De geboorte van het hoorspel
Het jaar 1924 zag de geboorte van het hoorspel, maar men is het er niet over eens of de eer toekomt aan het Engelse Danger van Richard Hughes of aan het Nederlandse Het turfschip van Breda van Willem Vogt. Aanvankelijk kregen de luisteraars vooral radiotoneel te horen, waarbij de rollen gewoon werden voorgelezen. Het was Richard Hughes, die heel listig uit de nood een deugd maakte en als het ware letterlijk in die duisternis ging tasten. Hij redeneerde als volgt: bij de radio zie je niets, al het visuele moet je uitschakelen, laat ik mijn hoorspel dus maar in het duister situeren, dan kan ik tenminste geen fouten maken. Dat was een geniale gedachte en hij schreef een spel waarbij bezoekers in een mijngang afdalen, waar dan plots door een of andere oorzaak het licht uitgaat. Het oorspronkelijke hoorspel is niet bewaard gebleven, op 19 januari 1964 zond de KRO een remake uit. |
Een fragment uit "Danger / Gevaar" van Richard Hughes. This text will be replaced
|
Vanaf 1929 echter bracht regisseur Kommer Kleijn bijvoorbeeld De koopman van Venetië, Romeo en Julia en Lancelot als “radiogenieke” stukken, waarbij muziek en geluiden werden toegevoegd. |
![]() |
De hoorspelkern van de VARA, rond 1932Van links naar rechts:Adolf Bouwmeester, Carel Rijken, Frans Nienhuis, Janny van Ooyen, Jan Lemaire,Rolien Numan, Willem van Capellen en zittend Hetty Beck. |
In 1933 kwamen de eerste thrillers en seriehoorspelen. De BBC bewerkte boeken van Francis Durbridge over detective Paul Temple tot graag beluisterde hoorspelen, en Kommer Kleijn liet zich daardoor inspireren voor zijn Paul Vlaanderen, die een ongekend succes kende in Nederland. Later bracht Léon Povel zijn Sprong in het heelal, naar boeken van Charles Chilton, waardoor tallozen aan de radio gekluisterd werden. Ook voor kinderen werden veel hoorspelen op de radio gebracht. Een belangrijke drijfveer daarachter was Wim Quint, producer en regisseur bij de KRO-jeugdafdeling. Enkele opmerkelijke hoorspelen voor kinderen waren Paulus de Boskabouter en de Wigwam. Na de oorlog waren het vooral de AVRO en de VARA die wekelijks hoorspelen uitzonden; nadien kwamen daar NCRV, KRO en VPRO bij. Van 1947 tot 1986 bestond een vaste hoorspelkern, spelers die door alle omroepverenigingen konden worden ingezet. Heel vaak waren dan ook de stemmen van Jan Borkus, Hans Karsenbarg, Fé Sciarone, Piet Ekel, Donald de Marcas, Dogi Rugani, Hans Veerman, Frans Kokshoorn, Huib Orizand, en nog vele anderen te horen. Daarna schonken de omroepverenigingen steeds minder aandacht aan het hoorspel, maar heel wat mensen blijven erdoor geboeid en kunnen nu dankzij het internet blijven luisteren naar al wat bewaard gebleven is. |
| Bronnen: De geschiedenis van het hoorspel, De Volkskrant en Wikipedia |

