Vlaams Radio-Toneel (VRT)
Inhoud van deze pagina.
Inleiding
Gazet van Antwerpen, 1 februari 1984.
Edgard Ernalsteen
Limburgstraat 27 op het Kiel te Antwerpen. Een huis in de rij van een rustige kleurloze straat vlak hij de drukte van de volkse Abdijstraat. Toch geen huis zoals de andere. Hier werd een stuk radio-geschiedenis geschreven. Honderden luisterspelen, hier gecreëerd, gerealiseerd en opgenomen gingen de deur uit.
Via de BRT (voordien NIR en de Werelduitzendingen van de Belgische Nationale Radio-Omroep) en de gewestelijke zenders kwamen ze in talloze huiskamers in Vlaanderen en Nederland - en via de Wereldzender destijds ook in het voormalige Belgisch Kongo - en werden ze door honderdduizenden toehoorders vaak in ademloze spanning beluisterd.
Met de opkomst van de televisie en de razendsnelle technologische evolutie geraakten de luisterspelen meer en meer in de verdrukking. Geen zender zag er nog brood in. Het luisterspel was op sterven na dood. Tot plots, heel recent, de vrije radiozenders ze herontdekten. Die leveren nu strijd om elkaar in dat opzicht de loef al te steken. Tot grote tevredenheid van het Vlaams Radio-Toneel en de man die daar 35 jaar geleden aan de grondslag van lag en al die tijd er de grote bezieler van bleef, René Metzemaekers.
Jongensdroom
Het was april 1949 toen voor het eerst een luisterspel van Metzemaekers (nu een man van 62, maar met een verrassend jong voorkomen) via het NIR op antenne ging.
Het werd de start voor de vele honderden luisterspelen, die in de loop van de jaren nog zouden volgen. Het was echter niet het eerste hoorspel dat de jonge onderwijzer van toen geschreven had.
Metzemaekers: "In feite begon het allemaal veel vroeger. De voorgeschiedenis van het Vlaams Radio-Toneel (VRT) loopt terug tot een aantal jaren voor de oorlog zelfs. Om precies te zijn, het was op het radiosalon van 1936 in de Antwerpse Stadsfeestzaal dat ik als veertienjarige knaap de radiobacil te pakken kreeg. Die microbe ben ik nooit meer kwijt geraakt. Oorspronkelijk nochtans ging mijn belangstelling louter de technische kant uit.
Als knaap was ik werkelijk gefascineerd door de mogelijkheden van de radiotechniek. Ik liep nog school, later normaalschool want ik werd onderwijzer, maar al mijn vrije tijd ging op in allerhande radio-experimenten. Dat gebeurde in het keldertje van het ouderlijk huis op een steenworp van hier, in een bollenwinkeltje van de Abdijstraat waar ik geboren en getogen werd.
Dat geëxperimenteer werd nog geactiveerd toen ik bevriend geraakte met Leo Boullart, die toen technische studies liep en dus over techniek veel meer afwist dan ik." Metzemaekers kijkt vertederd voor zich uit. Hij ziet het het kennelijk allemaal weer levendig voor zijn ogen gebeuren.
Radio ABC
"Leo en ik maakten toen ook ons eerste hoorspel, dat Was een jaar nadien, in 1937", gaat hij glimlachend verder. "Dit ging zo. In het prachtig geïllustreerd weekblad van toen De Stad Antwerpen, dat ik wekelijks bij m'n grootmoeder verslond, had ik een novelle gelezen, getiteld Het psychologisch effect.
Vraag me niet door wie ze geschreven was, want dat weet ik al tang niet meer. Ik vond het een geweldig verhaal. Het ging over de ondergang van een kleine kruimeldief. Ik herschreef het helemaal als luisterspel. Via een draad met een microfoon, die in mijn slaapkamer stond en aangekoppeld werd aan het radiotoestel in de woonkamer, zonden Leo en ik toen - nog wel rechtstreeks - ons eerste luisterspel uit.
De rollen hadden we netjes onder ons tweeën verdeeld. Onze enige twee luisteraars waren m'n vader en moeder. Die waren enorm enthousiast. Dat werkte natuurtijk erg bemoedigend en onze experimenten werden ijverig voortgezet."
Zo kreeg de jongensdroom steeds vastere vorm. Maar intussen was de oorlog uitgebroken. Noodgedwongen kwam het radio geëxperimenteer op een laag pitje te staan, want wie toen op dergelijke dingen betrapt werd, riskeerde onmiddellijk op transport gesteld te worden naar een of ander concentratiekamp.
Toch werden stiekem nog allerhande radio-programma's samengesteld. Zekere Pierre Valengé, die bij de latere uitbouw van het VRT een belangrijke rol zou speten, had zich toen hij hen aangesloten. De clandestiene radio-amateurs hadden zich intussen Antwerp Broadcasting Corporation of kortweg Radio ABC genoemd.
Doodsteek
Na de de bevrijding en de terugkeer van de Belgische regering uit Londen kreeg Radio ABC echter nog voor hij van de grond in de eter was gekomen de doodsteek. Het dekreet werd afgekondigd dat alleen en uitsluitend het NIR het zendmonopolie kreeg en dat geen vergunningen aan privé-zenders werden toegekend. Het zag er naar uit dat de jongensdroom dan toch zou opgaan in de nevels van het irreële.
Maar René, Leo en Pierre zouden niet de koppige sinjoren zijn geweest als ze er zo maar onmiddellijk het bijltje zouden bij neergelegd hebben. De kans om met een eigen zender en een volkomen eigen programma in de eter te komen zat er weliswaar niet meer in, maar niemand kon hun beletten radio-programma’s samen te stellen en die via de officiële kanalen toch op antenne te krijgen.
Het gezelschap ging zich nu resoluut toeleggen op gesproken programma’s en dan vooral op het luisterspel. Het liep echter niet van een leien dak. Het bleef allemaal nog vrij primitief en amateuristisch. Metzemaekers bleef echter van de microbe gebeten. Na een aantal jaren en omwegen via Antwerpse Radio-Toneel Experimentenl (ARTE) en Antwerps Radio-Toneel (ART) ontstond dan begin 1949 het Vlaams Radio-Toneel (VRT).
En het lukte dit keer: zaterdag 9 april 1949 werd de eerste VRT-productie door de Gewestelijke Omroep Antwerpen in de huiskamers gebracht. Het was het kinderluisterspel Pon wil naar het circus van Metzemaekers zelf.
De eerste producties waren opgenomen op staaldraad. Opnemen op grammofoonplaat viel immers veel te duur uit en lag volkomen buiten het microscopisch klein budget, dat alleen bestond uit wat bijeengespaard zakgeld. De eerste volgende drie jaar bleven de opnamen verwezenlijkt door middel van deze "wire recordings", de eerste bruikbare opname-apparatuur trouwens die in de handel was. Pas vanaf 1953 werd overgeschakeld op de zoveel handzamere bandopnamen. Er werd toen een volledig nieuwe apparatuur aangekocht, die het trouwens nog altijd doet.
Mijlpaal
Voor het VRT betekende die memorabele eerste uitzending een echte mijlpaal en een breekpunt. Er werden nu luisterspelen - en andere programma’s - geschreven, gerealiseerd en opgenomen aan de lopende band. Het scheen wel een sneeuwbaleffect. Alleen al in de periode van september 1953 tot februari 1954 werden door de Gewestelijke Omroep Antwerpen 29 luisterspelen en 13 verhalen van het VRT uitgezonden. Ook de nationale zender te Brussel en de andere gewestelijke omroepen begonnen nu belangstelling te betonen voor de producties van het VRT.
De BRT (toen nog NIR) beschikte weliswaar over een eigen Dramatisch Gezelschap, dat onder meer ook luisterspelen uitzond, maar deed toch geregeld beroep op het VRT. Er kwam nu ook grote vraag los voor jeugduitzendingen, kinderuurtjes, uitzendingen voor zieken en schoolradio.
Het VRT had intussen een grote vlucht genomen inzake mensenpotentieel. Het bleven meestal amateurs, maar gedreven door zo’n bezieling, dat ze vaak beroepsmensen in de schaduw stelden of in verlegenheid brachten. De rekrutering kwam vooral uit het Augustijns Theater met ronkende namen als Miel Geysen, Roger De Paepe, Gerard Swartelé, Alex Wilequet, Tom Pigmans en anderen.
Maar ook mensen uit het beroepstoneel en andere gezelschappen verleenden vaak hun medewerking aan een of ander luisterspel zoals Cara van Wersch en Hilde Uitterlinden van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS), Yvonne Colinet van het Reizend Volkstheater en verder figuren als Chris Dijckhoff, Julien Vrints, Jos Willekens, en nog zoveel anderen.
Reveil
Metzemaekers: "Het meest merkwaardige was dat het grotendeels allemaal volkomen belangeloos gebeurde. Wat er voor uitbetaald werd aan de medewerkenden dekte niet eens hun verplaatsingskosten. De bezieling, het er volkomen in opgaan bleven onze hoogste troeven.
Toch was het eindproduct helemaal geen amateurs-werk. Dat bleek voldoende uit het succes dat steeds toeman. Begin 1955 begonnen de eerste belangrijke buitenlandse opdrachten binnen te stromen zowel vanuit Nederland als het Groothertogdom en ons toenmalige Belgisch Kongo.
De samenwerking met Brussel, maar vooral met de Gewestelijke Omroep Antwerpen was uitstekend en werd steeds duurzamer. Als het waar is dat bloei van het VRT te danken is aan de steun en de medewerking van Studio Antwerpen, dan is dat even waar dat de opboei van het Dramatisch Gezelschap in grote mate te danken is aan het VRT.
Begin van de jaren zestig begon het tij te keren. De televisie was enorm doorgebroken. De auto bracht de mensen tot ver buiten de grenzen. Er groeiden nieuwe belangstellingen en die voor luisterprogramma’s nam sterk af. De hoor- en luisterspelen werden naar steeds onmogelijker uren verdreven. De aanvragen stokten en de productie van het VRT nam snel af en viel uiteindelijk zo goed als stil.
Het zag er naar uit dat het VRT gedoemd was een zachte dood te sterven. Maar dat bleek buiten de waard gerekend, in casu de plotse en snelle opkomst van de vrije radiozenders. Het betekende inderdaad een nieuwe impuls voor het kwijnende VRT, want de zenders - die zich dan toch vooral richten tot een jeugdig publiek - schenen het luisterspel te hebben herontdekt.
Zelfs de vraag naar hoorspelen uit de oude doos - creaties uit de jaren vijftig - is enorm. Voor het VRT betekende het een waar reveil. Plots schenen inderdaad weer velen zich het bestaan ervan te herinneren en kwam er weer een stroom van aanvragen voor allerhande soorten radioprogramma’s op gang. "Natuurlijk moeten we nu putten uit ons, overigens zeer ruim archief", zegt Metzemaekers, "want aan nieuwe producties zijn we nog niet toe."
Is dit misschien toekomstmuziek? Metzemaekers: "Best mogelijk. Maar daartoe is de opnamestudio hier niet meer aangepast. Er komt echter een gloednieuwe studio op de Elsdonk te Wilrijk, met die plannen ben ik volop bezig. En wie weet - voegt hij er wat raadselachtig glimlachend aan toe - stamp ik ooit nog wel eens een televisie-opnamestudio uit de grond. Maar dat is dan nog verder verwijderde toekomstmuziek."
Zo te horen is deze 62-jarige ondernemende onderwijzer met het uitzicht en de vitaliteit van een veertiger nog lang niet aan zijn opruststelling toe.

