Home / De zaak Mrs. Waddingham

De zaak Mrs. Waddingham

Op 24 februari 1936 begon te Notllngham het proces tegen de verpleegster Dorothea Nancy Waddingham, een weduwe met vijf kinderen, en haar medebeklaagde Ronald Joseph Sullivan, die beschuldigd werden in hun particuliere verpleeginrichting te Sherwood de dood te hebben veroorzaakt van Ada Baguley, een van hun patiënten.

 

Het proces begon met een verrassing, want uit de acte van beschuldiging bleek, dat de Kroon een vervolging wegens de moord op de oude mevrouw Baguley had laten vervallen en alleen de moord op de invalide dochter ten laste had gelegd.

 

De oude mevrouw had haar bezittingen aan zuster Waddingham vermaakt op voorwaarde, dat deze levenslang zou zorgen voor haar dochter. De Kroon zag in deze beschikking de aanleiding voor haar en haar bedrijfsleider Sullivan om zich zo spoedig mogelijk van haar patiënte te hebben ontdaan.

 

De officier van justitie, zette de zaak voor de Jury, die geheel uit mannen bestond uiteen. Het vermogen van mevrouw Baguley bedroeg ten tijde van de overdracht op naam van zuster Waddingham ongeveer 1800 pond. Hij hechtte vooral gewicht aan de verklaringen van getuige mejuffrouw Briggs, een vriendin van de Baguleys, die Ada nog op 10 september 1935 bezocht had.

 

Ada Baguley had toen niet geklaagd over haar gezondheid. Zij had met smaak een paar bonbons gegeten, die mejuffrouw Briggs had meegebracht en zij was heel opgewekt geweest. Mejuffrouw Briggs verliet de particuliere verpleeginrichting om 16.00 uur. De volgende morgen om 10.00 uur was Ada Baguley overleden.

 

Zuster Waddingham had bij de lijkschouwing verklaard, dat haar patiënte plotseling zo ziek was geworden, dat zij haar twee tabletten morfine had gegeven, die dokter Manfield op 27 augustus 1935 voorgeschreven had en die ze naar haar beste weten mocht gebruiken als het nodig was.

 

Op 2 september zou dezelfde dokter nogmaals vier tabletten in het bezit van beklaagde hebben achtergelaten, doch de officier zei, dat de dokter als getuige zou verklaren, dat hij nooit morfine voor de behandeling van patiënte Baguley had voorgeschreven en dus ook geen tabletten in het bezit van beklaagde had achtergelaten.

 

Een andere sterke aanwijzing voor de schuld van beklaagden was een brief, die weliswaar Ada's ondertekening droeg, maar door Sullivan geschreven was, waarin ze verzocht verzorgt te worden, zonder dat haar familieleden daarover nader zouden worden ingelicht. Dokter Manfield zou getuigen, dat hij, die patiënten wekelijks bezocht, niets van de brief wist en hem pas onder de ogen kreeg toen hij de verklaring van overlijden kwam tekenen.

 

Na de opgraving van de lijken verklaarde dokter Rose Lynch, dat hij 3 gram morfine had gevonden en geen natuurlijke doodsoorzaak had kunnen vinden. Dorothea Nancy Waddingham werd schuldig bevonden en op 16 april 1936 terechtgesteld.

 

 

Rolbezetting.

Tom van Beek verteller
Emmy Lopes Dias  
Luc van de Lagemaat  
Rob Fruithof  

 

 

Aanvullende gegevens.

Auteur en regisseur: Dick de Vree
Omroep: KRO
Uitzending: 1982
Speelduur plusminus: 20 minuten
Categorie: Misdaadreconstructies

 

De misdaadreconstructies werden uitgezonden via de middengolf.