haar lot over.
Sanders: Dat is waar. Ze mocht uitgaan wanneer en met wie ze maar wilde. Grootvader zat aan de speeltafel op de sociëteit.
dame 1: Ze heeft inderdaad zeer regelmatig reden tot afkeuring gegeven. D'r was zelfs algemeen sprake van om haar uit onze cercle te verbannen.
dame 3: Voordat dat gebeurde had ze zichzelf al teruggetrokken.
dame 2: Nee, dat had een andere reden.
Sanders: Dat is waar. Dat was een fatale geschiedenis.
dame 2: Was dat niet die kwestie eh... met haar koetsier?
dame 3: Ongelukkig genoeg weten we het fijne er niet van, maar ze zou zich door de koetsier willen laten schaken, maar de man had een bruid, en toen dat uitkwam, toen...
dame 1: ...heeft zij 'm op een woeste rijtoer van de bok geworpen.
dame 2: Anderen zeggen dat ze hem met een karwats heeft doodgeslagen.
dame 3: Oh!
Sanders: Hoe het ook zij, de waarheid zullen we nooit te weten komen: de man ligt op het kerkhof.
dame 3: Na dit avontuur heeft majoor Frans zich nooit meer in onze kringen durven vertonen.
dame 2: Nee.
dame 3: Haar grootvader heeft zelfs, naar aanleiding hiervan, zijn ontslag uit dienst genomen.
dame 1: Voilà.
Sanders: U vergist zich, freule. Von Zwenken had de leeftijd en is met een eervolle onderscheiding ontslagen: bevordering tot generaal en vergunning tot het blijven dragen van het uniform.
dame 2: Daar zal hij geen druk gebruik van maken. Ze hebben zich toch immers teruggetrokken op kasteel de Werve.
Leo: Meneer Overberg, ik moet helaas afscheid van u nemen. Ik heb morgen nog een drukke dag in het vooruitzicht, zoals u weet.
notaris: Ik loop even met u mee.
Leo: Graag.
(in de hal)
notaris: Ik wens u morgen veel succes toe voor uw bezoek aan de generaal en z'n kleindochter.
Leo: Het was inderdaad mijn bedoeling daarheen te gaan morgen. Maar eh... na alles wat ik vanavond gehoord heb, zie ik er misschien toch wel van af.
notaris: Ach, malligheid, meneer van Zonshoven. Hecht u toch niet zoveel waarde aan die praatjes. Mensen in een kleine stad roddelen nu eenmaal en leggen alles op de meest bekrompen manier uit.
Leo: Heel goed, maar in een kleine stad waar je alles van elkaar weet en steeds oog in oog met elkaar staat, durft men toch niet zo grof te liegen en te lasteren als er niets van waar is.
notaris: Nee, maar sommige ongewone voorvallen, sommige excentrieke gedragingen zijn meestal voor tweeërlei uitleg vatbaar. En wie zegt ons dat de slechtste de ware is?
Leo: We zullen zien, meneer Overberg.
notaris: In uw geval zou ik de tocht naar de Werve niet uitstellen. Ik heb de freule horen beschuldigen van bruuske manieren en onvoorzichtige gedragingen, maar zij is bekend om haar oprechtheid.
Leo: Meneer Overberg, nogmaals hartelijk dank voor de gastvrije ontvangst, en u hoort nog van me.
notaris: Een bezoek verplicht u nergens toe. En u moet in ieder geval een onderhoud met de generaal hebben over de zaak.
Leo: Au!
Francis: (lacht)
Leo: (verbijt de pijn)
Francis: (lacht)
Leo: (zucht) Luister 'ns, jij daar, in plaats van zo om m'n ongeluk te lachen, kun je me beter de weg wijzen. Ik ben verdwaald.
Francis: (lacht)Dat is niet zo eenvoudig. Waar wilt u eigenlijk heen?
Leo: Naar het huis de Werve.
Francis: Naar de Werve?
Leo: Ja.
Francis: Wat gaat u op 't kasteel doen, meneer?
Leo: Wat gaat jou dat aan? Een bezoek brengen aan generaal von Zwenken en zijn kleindochter freule Mordaunt.
Francis: De generaal ontvangt geen bezoek meer. En wat u aan zijn kleindochter te vertellen heeft, kunt u ook tegen mij zeggen: de freule Mordaunt, dat ben ik.
Leo: O, excuseer. Ja, ik eh... ik kan het nauwelijks geloven, maar als het waar is wat u zegt, vraag ik u toch wel om een geschiktere plaats aan te wijzen voor een onderhoud. Wat ik te zeggen heb, dat schreeuw ik liever niet uit over een beek. (springt over de sloot)
Francis: Bravo! Ferm gedaan. Als u naar de Werve wilt, moet u over de hei wandelen.
Leo: Is het ver?
Francis: Nee, veel korter dan over de weg. Maar omdat u de hei niet kent, loopt u wel het risico weer te verdwalen.
Leo: O, ik dacht dat u met me mee zou lopen.
Francis: Dat zal wel moeten. Mijn paard heeft een ijzer verloren. Ik heb het daarginds bij de boswachter gelaten. Maar... eerst wil ik weten wat u op de Werve wilt. De generaal is volstrekt niet gesteld op gasten, dat kan ik u verzekeren.
Leo: Ik eh... ik wilde kennis maken, omdat ik me een tijdje in deze buurt ga vestigen en ik me herinnerde dat ik via mijn moeder familie van de von Zwenkens ben.
Francis: Mm. Des te erger. Op de Werve is men niet bepaald familieziek.
Leo: Nee, dat heb ik gehoord, ja. Maar ik ben geen Roselaer, ik ben een van Zonshoven, Leopold van Zonshoven.
Francis: Die naam heb ik nooit horen noemen, maar als u geen Roselaer bent, is het al minder erg. Misschien wil de generaal u dan wel ontvangen. U komt toch niet voor zaken, mag ik hopen?
Leo: In dat geval zou ik een advocaat of een notaris gestuurd hebben en u niet lastigvallen.
Francis: Als dat zo is, wees dan welkom op de Werve. We laten in de regel geen nieuwe gezichten meer toe.
Leo: Oh? Nou, da's jammer. Het lijkt me niet prettig om in volstrekte afzondering te leven.
Francis: Ik vind dat heel prettig. Ik heb voldoende ervaring met mensen om (me?) niet op hun gezelschap gesteld te zijn.
Leo: Zo jong nog en dan al zulke misantropische opvattingen?
Francis: Zo jong ben ik niet meer. Ik ben zesentwintig en daaronder zitten campagnejaren, zoals mijn grootvader zou zeggen, en die tellen dubbel. U kunt mij dus als een vrouw van veertig beschouwen.
Leo: (lacht) Ik zal dat maar niet al te letterlijk opvatten. Dames zeggen zoiets alleen om te worden tegengesproken.
Francis: (rilt) Dames... Ik verzoek u, Leopold van Zonshoven, om mij niet te rekenen tot dat soort wezens dat in de regel door de heren als "de dames" wordt aangeduid.
Leo: O? In welke categorie moet ik u dàn plaatsen? Om u de waarheid te zeggen wist ik in eerste instantie niet goed waarvoor ik u houden moest.
Francis: Aha! Mijn uiterlijk bevreemdt u.
Leo: Mm.
Francis: Mijn zware laarzen, het doek om mijn flambard, mijn opgespelde rijrok. Alles gedaan uit praktische overwegingen. Maar, zeg op, waar zag u me wél voor aan? Ik hou van oprechtheid, dat onderscheidt mij tenminste van de "dames".
Leo: Goed, ik zal het u eerlijk zeggen. Ik hield u in eerste instantie voor...
Francis: ...voor een man. De verschijning van de zwarte jager.
Leo: Een verschijning? Nee, nee, nee nee, beslist niet. Ik hield u voor een treurige realiteit, voor een boswachter met kiespijn.
Francis: Dat is grof.
Leo: U wilde oprechtheid en zegt dat u die verdragen kan.
Francis: Ja (lachje), u hebt gelijk. En u zult merken dat ik de waarheid sprak. Geef mij uw hand. Ik geloof dat wij vrienden zullen worden. Noem mij Francis. Ik zal Leo tegen je zeggen.
Leo: Heel graag.
Francis: U zult wel gehoord hebben dat ze mij eh... Majoor Frans noemen?
Leo: Inderdaad. Vind je dat niet ontzettend vervelend?
Francis: O nee. Nee. Dat trek ik me volstrekt niet aan. Ik weet nou eenmaal dat ze mij die bijnaam hebben gegeven. Ik ben er niet beter en niet slechter om. Ik weet heel goed dat ze me hier in de buurt nawijzen als een kozak, of een cavalerie-officier, omdat ik zo goed paard rijd en me kleed zoals ik het 't makkelijkst vind.
Leo: Maar een vrouw hoort zich toch wel enigszins te bekommeren om de indruk die ze op anderen maakt?
Francis: Ik zie niet in waarom als anderen haar niet interesseren.
Leo: Maar... gebiedt het zelfrespect dan niet, of je nou een vrouw of een man bent, dat je je enigszins om je uiterlijk bekommert?
Francis: Dus... jij gelooft dat ik geen zelfrespect heb, omdat ik me tegen de gure lentewind gewapend heb met een doek om m'n hoofd?
Leo: Ik zou je niet op grond van één kledingstuk durven beoordelen, ik had het alleen over het ensemble. Ja, je krijgt toch een vreemde indruk van een vrouw die haar gezicht in een lelijke rode doek wikkelt...
Francis: (lachje) ...en er dan uitziet als een boswachter met kiespijn. Goed, doe ik 'm af. Ik hoop alleen niet dat de wind met m'n hoed ervandoor gaat. Kijk, daar ligt de Werve. Als we dit pad langs de meidoorns nemen, dan zijn we d'r zo.
Leo: Is dat de Werve? Oh.
Francis: Ja... Luister, Leo, voordat ik je mee naar binnen neem, wil ik eerst de eigenlijke reden van je bezoek aan de generaal weten.
Leo: Dat heb ik je al gezegd. Ik wil kennis maken met de familie van mijn moeder.
Francis: En... als die kennismaking tegenvalt?
Leo: Dan ga ik weer en kijk wat tijd en omstandigheden kunnen bijdragen tot een... verzoening.
Francis: (lachje) Ik geloof niet dat de onverzoenlijkheid zich tot jou uit zal strekken. Als je die oude man maar niet over zaken komt lastigvallen.
Leo: 'k Heb je immers gezegd dat ik voor zaken een advocaat zou sturen.
Francis: Goed. Kom dan maar mee. O ja, ik moet je wel waarschuwen: je zult de generaal niet alleen treffen.
Leo: Oh?
Francis: Nee. Kapitein Rolf, een officier in retraite, is bij ons ingekwartierd. Hij komt misschien wat ruw en ongemanierd over, maar hij heeft een hart van goud, en mijn grootvader kan niet zonder 'm.
Leo: En jij dan?
Francis: Ik? Ik leef tussen die twee grijsaards in. Dat kan niet anders. En dat is ook heel goed.
Leo: Dus geen logees van je eigen leeftijd, of vriendinnen?
Francis: (lachje) Dat ontbrak er nog aan, "dames", logees hier binnen halen! En wat vriendinnen betreft, die heb ik ook niet. Nooit gehad ook trouwens. Ik weet maar al te goed wat ik me daarvan moet voorstellen.
Leo: Dus je verwerpt het hele menselijke geslacht, als ik het goed begrijp.
Francis: Nou... welnee. Ik wil niet iedereen over één kam scheren. Maar wat ik tot dusver heb meegemaakt, stemt me niet bepaald mild. (klok) Goh, wat zijn we laat! Het halve garnizoen zal wel op het voorplein hebben postgevat om naar me uit te kijken. Kom maar, deze brug over en die poort door.
Rolf: Wel weergaas, majoor. Wat is dat? Hebt u een krijgsgevangene? Of krijgen we inkwartiering?
Francis: Een bezoek aan de generaal, kapitein.
Rolf: Een verduiveld slecht ontbijt gehad. De eieren te hard, Zijne Excellentie uit zijn humeur, en dat alles omdat de freule op een ongelegen tijd gaat rijden, te voet thuiskomt en de held van het hele avontuur in triomf meebrengt naar de vesting.
Francis: En dat alles, kapitein, omdat uw majoor het genoegen heeft gehad jonker Leopold van Zonshoven te ontmoeten, haar neef.
Rolf: Aha!
Francis: Laat u dat voldoende zijn. Als u verder nog te klagen hebt, brengt u het maar op rapport.
Rolf: (lacht)
Francis: Grootvader, hier is jonker Leopold van Zonshoven, die u eens hartelijk welkom moet heten, want hij is een curiositeit in de familie.
von Zwenken: Hè? Familie? Van... van Zonshoven? Ach, ja, ja. Ja, ik meen mij vaag iets te herinneren.
Francis: Excuseer, grootpapa, neef Leopold en ik hebben een uur lang op de hei rondgesukkeld. We zijn bekaf en rammelen van de honger, maar we komen bij u praten als we iets gegeten hebben. Is er nog gedekt, Frits?
Frits: Het is bijna half twee, freule!
Francis: Oh, je hebt gelijk, Frits. 't Is de regel van het huis: wie niet op het appel is, wordt niet meegeteld. Breng ons hier maar wat brood en koud vlees.
Rolf: En een glas port voor de heren.
Frits: Mais naturellement, monsieur...
Rolf: Pardon, jonker, ik moet u eens goed bekijken. Een jongeman die zo ineens bij onze majoor in de gratie is, moet al heel wat bijzonders zijn.
von Zwenken: Kapitein! Er zijn aardigheden die er onder ons mee door kunnen, maar u schijnt te vergeten dat we nu niet onder elkaar zijn, en dat u freule Mordaunt een gebrek aan...
Rolf: Omdat ik haar majoor noem, nu zij ons opeens met iemand van de familie in de flank valt? Excuseer me, Excellentie, maar dan had men mij van tevoren orders moeten geven. Aha, daar is de port!
Francis: Geeft niet, grootpapa, op zijn leeftijd zal ie wel bij z'n slechte gewoontes blijven. Maar als u naar de order van de dag vraagt, kapitein, dan is dat deze...
von Zwenken: Eh... dank je, Frits.
Francis: Beleefdheid tegen mijn gast.
Rolf: Ja. Op de gezondheid van onze waardige commandant, en welkom aan u, jonker. (drinkt) En dat meen ik, wij snakken hier naar een nieuw gezicht. Maar de majoor is niet iedere dag zo gastvrij, neem dat van mij aan.
von Zwenken: U bent van harte welkom. Maar vertelt u eens, Francis zegt dat u familie bent. Ja, ik herinner me wel de naam van Zonshoven gehoord te hebben, maar da's zo lang geleden, ik... ik weet werkelijk niet meer hoe dat in mekaar zit.
Leo: Mijn grootmoeder was een freule van Roselaer en getrouwd met baron d'Hermaele. Die was van Belgische afkomst. Ze hadden één zoon en zeven dochters, waarvan de oudste getrouwd is met Jonker van Zonshoven.
von Zwenken: Ja ja...
Leo: En ik ben hun enige zoon.
von Zwenken: Ja, dan ben ik dus zoveel als uw oudoom.
Leo: Zover was ik ook gekomen, en daarom...
von Zwenken: Ja, u komt me toch niet over familieaangelegenheden spreken, hoop ik, hè?
Leo: (lachje) Maar mijn waarde oudoom, je kunt toch wel over familieaangelegenheden spreken zonder dat het onaangenaam wordt?
von Zwenken: Mm... ja... Nou ja, ik merk wel dat u van een andere tak bent en niet beseft hoe verdeeld de Roselaers zijn. Die gunnen elkaar het licht in de ogen niet.
Rolf: Ja, Frits?
Frits: Neemt u me niet kwalijk dat ik even stoor, freule, maar ik ontmoette bij de brug de koetsier van de jonker. Hij kwam vragen hoe laat hij voor moet rijden.
Leo: Ja, eh...
Frits: Ik heb al even naar de kalkoenen gekeken: d'r is er wel een klaar voor de keuken, maar niet voor vandaag.
Rolf: Nou, da's jammer voor le cher cousin, maar...
Leo: Le cher cousin, als u mij daarmee bedoelt, zou niets liever willen dan de dag hier te mogen doorbrengen, maar ik kan beslist geen aanspraak maken op een exclusief diner.
von Zwenken: Ach, het spreekt toch vanzelf dat u blijft eten, neef Leopold, wat de pot ook schaft.
Francis: Natuurlijk. Je komt toch niet voor een paar uur naar de Werve. Bovendien hebben we pas zo weinig aan elkaar gehad. We zullen om zeven uur eten en dan hoef je niet zo laat door het bos te rijden.
von Zwenken: Maar waarom zou Leopold hier vannacht niet blijven logeren? Dan kan ie morgen op z'n eigen tijd naar huis.
Francis: Een logé, grootpapa, dat weet u misschien niet zo, maar daar zijn we echt niet op ingericht.
Rolf: Wij zouden een halve compagnie kunnen huisvesten!
Francis: Ja, dat zouden we kunnen, maar zoals men soldaten huisvest. Neef Leopold is aan Haagse luxe gewend.
Leo: O, gewoon één kamer met alkoof op de tweede verdieping van een heel gewoon huis. Luister, freule Francis, als u mij niet te logeren wilt hebben, zeg het dan, maar verzin geen uitvluchten.
von Zwenken: Ik schaam me voor je, Francis.
Francis: Als je dan echt wil blijven, zal Frits een kamer voor je vinden waarvan de ruiten nog heel zijn. Kapitein?
Rolf: Mm?
Francis: Vandaag fungeer je als maréchal de logis.
Rolf: J'ai compris!
von Zwenken: Ah, en voor mij wordt het tijd om me te kleden voor het diner.
Frits: Freule, de kapitein laat vragen of u aan de saus voor de pudding denkt.
Francis: O ja. Excuseer me, Leo, plicht gaat voor het genoegen, en mijn waardige adjudant herinnert mij eraan dat ik ook nog keukendienst heb.
von Zwenken: Eh... Frits, weet jij waar de jonker logeert?
Frits: Zeker, generaal. De freule heeft me opgedragen jonker van Zonshoven zijn kamer te wijzen. Wilt u mij maar volgen?
Leo: Met genoegen.
Frits: Gaat u binnen, meneer.
Leo: Dank je, Frits.
Frits: Is er verder nog iets van uw dienst?
Leo: Ja, kun je de blinden openmaken zodat ik tenminste iets zie.
Frits: Jonker, de freule heeft gezegd dat de blinden gesloten moeten blijven. Anders komt er tev eel licht binnen, want er zijn geen gordijnen.
Leo: O, dat geeft niet. Doe ze maar open.
Frits: Ja, maar ook vanwege de tocht, want, ziet u, omdat er nooit logees komen, is het vergeten en het kan ook niet zo gauw gemaakt worden. Er is hier op het dorp geen glazenmaker.
Leo: Ach, ik begrijp het. Ik zal me behelpen met het licht van dat ene raam hier.
Frits: Voor het eten luiden we de gong. U vindt het verder wel?
Leo: Dank je, Frits. (morrelt wat in de kamer - giet water, wast z'n handen - fluit)
(gong)
von Zwenken: Le luxe, c'est le nécessaire. Voor mij tenminste wel, neef. Jammer genoeg is Francis dat niet met mij eens. Alsof het al niet erg genoeg is hier op de Werve in volstrekte afzondering te moeten leven, heb ik ook al geen recht meer op een tafel naar m'n smaak.
Francis: Het recht wel, grootpapa, maar...
Rolf: Als wij onze commandant haar gang zouden laten gaan, zouden we half op rantsoen gesteld worden.
Francis: Ik zeg alleen dat we bij de krijgskas te rade moeten gaan, en dan...
Rolf: Ik moet Zijne Excellentie er aan herinneren dat we nog niet eens op zijn gezondheid en die van onze gast gedronken hebben. (ze klinken)
von Zwenken: Oh, pardon. Gezondheid!
Francis: Nee, dank je, Frits, voor mij geen dessert. Ik ga even in de serre zitten.
Rolf: Een glas cognac?
Leo: Nee, dank u.
Rolf: Dat heeft een mens nodig na de verkoeling van de vruchten.
Francis: Je kunt gerust roken, als je dat wilt. Zal ik koffie voor je zetten? Ja, grootpapa en de kapitein willen nooit. Die blijven roken en drinken tot...
Leo: Ik wil alleen maar even vertrouwelijk met je praten.
Francis: Ook goed. Dat doet me plezier. Maar blijf daar niet staan, neem die stoel tegenover me, dat praat gemakkelijker. (zware zucht) En vertel me nu 'ns eerstens of je begrepen hebt waarom ik hier geen gasten wil hebben.
Leo: Mm, zo ongeveer. Ik vermoed dat jij eenvoudiger wilt leven en dat de heren dat niet goed vinden.
Francis: Nee. Niet helemaal. Mannen kijken ook niet verder dan hun neus lang is, al studeren ze voor advocaat of rechter.
Leo: Ik heb niet gestudeerd, maar ik geloof niet dat mijn gebrek aan inzicht daarmee te maken heeft.
Francis: Niet gestudeerd, da's waar ook. Hoe kwam dat? Dat zou je me nog vertellen.
Leo: Dat zal ik jou vertellen, maar... maar laten we het eerst eens over jou hebben, Francis. Hoe weinig inzicht ik dan misschien ook heb, ik zie wel dat jij niet gelukkig bent.
Francis: Nee, Leo, laten we daar niet over beginnen. Je zou mensen en omstandigheden beide moeten veranderen. En dan nog.
Leo: Wie weet kunnen we samen een oplossing vinden.
Francis: Kijk, het toppunt van levensgenot: de generaal is met z'n sigaar in de mond in slaap gevallen, en de kapitein heeft genoeg van z'n cognac. Hij waggelt naar de biljartkamer om in z'n eentje te gaan zitten smoken. We hebben een uurtje voor onszelf.
Leo: Oh.
Francis: Vertel waarom je geen advocaat bent geworden.
Leo: Omdat mijn vader te vroeg gestorven is. Ik ben gaan werken om voor m'n moeder te zorgen. Dus eh... daarom kan ik geen Meester voor mijn naam zetten.
Francis: Je bent er me des te liever om. Een man die geen egoïst is, is een zeldzaamheid.
Leo: Maar zeg me 'ns, waarom jij zo ongelukkig bent? Ik zal je vertrouwen niet beschamen. Wees ervan overtuigd dat ik het goed met je meen.
Francis: (zucht) Ach, toen grootpapa met pensioen ging, waren we gedwongen een aantal bezuinigingen door te voeren. We hebben ons toen op de Werve teruggetrokken, zodat we goedkoop konden leven.
Leo: Dus jullie gingen niet meer uit en zagen ook geen mensen meer?
Francis: Nee. En... en dat ging de hele zomer goed, maar in de herfst begon grootpapa zich te vervelen en kreeg genoeg van het eenvoudige leven dat we leidden. Hij werd uitgenodigd door een vriend uit de stad om te komen logeren en bleef er de hele winter.
Leo: En jij?
Francis: Ik? Ik bleef hier. Men had vergeten Majoor Frans uit te nodigen. En bovendien had ik geen garderobe om een hele winter in de stad te kunnen doorbrengen. Maar dat weet je natuurlijk ook wel als je in Den Haag woont.
Leo: Zo goed, beste Francis, dat ik nooit uitga.
Francis: Grootpapa kon dat natuurlijk niet. En daarbij kwam nog het spel. Het spel waarbij je op één avond een fortuin verliest. Dit overkwam hem helaas ook. Dus hebben we de boerderij moeten verkopen.
Leo: Daarmee waren jullie in ieder geval gered.
Francis: Ja. Ja, maar het bracht niet erg veel op. We konden de gemaakte schulden betalen. En ik, die de stille hoop had gekoesterd dat we door een zuinig leven wat zouden kunnen sparen om het kasteel op te laten knappen... (zucht)
Leo: Wat moet dat een teleurstelling voor je geweest zijn.
Francis: Ja, één van de bitterste teleurstellingen van mijn leven. Vol zelfverwijt en zich bewust van zijn zwakheid zwoer grootpapa elke omgang met de buitenwereld af. Maar hij kwijnde langzaam weg.
Leo: Arme Francis...
Francis: Toen kwam kapitein Rolf ons opzoeken. Hij had nog onder grootpapa gediend vroeger en was nu ook met pensioen.
Leo: En die is hier blijven hangen.
Francis: Ach nee, eigenlijk niet. Ho, voor grootpapa was het een welkome afleiding. En het was nog wel zo gezellig, een derde persoon erbij. Dus, we hebben 'm gevraagd te blijven.
Leo: Eén meer of minder in de kost maakt dan ook niet meer uit.
Francis: Nee, Rolf had een erfenis gekregen, en hij wilde bijdragen in het huishouden. Hij wilde er van genieten. Grootpapa was het daar natuurlijk volkomen mee eens en moedigde hem zelfs aan tot allerlei dwaze verkwistingen, zodat ik hier dagelijks smul- en zwelgpartijen à deux bij moet bijwonen. En die staan me onuitsprekelijk tegen. Ik hoef je niet te zeggen hoe mijn grootvader zich daarbij verlaagde.
Frits: (rolt een tafeltje binnen) Heeft de freule niet om het theeblad gebeld?
Francis: Is het dan al vijf uur, Frits?
Frits: Al kwart over, freule. De generaal is ook wakker.
Francis: Goed. Breng dan het theewater binnen. Laten wij ook maar naar de salon gaan. (dat doen ze)
Rolf: Als de freule mee wil doen, kunnen wij een partijtje quadrille spelen.
Francis: Nee, dank je, kapitein. Ik ga wat muziek maken in de eetzaal. Dat zal niemand hinderen.
von Zwenken: Mm, ook dat nog. (Francis speelt piano) Francis! Om 's hemelswil, schei uit, of wij moeten uitscheiden.
Rolf: Als ze nog maar 'ns wat aardigs wilde spelen, zo'n mars uit "Robert le Diable" bijvoorbeeld.
von Zwenken: Ondanks mijn hardhorendheid word ik er wee van. Eerst al dat geweld, en nou dat sentimentele gesuis en getril. De kapitein wordt er rozig van en de jonker legt het zo af dat ie allerlei flaters begaat en ons hele spel bederft.
Leo: Deze slag is voor mij!
Francis: (stopt met spelen en keert terug) Zullen we een compromis sluiten, grootpapa? U staat mij Leo af om mij te begeleiden en ik zal wat zingen, en u speelt uw gewone spelletje piquet met de kapitein.
von Zwenken: Mm. Nou ja, dat genoegen zou ik je wel willen doen, Francis, maar de jonker heeft zoveel verloren...
Leo: Ja...
von Zwenken: Hij dient toch in de gelegenheid gesteld te worden om revanche te nemen?
Francis: (lachje) Gekheid! Daar komt niets van in. Dat wist u van tevoren, grootpapa.
Leo: En om u de waarheid te zeggen, generaal, ik hecht er niet aan. Mijn doosje is leeg, laten we afrekenen. (legt geld op de tafel) Zo.
Francis: Goeie morgen, Leo.
Leo: Goeie morgen.
Francis: Al zo vroeg op pad? Waar ga je naartoe?
Leo: Naar die boerderij. Dat was het doel van mijn wandeling. Loop je mee?
Francis: Ik? Ik kom er net vandaan.
Leo: O ja?
Francis: Maar dat geeft niet. 't Is een prettige weg en daar kunnen we even rusten. Het zijn boerenmensen waar ik kind aan huis ben.
Leo: En waar je je eieren haalt, zie ik. Laat mij dat mandje dragen.
Francis: Volstrekt niet. Ik had er niet op gerekend eieren mee te krijgen. Ik ben er even naar een patiënt gaan kijken.
Leo: Een patiënt? Speel je dan ook al voor dokter?
Francis: (lacht) ik doe van alles, maar de patiënt in kwestie is een hond, mijn arme Veldheer.
Leo: Oh.
Francis: Hij heeft z'n poot gebroken en wil alleen maar door mij verzorgd worden. Hij volgde me toen ik met mijn paard over een heg sprong, maar hij had z'n sprong niet zo goed berekend en kwam verkeerd terecht. Ik was in de buurt van de boerderij toen het gebeurde, dus kon ik 'm maar beter daar laten. Het was mijn schuld.
Leo: Nou, ik zou zeggen dat erkenning van schuld al berouw insluit en het begin is van beterschap.
Francis: Nee, Leo, niet altijd. Ik word verscheurd door wroeging die nooit zal slijten.
Leo: (lachje) Overdrijf je nou niet een beetje? Er is in jouw leven toch niets onherstelbaars gebeurd?
Francis: Jawel. Er is iets onherstelbaars, en het zal altijd als een zware schuld op me blijven drukken. En... en... en toch, God weet dat het geen opzet was, wat me overkomen is.
Leo: Vertel wat er gebeurd is. Het zal je opluchten.
Francis: Dat zal het ook. Ik moet het een keer aan iemand vertellen. Maar... niet nu. Ik wil deze prachtige ochtend niet bederven door me dat afgrijselijke toneel weer voor de geest te halen. En... en dat zou moeten om het je uit te leggen. Hoe het mogelijk is geweest dat... dat... dat ik... dat... dat ik schuldig ben aan de dood van een mens.
Leo: Het verschrikkelijke beeld staat je nu toch voor de geest, vertrouw het mij toe.
Francis: Nee. Nee. Niet nu. Wat heeft het voor zin? Het zou alleen dit moment van samenzijn vergallen.
Leo: Als het alleen om dit moment ging, zou je gelijk hebben, Francis. Maar ik kan me niet met zo'n voorbijgaande kennismaking tevreden stellen. Daarom wil ik alles van je weten. Mag ik eh... mag ik raden wat je zo ongelukkig maakt? Is het misschien dat voorval met die koetsier?
Francis: Ja, dat is het. En als je d'r meer wilt van weten, hoef je alleen maar aan die boerenmensen te vragen, zij weten er alles van.
Leo: Het ligt niet in mijn aard, Francis, om achter iemands rug om naar zijn geheimen te informeren.
Francis: Geheimen? Hoe kom je erbij dat het een geheim zou zijn? Het betreft immers een verschrikkelijk ongeval waar in een oogwenk een hele menigte toeschouwers omheen stond.
Leo: Dat wist ik niet, neem me niet kwalijk.
Francis: Ik begrijp goed dat men in Utrecht niet nagelaten zal hebben om lasterpraat rond te strooien. Het geldt immers Majoor Frans, de vogelvrije, die niet de dingen doet zoals iedereen. Kijk, daar voor je ligt de boerderij. Ga maar vragen hoe het zit met Majoor Frans en koetsier Blount.
Leo: Ik denk d'r niet over.
Francis: Ze... ze zullen je op de hoogte brengen van... van die hele ellendige geschiedenis. Ze waren er allebei getuige van. En daarna, daarna, Jonker van Zonshoven, keer terug naar de Werve om afscheid te nemen. (ze gaat snel weg)
Leo: Francis! (loopt door naar de boerderij - hond blaft) Is daar iemand?
boerin: Ah! U is zeker de Jonker? Ja, de freule had het al gezegd. Oeh... 'k zal de jongen maar gauw met dat mandje naar de Werve sturen, het is .?. weer een van de freule om dat te laten staan. Ach, toch is 't een goed mens, daar is geen tweede zo onder de hele adel. Maar ja, als ze d'r buien had, dan was er geen houden aan. Dan stoof ze door als een leukemetief, zal 'k maar zeggen.
Leo: (lacht)
boerin: Ja...
Leo: Hebt u misschien iets voor mij te drinken?
boerin: O zekers, ja, een glas verse melk. Ja. Ach, het is spijtig, hè, dat de generaal geen landheer meer is. 't Was een goed heer, maar ja, hij had geen hart voor het boerenbedrijf. En de freule vond dat wel jammer. Die praat met koeien of het mensen zijn. Hier heb u de melk.
Leo: Dank u, vrouw Pauwels.
boerin: Ja. Ach, het is zonde en jammer als de heerschappen zo in verval raken. Jonker had er zeker wel van gehoord?
Leo: O, genoeg, vrouw Pauwels.
boerin: Ja
Leo: Meer dan genoeg.
boerin: Och ja, sinds het huwelijk van de oudste freule Roselaer is er geen rust en zege meer geweest. Wat zal 'k zeggen, een huis dat tegen zichzelf verdeeld is kan niet bestaan, hè.
Leo: Nee. Nou, ik moest maar weer eens opstappen. Anders ben ik te laat voor het ontbijt. Eh... bedankt voor de melk.
boerin: Ah, 't is goed.
Leo: En tot ziens.
Leo: Ah, Francis, ben je daar? Heeft de kleine Pauwels de eieren gebracht?
Francis: Ja. In orde. (verwijdert zich)
Leo: Francis, blijf! (ze keert terug) Ik meen recht te hebben op een betere ontvangst.
Francis: En waarop grond je dat recht? Omdat je nu naar hartenlust je nieuwsgierigheid bevredigd hebt?
Leo: Het was geen nieuwsgierigheid, freule Mordaunt, het was belangstelling.
Francis: Dat is een bescheiden woord, waarmee iedere onbescheidenheid gerechtvaardigd wordt. En? Ben je nu voldaan, nu je alles weet?
Leo: Ik weet niets, want ik heb niets gevraagd. 'k Heb zelfs niets willen horen.
Francis: Mm, dat is meer zelfbeheersing dan ik van een man had kunnen verwachten.
Leo: Zijn vrouwen dan zo sterk op dit punt?
Rolf: (komt binnen) Goede morgen! Zijne Excellentie komt direct. En? Goed eh... ontbijt gehad, jonker?
Leo: Uitmuntend, kapitein. En u?
Rolf: Ah, copieus. Copieus.
Leo: (lacht)
von Zwenken: (komt ook binnen) Francis! Francis toch! Het eitje was alweer te hard vanmorgen.
Rolf: Onze generaal is met het verkeerde been uit bed gestapt, we mogen ons wel koest houden.
von Zwenken: à propos, Leo, hoe laat is je rijtuig besteld?
Leo: Wel, oom, dat moet ik aan de kapitein vragen.
von Zwenken: Ah, da's waar ook, je hebt het op Francis en de kapitein laten aankomen. Nou, wat is er afgesproken, Rolf?
Rolf: Hèhè!
von Zwenken: Wat? Nu al? Ah, da's toch veel te vroeg.
Rolf: Niets te vroeg, Excellentie, en dat zult u zo wel merken.
Leo: Moet ik zo vertrekken?
Francis: Je kunt niet blijven, dat weet je zelf ook.
Leo: Ik kan toch zo niet weggaan?
Francis: Waarom niet?
Leo: Omdat ik het niet wil! Zal ik terugkomen, Francis?
Francis: Nee. Nee, zeker niet. Waar zou dat goed voor zijn?
Leo: Laat me dan in ieder geval dit rijtuig wegsturen.
Rolf: Nou, (lacht) de jonker heeft het aan mij overgelaten en ik was er van overtuigd dat hij wel wilde blijven, zodat ik gewoon z'n koffer heb laten komen.
Francis: Laat jij zo met je spelen?
Leo: Waarom niet? Als het spel de loop neemt die ik wil... (lacht)
Francis: Je blijft tegen m'n zin. Il faut bien savoir.
Leo: Het zij zo. Ik vraag me af wat de generaal ervan vindt.
von Zwenken: Wel, neef, je bent de gast van de kapitein.
Francis: Grootvader zegt de waarheid. Je bent de gast van de kapitein. Denk je nu ook nog te blijven?
Leo: Zeker. Ik lijk een beetje op Columbus: ik laat de ontdekkingstocht niet zomaar varen.
Frits: Hier is de bestelling van de kapitein, generaal. 't Leek me dat ik het die het beste hier binnen kon brengen.
Rolf: Ah, prachtig. Nou 'ns even kijken. Ja! (lachjes) Nu, wat zegt Zijne Excellentie hiervan? Heb ik niet kostelijk gefourageerd?
Francis: Wat een malligheid! Wat een dolle verkwisting nou weer. Perdrix rouges, pâté de foie gras, vis in gelei, vruchten, compote! Het lijkt wel een delicatessenwinkel! De generaal moest je de deur wijzen!
von Zwenken: Francis! Francis!
Francis: Nee, grootpapa, het is een schandaal zoals het hier toegaat. U moest er een eind aan maken, als u tenminste nog genoeg hart heeft om een kordaat besluit te nemen.
Rolf: Majoor! Majoor!
Francis: Taisez-vous, gourmand!
von Zwenken: In 's hemelsnaam, Francis, beheers je. Bedenk dat Jonker van Zonshoven getuige is van je onwelvoeglijke uitvallen.
Francis: Net goed! De jonker verkiest het om onze huisgenoot te zijn, dan moet hij zelf maar weten wat een beroerde boel het hier is. Kapitein, u kunt vandaag voor de menage zorgen, ik ga paardrijden.
Rolf: Tot uw orders, commandant. (ze gaat)
Leo: Nou nou nou, wat een donderbui!
Rolf: Ach, wat zal ik u zeggen, jonker? 'k Heb zulke buien vaker meegemaakt. Ik zag vanmorgen al dat de barometer op storm stond. Hoe heviger de bui, hoe sneller die over is. En u ziet het: een oud soldaat is tegen regen en onweer gehard.
von Zwenken: Heb je plannen voor vanochtend, neef?
Leo: 'k Ga me installeren. M'n koffer uitpakken en een paar brieven schrijven.
Leo: "Huize de Werve. De 21ste juni 1878. Waarde Willem." (deur gaat open) Wat kom jij hier doen?
Francis: Grootpapa zei dat je wou schrijven en ik bedacht dat er niet voor inkt gezorgd is.
Leo: Da's ook niet nodig, want ik heb m'n eigen schrijfgerei.
Francis: Ik zie dat ik je stoor. Ik had je een dienst willen vragen. Heb jij toevallig een rijzweepje meegebracht?
Leo: Wat wil je daarmee doen? Heb je je vazallen dan nog niet voldoende gestriemd?
Francis: Ik merk wel dat je niet in de stemming bent om mij een dienst te bewijzen.
Leo: Ik ben altijd bereid een dame een dienst te bewijzen. Waarom heb je me niet laten roepen als je me iets te vragen had?
Francis: Zo? Dat humeur geldt dus nog steeds mijn manque d'étiquette.
Leo: Inderdaad, Majoor.
Francis: Majoor? Ik dacht, Leo, dat je tegen die bijnaam was?
Leo: Nu niet meer sinds ik dat soldateske personage in actie heb gezien. Alleen zou ik willen weten welk soort majoor je eigenlijk voorstelt. Tamboer-majoor? Sergeant-majoor? Want de commandant van een bataljon behoort, zo ik me niet vergis, een zekere mate van beschaving te bezitten.
Francis: Leo! dat is een bloedige belediging. Deze vlijmende ironie gaat dieper dan je vermoedt.
Leo: Ik hoop wel dat ze treffen zal waar ze nut kan doen, Francis, want geloof me: het is niet mijn bedoeling om te verwonden maar om te genezen.
Francis: Ik wil niet door jou genezen worden, Leo. Ik mankeer niets. Verspil je nobele energie niet aan zo'n avontuurlijk, zo'n onhebbelijk schepsel als je in mij meent te zien.
Leo: Ik zie toch alleen maar wat jij mij laat zien, Francis? Heb ik goed begrepen dat je wilde zeggen: "Jij wilt hier blijven om Majoor Frans te leren kenen, dus zal ik 'm tonen in al zijn grofheid en onbehaaglijkheid, en dan zullen we 'ns zien hoe lang jij dat uithoudt."
Francis: (zucht) Ik geef toe dat ik in jouw aanwezigheid geen reden vond om mij in te houden. Wij waren immers zo goed als en famille.
Leo: Maar hoe kan freule Mordaunt het dan zo hoog opnemen, als men haar antwoordt op dezelfde toon als die zij zelf heeft aangegeven?
Francis: Dat treft mij ook niet van anderen, maar wel van jou. Ik kwam troost en hulp bij je zoeken, dus van jou trof het me - ik wil het eerlijk bekennen - als een bliksemstraal bij heldere hemel.
Leo: Zo'n oprechte bekentenis verdient volle absolutie. Geef me de hand, ter verzoening.
Francis: Nee, Jonker, daar zijn we nog niet. Ik moet eerst weten wat ik aan je heb, want ik wil niet dat je verkeerd over me denkt.
Leo: Als ik me niet vergis, hadden we 't over Majoor Frans, Majoor Frans die boos wordt zodra men hem aan het recht van de schone sekse herinnert, omdat hij niet tot de dames gerekend wil worden en die evenmin gelijkstelling wil met het soort waar ik nu eenmaal toe behoor.
Francis: (zucht) Ik moet zeggen, Leo, dat je aardig de puntjes op de i hebt gezet. En nu, dunkt me, zijn we quitte. Zijn we weer vrienden?
Leo: Ik wil niets liever, maar dan moet ik ook weten wie ik voor me heb. Anders komt er weer een misverstand.
Francis: Ik krijg ook niets cadeau.
Leo: Alleen maar uit voorzorg, geloof me. Heb ik met Majoor Frans te maken heb of...
Francis: Francis Mordaunt vraagt je vriendschap. (komt dichterbij)
Leo: Is het nodig te zeggen, Francis, dat je al hébt wat je vraagt? Zou ik zo tegen je hebben durven spreken als ik niet een echte vriend voor je had willen zijn?
Francis: Dank je. En vertel me nu eens eerlijk, geef je me in je hart geen gelijk wat betreft grootpapa en de kapitein? De kapitein ruïneert zich voor ons en mijn grootvader laat het zich maar aanleunen. Dat is toch ergerlijk?
Leo: Ja, dat is het zeker, en je had ook wel gelijk, alleen in de vormen...
Francis: (zucht) Ach, kom nou, jij altijd met je vormen.
Leo: Ja, het spijt me dat ik weer de gevoelige snaar moet aanslaan, maar een vrouw die zich zo weinig aan de vorm gelegen laat liggen, heeft ongelijk, al is ze overigens nog zo in haar recht.
Francis: Ik heb je al veel te lang opgehouden. En... en je blijft nu toch?
Leo: Zolang je me maar houden wilt, Francis.
Francis: (lachje) Blijf zolang je kunt, als hetgeen je hier ziet je maar niet teveel tegen de borst stuit.
Leo: (lacht) Ik kan er wel tegen.
Francis: (lachje) Goed zo. Tot het volgende uurtje rustig samenzijn. Frits heeft mijn paard gezadeld. Ik moet frisse lucht en beweging hebben.
Leo: O, eh... à propos, en eh... de dienst die je me vragen wou?
Francis: Ah, dat hoeft al niet meer. De kapitein wilde me namelijk een rijzweep cadeau geven.
Leo: En die zou je liever van mij willen hebben?
Francis: Nee nee, zo bedoel ik het niet. Ik zou graag een bescheiden bedrag van je lenen, als je 't kunt missen. Over een paar dagen kan ik het inlossen.
Leo: Weet je zeker dat ik je geen petit cadeau mag geven, bij wijze van souvenir?
Francis: Ja, dat weet ik zeker. (ze gaat)
Leo: Is er een postagentschap in het dorp?
Francis: Ja, dat is er.
Leo: Alweer terug?
Francis: Ja, het is te warm om paard te rijden. Heb je de brievenbus gevonden?
Leo: Ja, maar de brief nog niet geschreven. Het weer lokte me naar buiten en ik moet bekennen dat ik hoopte op een wandeling met jou.
Francis: Laten we dan naar de ruïne gaan. Daar is het koel en het uitzicht is zo mooi.
Leo: Goed. Je had me beloofd dat je me nog iets over jezelf zou vertellen?
Francis: Dat is waar, maar 't is een heel lang verhaal en niet erg boeiend.
Leo: Alles wat jou aangaat, interesseert me, Francis.
Francis: Men zegt van mij dat mijn opvoeding verwaarloosd werd. Da's eigenlijk niet waar. Het ontbrak aan leiding. Ik ben namelijk opgevoed als jongen.
Leo: (lachje) Als jongen? is dat niet een beetje vreemd?
Francis: Het punt is dat mijn vader een zoon wilde hebben. Niet alleen vanwege zijn naam, maar ook omdat zijn toekomstige fortuin daarvan afhankelijk was.
Leo: Oh...
Francis: Hij had een zoon, die net als ik Francis heette, maar die maar een half jaar geleefd heeft.
Leo: Wat vreselijk.
Francis: Een jaar daarna werd ik geboren. Mijn moeder stierf kort na de bevalling en mijn vader wilde niets van mij weten, dus werd ik opgevoed door een nurse. Toen mijn vader zag wat voor een stevig kind ik was, schijnt hij gezegd te hebben: "Dat kon best een jongen zijn."
Leo: (lachje) Dus werd je ook behandeld als een jongen?
Francis: Ja. Rolf leerde mij exerceren zodra ik een kindergeweer kon dragen.
Leo: Zo?
Francis: Ik kreeg schermles en ik kon bovendien regelmatig oefenen, want alle jonge officieren die hier aan huis kwamen, hadden er plezier in om zich met mij te meten.
Leo: (lachje) Nou, dat zal jou vader wel prachtig gevonden hebben.
Francis: Ik mocht al mijn invallen botvieren, als het maar wilde, jongensachtige spelletjes waren. Ik weet niet wanneer men begonnen is mij de bijnaam 'kleine majoor' te geven. Ik denk dat Rolf ermee begonnen is.
Leo: En dat is toen zo gebleven?
Francis: Ja. Op een goed dag besloot papa dat ik een gouverneur moest krijgen. Maar de zuster van mijn vader stond er op dat ik, als meisje, naar een kostschool ging. Daar werd ik na een paar maanden als onhandelbaar, onverbeterlijk schepsel weggestuurd.
Leo: Ja, dat kon ook bijna niet anders.
Francis: Maar genoeg. Hier moeten we naar boven klauteren. En je moeite wordt beloond.
Leo: Wie het eerste boven is!
Leo: (hijgt) Wat een prachtig land! Hier voel ik me thuis.
Francis: Het enige wat ik wil is dat je mij helemaal leert kennen en me ziet zoals ik werkelijk ben, en me dan misschien niet te hard valt om wat er van mij geworden is.
Leo: Wat er van jou geworden is, Francis, kan met enige goede wil van jouw kant tot veel goeds en lieflijks leiden.
Francis: Ach, zeg dat niet, niet voordat je alles weet.
Leo: Goed, ik wacht.
Francis: Toen kwam Chelles, een Zwitserse gouvernante. Ze vertrok alweer na korte tijd toen bleek dat Rolf verliefd op haar geworden was. Dus ging ik mee met papa paardrijden en vergezelde hem op jachtpartijen en rijtoeren, met allerlei slag van heren, jong en oud.
Leo: En de opvoeding werd terzijde gelaten?
Francis: Ik gaf de piano en de dameshandwerken en de goede boeken eraan. En in die verwildering bereikte ik mijn zestiende jaar. Plotseling werd het van mij verwacht dat ik gastvrouw zou spelen, en logees zou ontvangen. Leo?
Leo: Ja?
Francis: Vertel me 'ns, ben je veel met vrouwen omgegaan?
Leo: Met de vriendinnen van mijn moeder wel, maar sinds ik in...
Francis: Ik vraag niet naar oude vrouwen. Ik bedoel of jij niet - als de meeste mannen - van tijd tot tijd geleden hebt aan die koorts die men verliefdheid noemt.
Leo: Ik heb gedaan wat ik kon om niet aan die kwaal bloot te hoeven staan. Koketteren met jonge meisjes en vrouwen acht ik gevaarlijk en immoreel, omdat ik met het vooruitzicht leefde nooit genoeg geld te zullen verdienen om al de kant, de zijde en het fluweel te kunnen bekostigen. 'k Heb me altijd strikt neutraal opgesteld.
Francis: En heeft datgene wat men passie noemt je dan nooit overmeesterd?
Leo: Ik heb niet de gewoonte me te laten overmeesteren door wie of wat ook.
Francis: Dat wil ik geloven, en toch spijt het me. Nu kun je me niet vertellen wat ik had willen weten.
Leo: Zeg maar wat je weten wilt, misschien kan ik je toch helpen.
Francis: Ik wilde weten of jij denkt dat een nette man, geen fat maar ook geen onnozele hals, iemand zelfs die op menig gebied zeer scherpzinnig is, niet heel gauw merkt als een jong meisje - hoe zal ik dat zeggen? - als een jong meisje zich met innige tederheid aan 'm hecht, zelfs al wordt er geen woord gezegd over liefde of dergelijke gevoelens.
Leo: Om je de waarheid te zeggen, Francis, ik geloof dat mannen en vrouwen allebei heel gauw raden wat zij voor elkaar kunnen zijn, en dat het eerder uit dubbelhartigheid voortkomt dan uit naïviteit als een van beiden verblindheid voorwendt voor hetgeen er maar al te duidelijk is.
Francis: Dat denk ik ook achteraf, maar destijds was ik zo onervaren op deze punten. De vrienden van mijn vader zagen in mij dan ook niets anders dan een slecht opgevoed meisje die ze niet graag in aanraking met hun dochters brachten. En al helemaal niet als toekomstige bruid voor hun zonen. En toen kwam Lord William bij ons logeren.
Leo: Ik begrijp het.
Francis: Lord William werd mij voorgesteld als een schoolvriend van mijn vader. Hij was een geletterd man. Als je 'm hoorde praten, begreep je meteen dat je met een heel bijzonder mens te doen had.
Leo: En toen werden jullie door passie overmeesterd.
Francis: Nee. Nee, zo is het niet gegaan. Maar als je geen geduld hebt om deze herinneringen aan te horen, moet je 't maar zeggen. Wat heb je d'r aan als ik je alleen maar vertel dat hij in 't begin van de herfst bij ons is gekomen en bij het naderen van de lente weer vertrok.
Leo: Zonder met jou verloofd te zijn?
Francis: Zonder met mij verloofd te zijn. Le... Leo, ik zie dat je je ergert aan mijn herinneringen, maar als je een vriend voor me wil zijn, kan ik ze je niet onthouden.
Leo: Ik beloof je dat ik de loop van je herinneringen niet meer zal onderbreken.
Francis: Dank! Maar je hebt het geraden: ik heb Lord William liefgehad. Hij oefende een onbeperkte invloed op mij uit. Ik ging Shakespeare lezen, waar ik altijd een hekel aan had gehad. Ik verdiepte mij in de geschiedenis.
Leo: Dat moet toch heel prettig geweest zijn?
Francis: Tot ik hoorde dat hij getrouwd was.
Leo: Heeft hij jou daarvan op de hoogte gebracht?
Francis: Nee. Nee, dat was het ergste nou juist. Ik hoorde toevallig een gesprek tussen grootpapa en mijn vader, waarin ze het over Lord William hadden. Toen heb ik 'm uitgedaagd tot een duel.
Leo: Heb je hem gedood?
Francis: Ik heb 'm tot bloedens toe getroffen. Hij is de volgende dag teruggereisd naar Engeland, en diezelfde middag kwam de zoon van een bankier z'n opwachting maken.
Leo: Je vader zette d'r wel vaart achter.
Francis: Vader achtte het een goede partij. En je begrijpt, van Lord William naar een Karel Felters...
Leo: Karel Felters?
Francis: Ja. Weet je daar ook al van?
Leo: Vast niet de werkelijke gang van zaken. Vertel 'ns verder?
Francis: Ach, ik was geheel uit mijn doen, ik wenste met dat jong mens niets te maken te hebben. Dus ik wierp hem bij binnenkomst meteen een degen toe, zette mij in postuur en viel uit. Hij gooide het zijne weg en vluchtte.
Leo: (lacht) Ik heb van dit heldenfeit gehoord, ja. (lachje) Die arme Karel Felters vlucht nog steeds, naar men mij heeft verteld.
Francis: (lachje) En zo maakt men geschiedenis.
Leo: En terecht! Jij hebt eh... nooit meer bericht gehad van Lord William?
Francis: Nee. De gebeurtenissen daarna volgden elkaar snel op. Mijn vader stierf plotseling en grootpapa werd gepensioneerd en in rang verhoogd. Wij trokken naar de Werve, waar ik een geheel nieuw leven wenste aan te vangen. Maar... men kan wel met het verleden breken, maar uitwissen, nooit. Kom, we moeten gaan.
Leo: Francis?
Francis: Ja, Leo?
Leo: Ik eis spoedig weer een uur dat wij vertrouwelijk spreken kunnen.
Francis: Jonker van Zonshoven! Eisen kunt u niets van Francis Mordaunt, noch van Majoor Frans. Zijzelf bepaalt de spelregels.
Leo: Francis Mordaunt is mij reeds zeer dierbaar. Majoor Frans echter gooit zo nu en dan roet in het eten. Ik wacht af.