Net zondag
Arthur, een wiskundeleraar, is een in menig opzicht gedesillusioneerd man van tegen de vijftig. Hij had erop gerekend rector te worden en hij had een zoon willen hebben. Maar hij is geen rector geworden en Angela schonk hem een dochter, die zij Alison noemden. Dat is nu een jaar of tien geleden.
Voor de buitenwereld vormen zij een degelijk gezinnetje, maar achter de keurige gevel zoeken de spanningen een uitweg. Het kleine meisje onttrekt zich die zondagmorgen vroeg op het strand al heel gauw aan de wereld der volwassenen, waarin ze het onvolkomene intuïtief aanvoelt. De oude bunker is haar droomkasteel, waarin ze zich verschanst. Ze observeert van daaruit de enkele mensen aan het strand: haar ouders.
De komst van de jongen leidt de verdere ontwikkelingen in. Ze ziet haar vader met de jongen weggaan in de richting van de pier met zijn spiegeldoolhof en ander amusement. En terwijl Arthur zich gaandeweg in het "bezit" van een zoon begint te verheugen, maakt Angela van de weloverwogen geschapen gelegenheid gebruik om de jongeman te ontmoeten die badstoelen verhuurt en op dit stille uur mogelijkheden voldoende heeft om gestalte te geven aan haar romantische verlangens.
Ter illustratie een fragment.
| Auteur: | Colin Finbow |
| Vertaling en regie: | Coos Mulder |
| Inspiciënt: | Joop de Jong |
| Omroep: | VPRO |
| Uitzending: | 07-04-1967 |
| Speelduur: | 49 minuten |
| Genre: | Relaties |
| Annet Nieuwenhuyzen | Angela |
| Joke Hagelen | Alison |
| Harry Bronk | Arthur |
| Jules Hamel | De jongen |
| Hans Veerman | Badstoelman |
| Jos van Turenhout | Portier |
| Piet Ekel | Waterfietsenman |