Home / De deur

De deur

In “De deur” neemt de auteur stelling tegen het onbegrip en de onverdraagzaamheid van de mens ten opzichte van zijn gehandicapte medemens.

 

Het voorwerp van deze onverdraagzaamheid is hier een oude geesteszieke man, die met zijn broer in het vervallen ouderlijk huis woont, niemand kwaad doet, maar door de gemeenschap toch wordt beschouwd als een gevaarlijk individu, dat in een tehuis voor geesteszieken thuishoort.

 

De ouwe Johnny is een bron van ergernis zonder meer en zal tegen zijn wil, en tegen die van zijn broer James, naar een gesticht worden gesleept. Maar Johnny heeft zich in de slaapkamer opgesloten en de deur gebarricadeerd. James probeert zijn broer ertoe te overhalen naar buiten te komen, maar de oude man geeft aan die smeekbeden geen gehoor.

 

Ook de priester die erbij was gehaald, kan Johnny er niet toe bewegen uit vrije wil zijn schuilplaats te verlaten. De argumenten van de geestelijke stralen trouwens weinig overredingskracht uit, het zijn zalvende gemeenplaatsen, waaruit het onbegrip tegenover de werkelijke tragiek van het geval duidelijk blijkt.

 

De buurman, die er met zijn gereedschapszak bij komt om desnoods het slot open te breken, verraadt in zijn reacties al de onverdraagzaamheid, al de argwaan, al de haat, die de publieke opinie voor een arme sukkel als de oude Johnny koestert.

 

Ouders maken hun kinderen bang voor Johnny en zelf verlangen ze maar naar één ding: dat ze spoedig verlost mogen zijn van het “gevaar” dat hun gemeenschap bedreigt.

 

 

Rolverdeling.

Piet Bergers
Joris Collet
Maurits Goossens
Leo Dewals
Dora van der Groen

 

 

Aanvullende gegevens.

Auteur: Thomas Kilroy
Vertaling: Piet Van Aken
Regisseur: Herman Niels
Omroep: BRT
Uitzending: 25 november 1972
Speelduur: 47 minuten
Categorie: Discriminatie
Deze productie is bekroond met: De eerste prijs BBC-hoorspelwedstrijd 1968.

 

 

Informatie met betrekking tot de bron.

The Door, 27 oktober 1967 Radió Éireann.