Home / De zaak Oscar Slater

De zaak Oscar Slater

In 1908 woonde in Glasgow Miss Marion Gilchrist, een rijke oude dame, met haar dienstbode Lambie. Op maandagavond 21 december 1908 ging Lambie even uit om een krant te kopen. In de tien minuten, dat zij weg was, werd Miss Gilchrist vermoord.

 

Op de avond van de moord werd een zekere Adams, die met zijn zuster en dochter in het huis van Miss Gilchrist een verdieping lager woonde, door geklop opgeschrikt. Adams ging naar boven en klopte aan, maar werd niet opengedaan. Een geluid, alsof iemand aan het houthakken was, duurde voort, en toen het luider en luider werd ging Adams, die weg was gegaan, nogmaals naar boven, tegelijk met Lambie, die van haar boodschap terugkwam.

 

Zij openden de deur en meteen kwam een man naar buiten, die beleefd groetend verdween. Miss Gilchrist lag bewusteloos op de grond. Haar hoofd was tot bloedens toe geslagen. Naast haar stond een stoel, waarvan de een poot vol bloed zat; niets anders dat met bloed was bevlekt, was in de kamer te vinden, zodat de wetsdokter, (die toevallig ook Adams heette) de conclusie trok, dat het slachtoffer met de stoel was doodgeslagen.

 

Het was bekend, dat Miss Gilchrist kostbare juwelen bezat. Men vermoedde dat de moordenaar die had willen stelen. Geen enkele kostbaarheid werd echter gemist, behalve, volgens de bewering van Lambie, een diamanten broche, welke op het bureau van het slachtoffer zou gelegen hebben.

 

Enige dagen na de moord kreeg de politie de mededeling, dat een zekere Oscar Slater, van geboorte een Duitser, wonende te Glasgow waar hij handel dreef, een broche in pand had gegeven, waarvan de beschrijving beantwoordde aan die van het gestolen sieraad. De politie spoorde Slater op en vond uit, dat hij op weg was naar Amerika. Voor deze reis had Slater weken van te voren plaats op de boot besproken, waarvan hij geen geheim had gemaakt. In zijn huis werd een hamer gevonden.

 

De justitie te New York werd verzocht om hem bij zijn aankomst aan te houden Slater keerde vrijwillig naar Glasgow terug en bleef in arrest, hoewel reeds dadelijk vast stond, dat de bedoelde broche een maand vóór de moord in pand was gegeven. Naderhand bleek ook dat het niet het sieraad van Miss Gilchrist was. En op het feit, dat een hamer in Slaters bezit werd gevonden, oordeelde de meerderheid der jury hem schuldig aan moord op Miss Gilchrist, een doodvonnis volgde, dat in levenslange gevangenisstraf werd veranderd. Slater zelf heeft te allen tijde zijn onschuld staande gehouden.

 

Lang niet iedereen geloofde in Slaters schuld. Onder hen, die hem voor onschuldig hielden, was Sir Arthur Conan Doyle en door diens toedoen werd zes jaar na zijn verordeeling door de politie opnieuw een onderzoek ingesteld. Hoewel de inspecteur van politie Trentch, die ook bij het eerste onderzoek voor Slater gunstige verklaringen had afgelegd, weer dingen aan het licht bracht, waardoor een revisie zeker gerechtvaardigd zou zijn, gebeurde er niets.

 

William Park schreef in zijn boek "The truth about Oscar Slater" een pleidooi voor de onschuld van Slater. Slater kan de moordenaar niet zijn, verklaart Park. Tal van bewijzen voert hij daartoe aan. Ten eerste, dat de broche, die Slater in onderpand had gegeven, en de broche van Miss Gilchrist onmogelijk dezelfde kunnen zijn, omdat het in pand geven door Slater vier weken vóór de moord was gebeurd. Dan de bebloede stoel. Hoewel de wetsdokter tot de conclusie kwam, dat de moord was gepleegd door herhaaldelijk met den poot van den stoel op het hoofd van de vrouw te beuken, heeft de rechter deze mening niet aanvaard, en aangenomen, dat de moordenaar een hamer gebruikt heeft. Hoe dan de vele bloedvlekken op den stoelpoot te verklaren?

 

Ook de uitlatingen van getuigen waren zeer tegenstrijdig. Lambie, die eerst voor de Schotse rechter verklaard had in Slater den moordenaar te herkennen, was echter voor de rechter in New York lang niet zo zeker in haar bewering, dat Slater de dader was. Nog tal van andere aanwijzingen sterkten Park in de mening, dat in de gevangenis te Glasgow een onschuldige zat, die geholpen moest worden.

 

Park verklaart een getuige te weten, een vrouw, die de avond van den moord een man het huis zag verlaten. En deze man was. niet Slater. Indertijd kwam zij niet als getuige op, omdat haar man niet wilde, dat zij zich met een moordzaak inliet. Het bestaan van deze getuige en het feit dat dr. Adams, de wetsdokter, die de lijkschouwing hield, niet door den rechter gehoord werd, gaven Park en velen met hem de verwachting, dat de zaak-Slater opnieuw behandeld zou worden.

 

In 1928 volgt een nieuw proces en vijf rechters zijn met algemene stemmen tot de slotsom gekomen dat de rechter tijdens het eerste proces in zijn opsomming de Jury op verkeerde wijze heeft voorgelicht. Naar van welingelichte juridische zijde werd meegedeeld dat de verantwoordelijke minister (die van Schotland) de koning zal verzoeken, Slater amnestie (free pardon) te verlenen.

 

 

Rolbezetting.

Tom van Beek verteller
Angélique de Boer  
Bart Römer  

 

 

Aanvullende gegevens.

Auteur en regisseur: Dick de Vree
Omroep: KRO
Uitzending: 17 november 1983
Speelduur plusminus: 20 minuten
Aflevering: 217
Categorie: Misdaadreconstructies

 

De misdaadreconstructies werden uitgezonden via de middengolf.